Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Taal
02/09/2025
•
Leestijd 5-7 minuten

Vragen stellen tijdens het voorlezen

Stimuleer de taalvaardigheid van jonge kinderen

Stel je voor: een groep kleuters die ademloos luistert terwijl je voorleest, vol verwachting en nieuwsgierig naar hoe het verhaal verder gaat. Op jouw vragen over het verhaal komen lange, enthousiaste antwoorden. Hoe maak je voorlezen niet alleen leuk, maar ook leerzaam? Dit artikel gaat over het stellen van vragen tijdens het voorlezen en over de rol van leerkrachtstijlen.

Save the children

Een goede taalvaardigheid legt de basis voor de toekomst van kinderen. Het helpt hen om relaties aan te gaan, zich uit te drukken en mee te komen in de klas. Onderzoek laat zien dat kinderen met een rijke taalvaardigheid betere schoolresultaten halen en minder kans hebben op achterstanden (Einarsdóttir e.a., 2016). Maar taalontwikkeling gaat niet vanzelf. Het groeit door interactie met anderen en door de juiste begeleiding. Als kleuterleerkracht speel jij hierin een cruciale rol. Elke dag biedt kansen om de taalvaardigheid van je leerlingen te vergroten. En voorlezen is één van de meest effectieve manieren om dat te doen. Vooral dialogisch voorlezen blijkt effectief.

Wat is dialogisch voorlezen?

Dialogisch voorlezen gaat nog een stapje verder dan interactief voorlezen. Daarbij worden vragen gesteld, maar de nadruk ligt nog steeds op het verhaal. Bij dialogisch voorlezen ga je echt een dialoog aan en geef je kinderen de ruimte om zélf te vertellen en hun eigen ervaringen en ideeën te delen (Deshmukh e.a., 2019). Dit doe je door vragen te stellen en zo in gesprek te gaan met kinderen. Hierdoor leren kinderen niet alleen nieuwe woorden, maar leren ze ook hoe ze die woorden kunnen gebruiken. Onderzoek wijst uit dat dialogisch voorlezen effectiever is dan andere manieren van voorlezen (Mol e.a., 2008). Het stimuleert niet alleen de woordenschat, maar ook het empathisch vermogen en verhaalbegrip van kinderen (Lepola e.a., 2023; Towson e.a., 2016; Jiamin Xu, 2024). Maar hoe doe je dat, dialogisch voorlezen? Het soort vragen dat je stelt, maakt een wereld van verschil.

Vragen openen deuren naar de gedachten en ideeën van kinderen - Fhendr

De kracht van vragen

Vragen zijn als een sleutel die deuren opent naar de gedachten en ideeën van kinderen. Ze zorgen ervoor dat kinderen actief meedoen en zelf nadenken over het verhaal. Toch zijn niet alle vragen hetzelfde. Open vragen, zoals “Waarom denk je dat het meisje bang is?” of “Hoe zou jij dit oplossen?” nodigen kinderen uit om uitgebreider te antwoorden. Ze stimuleren hen om verder te denken en doen een beroep op hun taalvaardigheid. Gesloten vragen, zoals “Is het meisje boos?” of “Zijn het drie beren?” leiden vaak tot een kort antwoord, zoals “ja” of “nee”. Hoewel deze vragen makkelijk te beantwoorden zijn, bieden ze minder kansen voor taalontwikkeling (Deshmukh e.a., 2019).

Jouw leerkrachtstijl speelt een rol

In een recent onderzoek voor de afdeling Pedagogische- en Onderwijswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam, is gekeken naar de verschillende leerkrachtstijlen en hoe deze een rol spelen in de vraagstelling tijdens het voorlezen. De leerkrachtstijlen zijn gemeten met de Vragenlijst Interpersoonlijk Leraarsgedrag voor het basisonderwijs (Hendrickx e.a., 2016, 2017). Leerkrachten vulden zestien stellingen in vanuit het perspectief van hun leerlingen, zoals: I., “Deze leerkracht helpt als je iets niet begrijpt.” en Deze leerkracht laat je je eigen beslissingen nemen. Deze stellingen zijn gebaseerd op twee dimensies: invloed (hoeveel controle je hebt in de klas) en nabijheid (hoe ondersteunend je bent).

Op basis van deze stellingen zijn vier leerkrachtstijlen onderzocht:

  • Helpend/vriendelijk: Je bent ondersteunend, vriendelijk en betrokken.
  • Leidend: Je hebt veel controle en geeft duidelijke instructies.
  • Ruimte gevend/latend: Je laat kinderen zelfstandig werken en grijpt minder snel in.
  • Ontevreden: Je bent meer negatief ingesteld en minder ondersteunend.

Uit het onderzoek blijkt dat leerkrachten met een helpende/vriendelijke stijl meer vragen stellen tijdens het voorlezen en vooral meer open vragen gebruiken. Ze stellen vragen als: “Wat zou jij doen als je in het bos was?” of “Waar gaan ze nu naartoe, denk je?”. Leerkrachten met deze stijl zorgen ervoor dat kinderen actief betrokken raken bij het voorleesmoment en uitgedaagd worden om te praten over het verhaal.

Leerkrachten met een leidende stijl stelden minder waarom-vragen. Dit kan komen doordat deze stijl meer gericht is op controle en directie, waardoor er minder ruimte is voor open gesprekken.

Leerkrachten met één van de andere twee onderzochte stijlen (ruimte gevend/latend en ontevreden) lieten geen opmerkelijke vraagstrategieën zien.

Bewust van je stijl
Deze bevindingen laten zien dat leerkrachtstijlen invloed hebben op de manier waarop vragen gesteld worden tijdens het voorlezen. Vooral leerkrachten met een helpende/vriendelijke stijl stelden meer open vragen, wat taalontwikkeling bevordert. Dit betekent echter niet dat alle leerkrachten deze stijl moeten aannemen. De leerkrachtstijl die je hebt maakt deel uit van je natuurlijke manier van lesgeven en is daarom moeilijk te veranderen. Wat wél belangrijk is, is dat je je als leerkracht bewust bent van je eigen stijl en hoe die de manier waarop je vragen stelt beïnvloedt. Vooral leerkrachten met een leidende stijl kunnen gerichter letten op hun vraagstrategieën en proberen meer vragen te stellen die uitnodigen tot taalrijke interacties. Door te reflecteren op de manier van vragen stellen en kleine aanpassingen te maken, kunnen alle leerkrachten, ongeacht hun stijl, bijdragen aan een rijke en stimulerende taalomgeving voor jonge kinderen.

Verbeter je vraagstrategieën in vijf stappen

Wil je jouw gesprekken met kinderen dialogischer maken? Gebruik dit stappenplan om direct aan de slag te gaan:
Stap 1: Analyseer je eigen vraagstijl

Een goede eerste stap is om inzicht te krijgen in je huidige vraagstrategieën. Neem een voorleesmoment of gesprek op en kijk dit terug. Analyseer het gesprek met behulp van het bijgaande schema:

– Hoeveel vragen stel je?

– Welk soort vragen gebruik je het meest? Zijn dat vooral ja/nee-vragen of stel je ook open vragen, zoals waarom- en hoe-vragen?

– Nodigen je vragen kinderen uit om uitgebreid te antwoorden en na te denken of blijven de antwoorden kort en feitelijk?

Stap 2: Voorbereiding: bouw vragen in je lesplan

Goede vragen stellen hoeft niet volledig spontaan te gebeuren. Bereid je voor door een boek te kiezen dat uitnodigt voor gesprek en denk vooraf na over de vragen die je wilt stellen. Zorg voor een mix van vraagtypen. Plan een openingsvraag om het gesprek te starten, zoals “Waarover denk je dat dit verhaal gaat?” en een afsluitende vraag om samen te reflecteren, zoals “Wat heb je geleerd van dit verhaal?”.

Stap 3: Creëer ruimte voor interactie

Effectieve vragen stellen vraagt om een open houding. Geef kinderen voldoende tijd om na te denken en te antwoorden. Stiltes zijn hierbij geen probleem. Die bieden ruimte om gedachten te formuleren. Vat antwoorden samen of stel verdiepende vragen, zoals “Kun je dat uitleggen?” om te laten zien dat je luistert en betrokken bent.

Stap 4: Geef kinderen een zetje

Sommige kinderen hebben extra ondersteuning nodig om tot een antwoord te komen. Help hen op weg door ondersteunende vragen te stellen: “Waarom denk je dat de beer bang is? Kun je dat uitleggen?” Of geef een aanwijzing: “Wat is de kleur van de beer? De beer is b… br…?” Deze aanpak moedigt kinderen aan, zonder dat je het antwoord direct weggeeft.

Stap 5: Oefen, reflecteer en groei

Blijf je vraagstrategieën ontwikkelen door regelmatig te oefenen en te evalueren. Neem bijvoorbeeld na een tijdje opnieuw een les of gesprek op en vergelijk dit met eerdere opnames: Stel je nu meer vragen? Zijn je vragen gevarieerder? Nodigen ze kinderen uit om actief mee te denken en praten? Gebruik deze inzichten om je aanpak verder te verfijnen en blijf reflecteren op je groei. Door vragen stellen een vast onderdeel te maken van je lespraktijk, kun je een blijvende impact maken op de taalontwikkeling en interactie in de klas.

Soorten vragen om te stellen tijdens het voorlezen

Book iconLiteratuurlijst
  • Brannon, D., & Dauksas, L. (2014). The effectiveness of dialogic reading in increasing English language learning preschool children’s expressive language. Early Childhood Education, 5, 1-10.
  • Deshmukh, R. S., Zucker, T. A., Tambyraja, S. R., Pentomonti, J. M., Bowles, R. P., & Justice, L. M. (2019). Teachers’ use of questions during shared book reading: Relations to child responses. Early Childhood Research Quarterly, 49, 59–68.
  • Einarsdóttir, J. T., Björnsdóttir, A., & Símonardóttir, I. (2016). The predictive value of preschool language assessments on academic achievement: A 10-year longitudinal study of Icelandic children. American Journal of Speech-Language Pathology, 25(1), 67–79. https://doi.org/10.1044/2015_AJSLP-14-0184
  • Grolig, L., Cohrdes, C., Tiffin-Richards, S. P., & Schroeder, S. (2020). Narrative dialogic reading with wordless picture books: A cluster-randomized intervention study. Early Childhood Research Quarterly, 51, 191–203.
  • Hendrickx, M. M. H. G., Mainhard, T., Boor-Klip, H. J., & Brekelmans, M. (2017). Our teacher likes you, so I like you: A social network approach to social referencing. Journal of School Psychology, 63, 35-48. https://doi.org/10.1016/j.jsp.2017.02.004
  • Lepola, J., Kajamies, A., Laakkonen, E., & Collins, M. F. (2023). Opportunities to talk matter in shared reading: The mediating roles of children’s engagement and verbal participation in narrative listening comprehension. Early Education and Development, 34(8), 1896–1918. https://doi.org/10.1080/10409289.2023.2188865
  • Mol, S. E., Bus, A. G., de Jong, M. T., & Smeets, D. J. H. (2008). Added value of dialogic parent–Child book readings: A meta-analysis. Early Education and Development, 19, 7–26. doi:10.1080/10409280701838603
  • Ruffini, C., Spoglianti, S., Bombonato, C., Bonetti, S., Di Lieto, M. C., & Pecini, C. (2021). Dialogic reading to empower executive functions in preschoolers. Children, 8(5), 373. https://doi.org/10.3390/children8050373
  • Towson, J. A., Gallagher, P. A., & Bingham, G. E. (2016). Dialogic reading: language and preliteracy outcomes for young children with disabilities. Journal of Early Intervention, 38(4), 230-246. https://doi.org/10.1177/1053815116668643
  • Van der Wilt, F., van der Veen, C., van Kruistum, C., & van Oers, B. (2018). Why can’t I join? Peer rejection in early childhood education and the role of oral communicative competence. Contemporary Educational Psychology, 54, 247–254.
  • Van der Wilt, F., van der Veen, C., & Michaels, S. (2022). The relation between the questions teachers ask and children’s language competence. The Journal of Educational Research, 115(1), 64-74. doi: 10.1080/00220671.2022.2029806
  • Xu, J. (2024). Developing emotional intelligence in children through dialogic reading, self-made books, and visible thinking routines. Early Childhood Education Journal, 52(7), 1693–1705. https://doi.org/10.1007/s10643-023-01520-9

Femke van der Wilt is universitair docent aan de Faculteit der Gedrags-en Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Sharisse van Driel

Sharisse van Driel is postdoc-onderzoeker bij het lectoraat Urban Care & Education van Hogeschool Windesheim.

Femke van der Wilt