Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Sociaal-Emotioneel
12/04/2018
Leestijd 5-8 minuten

Omgaan met sociale processen

Het is september. Een nieuwe groep staat voor de deur. Een aantal kinderen ken je nog van vorig jaar, maar voor sommigen is het hun allereerste schooldag. Je bekijkt het vanaf een afstandje en ziet een bij elkaar geraapte groep kinderen. Hoe maak je daar een groep van met een sterk wij-gevoel? Een groep waarin niemand wordt buitengesloten en kinderen zich verantwoordelijk voelen voor elkaar?

Save the children

Groepsvorming, sociale interacties, vriendschappen, conflicten en ruzies. Je bent er als kleuterleerkracht maar druk mee. In de voorgaande artikelen van deze special werd al duidelijk hoe belangrijk sociale relaties zijn voor de ontwikkeling van het jonge kind. Maar hoe maak je daar als leerkracht werk van in de dagelijkse onderwijspraktijk? Voor Mariska Rave, leerkracht in groep 1/2 van basisschool de Mijlpaal in Amsterdam, is dit de kern van haar vak. Niet alleen in de kleuterklas, maar later ook. Het is iets waar ze zelf de hele dag mee bezig is: ze grijpt zoveel mogelijk momenten aan om met kinderen in gesprek te gaan over sociale processen in haar klas. Wij brachten een bezoek aan de klas van Rave en vroegen haar hoe zij omgaat met sociale relaties tussen de kinderen in haar klas. Dit artikel is een weergave van dat gesprek en geeft de lezer enkele handvatten voor het bevorderen van sociale relaties in de klas.

De Gouden Regel

Een belangrijke afspraak die Mariska Rave met de kinderen maakt, is: ‘praat niet over een ander, maar over jezelf’. Jonge kinderen zijn soms geneigd om bij ruzies en conflicten vooral te praten over wat hun groepsgenootjes hebben gezegd of gedaan. Rave stimuleert hen om op zichzelf te reflecteren: ‘Als kinderen bij me komen met een ruzie of conflict, vraag ik altijd eerst over wie ze praten. Als ze dan zeggen “Over Jantje of Pietje” stuur ik ze terug. Ze mogen weer bij me komen als ze eerst over zichzelf praten.’ Op die manier leren kinderen na te denken over hun eigen rol in een sociaal conflict. Die is vaak gemakkelijker te veranderen dan de rol van anderen. Natuurlijk differentieert Rave hier wel in: ‘Bij sommige kinderen ben ik al lang blij dat ze iets komen delen.’

Goed begin is het halve werk
Elke leerkracht wil aan het begin van het schooljaar een goede start maken. Zeker met een nieuwe groep is het belangrijk om direct duidelijke afspraken op te stellen. Rave doet dit op haar eigen manier: ‘In het begin gaat iedereen gewoon zijn eigen gang. Na de eerste week blikken we dan terug: wat ging er goed en wat kan er beter? Naar aanleiding daarvan maken we afspraken met elkaar. Die maken we alleen als we samen merken dat we die nodig hebben in onze klas.’ In het samen maken van afspraken probeert Rave tegemoet te komen aan de behoefte van haar leerlingen aan autonomie. Afspraken en regels worden niet alleen door haar bepaald, maar worden met instemming van de hele groep opgesteld. Hiermee probeert zij het wij-gevoel te bevorderen: ‘Wij zijn een groep en in onze groep gelden deze afspraken.’ De afspraken zijn direct betekenisvol voor kinderen, omdat die gemaakt worden op het moment dat zich een situatie voordoet waarin die nodig zijn. Het mooie is dat er het hele jaar door nieuwe situaties voorkomen die kunnen vragen om een nieuwe afspraak. En soms is het ook belangrijk om een bestaande afspraak opnieuw met elkaar te bespreken.

Save the children

Hoe creëer je een ‘wij-gevoel’?
Naast duidelijke groepsregels is het belangrijk dat kinderen zich thuis voelen in de groep. Iedereen mag er zijn en iedereen moet met plezier naar school kunnen gaan. Rave stelt dit expliciet aan de orde in haar klas. Ze bespreekt met de kinderen hoe belangrijk ze het vindt dat iedereen zich prettig voelt in de groep en geeft kinderen handvatten om daar zelf een bijdrage aan te leveren. Zo vraagt ze kinderen altijd goed te kijken naar een ander kind: ‘Wat doet hij? Hoe zou hij zich voelen? Wat zou hij hiervan vinden?’ Om ervoor te zorgen dat iedereen zich thuis voelt in de groep, is het immers belangrijk dat kinderen zich leren verplaatsen in een ander, aldus Rave. Goed kijken naar een ander is daarin de eerste stap. Daarnaast heeft Rave manieren bedacht om het groepsgevoel in haar groep te versterken. Als er bijvoorbeeld iemand jarig is in de klas, mogen de kinderen de jarige één-voor-één feliciteren met bijvoorbeeld een knuffel. ‘In het begin vinden kinderen dat misschien gek, maar nu zeggen ze: “Zo doen wij dat in deze groep”’, zegt Rave. Ze zorgt daarnaast voor gedeelde verantwoordelijkheid in haar groep. Zo geeft ze bijvoorbeeld een oudere kleuter die aan het werk is aan de tekentafel de opdracht om ervoor te zorgen dat de jongste kleuter ook de potloden krijgt. Op die manier leert zij de kinderen in haar klas voor elkaar te zorgen en zijn ze er ook medeverantwoordelijk voor dat iedereen zich betrokken voelt bij de groep.

Als je weet waarin een kind geïnteresseerd is, kun je gemakkelijk een praatje maken en aan de relatie werken

Sociale relaties tussen kinderen
Of een kind zich fijn voelt in een groep is niet alleen afhankelijk van een sterk wij-gevoel. Relaties tussen individuele kinderen zijn heel bepalend voor het welzijn van een kind en drukken vaak ook een stevige stempel op de rest van de groep (Orobio de Castro, Goossens, & Olthof, 2016). In de kleuterperiode zijn er nog grote verschillen te zien tussen kinderen in hun sociale relaties met anderen. Zo spelen sommige kinderen iedere dag weer met iemand anders, terwijl anderen al snel samen een groepje vormen en al echte vriendschappen lijken op te bouwen. Hoewel kinderen op deze leeftijd zelf kunnen kiezen met wie ze spelen, kun je hier als leerkracht wel degelijk enige invloed op uitoefenen. Rave heeft hiervoor verschillende manieren bedacht. Zo wordt er in haar groep, net als in veel kleuterklassen, gebruikgemaakt van een kiesbord. De ene keer vraagt ze alle meisjes met hun ogen dicht een kaartje te pakken van de jongens in de groep, de andere keer kiest zij zelf duo’s. Zo doorbreekt ze het veel geziene patroon waarin jongens alleen met jongens spelen en meisjes alleen met meisjes spelen. Bovendien: ‘Als een kind jarig is en met twee groepsgenootjes de klassen mag rondgaan, vraag ik de jarige altijd om ook iemand te kiezen die niet zo vaak wordt gekozen. Ik vraag hen daar dan zelf over na te denken. Op die manier hoop ik dat ze gevoelig worden voor dit soort dingen.’ Mogen kinderen dan geen vriendjes hebben? Mariska licht toe: ‘Kinderen mogen van mij ook best eens “Nee” zeggen. Soms wil je gewoon niet met iemand spelen. Kinderen hoeven niet met iedereen vriendjes te zijn, maar ze moeten wel tegen iedereen aardig doen en niemand buitensluiten.’

Leerkracht-kind relatie
Het is soms een hele klus om de sociale relaties tussen kinderen in de groep in goede banen te leiden. Vergeet echter niet hoe belangrijk het is om als leerkracht zelf ook een goede relatie op te bouwen met de kinderen in je groep (Van den Broek, 2014; Nieuwboer & Van Tuijl, 2017). Maar hoe doe je dat? En lukt dat met alle kinderen? Rave geeft toe dat het met sommige kinderen lastiger is om een sterke band op te bouwen. Dat zijn voor haar vaak kinderen die wat verlegen en teruggetrokken zijn. Rave moet dan meer investeren in het contact met die kinderen. Observeren is volgens haar de sleutel: ‘Als je weet waar een kind mee bezig is en waar het geïnteresseerd in is, kun je gemakkelijker een praatje maken.’ Daarnaast creëert Rave extra gelegenheden om contact te maken met kinderen die daar vanuit zichzelf wat meer moeite mee hebben: ‘Ik nodig kinderen met wie ik weinig contact heb uit om bij mij aan de instructietafel te komen zitten of om even mee te lopen naar de koffieautomaat.’ Maar Rave benadrukt ook dat je als leerkracht geen vriendjes bent met de kinderen in je groep. Het is volgens haar juist belangrijk om grenzen te stellen en in te grijpen als dat nodig is. Dat betekent dat je soms ook streng moet zijn. Rave legt dan wel altijd uit waarom iets op een bepaalde manier gebeurt. Daarnaast vertelt ze: ‘Ik vraag kinderen regelmatig: “Hoe kijk ik? Hoe klinkt mijn stem?” Zo leer ik hen emoties herkennen en daag ik hen uit hun gedrag daar vervolgens op aan te passen. Sommige kinderen zijn daar nog niet zo gevoelig voor. Ik probeer ze dat op deze manier dan te leren.’

Creëer een wij-gevoel: ieder kind moet zich prettig voelen in de groep

Ouderbetrokkenheid
Ook ouders spelen een belangrijke rol in de sociale processen in de klas. Rave is zich daar goed van bewust en praat met ouders als ze merkt dat een kind bijvoorbeeld buiten de groep dreigt te vallen: ‘Ik geef ouders soms advies over het maken van speelafspraken. Vaak weet ik wel met wie hun kind fijn samen zou kunnen spelen en adviseer ik de ouders om even een praatje te maken met de vader en moeder van dat kind.’ Daarnaast maakt Rave ook altijd duidelijk aan de kinderen (en ouders!) dat er een verschil is tussen school en thuis. Dat er thuis iets mag of dat er thuis op een bepaalde manier met elkaar wordt omgegaan, betekent nog niet dat het op school er ook zo aan toegaat.

Geslaagd in begeleiden
Wanneer kun je zeggen dat je als leerkracht geslaagd bent in het begeleiden van de sociale processen in de klas? Volgens Mariska ben je geslaagd als de kinderen jou als leerkracht niet meer nodig hebben in het aangaan van positieve sociale relaties met hun klasgenootjes en het klimaat in de klas positief is. Het is geen ramp als dat niet lukt. Het wordt pas een probleem als je dan als leerkracht niet ingrijpt: ‘Het idee dat een kind zich onveilig voelt in mijn klas en niet met plezier naar school gaat, is voor mij absoluut onverdraaglijk’, besluit Rave.

Enkele handvatten

Het gesprek met Mariska Rave levert enkele handvatten op voor het omgaan met sociale processen in de klas:
• Betrek kinderen bij het maken van afspraken;
• Stimuleer kinderen om naar elkaar en naar jou als leerkracht kijken om zo emoties te leren herkennen;
• Varieer in het samenstellen van groepjes en duo’s;
• Laat kinderen iets samen doen en zorg dat ze elkaar daarbij nodig hebben;
• Blik regelmatig terug op de sociale omgang tussen kinderen: wat gaat er goed en wat kan er beter?;
• Probeer een wij-gevoel te creëren. Dan kan bijvoorbeeld door de groep verantwoordelijk te maken voor het netjes houden van de klas;
• Spreek je waardering uit voor de hele groep en geef bijvoorbeeld een compliment wanneer de kinderen elkaar goed hebben geholpen;
• Kringgesprekken bieden een mooie context om elkaar beter te leren kennen: kinderen maken vaak makkelijker contact als ze iets van elkaar weten.

Book iconLiteratuurlijst

• Broek, J. van den (2014). Relatie leraar-leerling. Didactief Online. Verkregen van https://didactiefonline.nl/artikel/dossier-relatie-leraar-leerling.
• Nieuwboer, A. & Tuijl, C. van (2017). Relaties in de klas: een multi-level onderzoek naar voorspellers van de leerkracht-leerling relatie en peer relaties op individueel en klasniveau. Pedagogische Studiën, 2017 (94), 1-24.
• Orobio de Castro, B., Goossens, F., & Olthof, T. (2016). Relaties tussen kinderen op school. In K. Verschueren & H. Koomen (Red.), Handboek diagnostiek in de leerlingenbegeleiding: Kind en context (pp. 216-230). Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

Femke van der Wilt

Chiel van der Veen