Leerkracht-leerlingrelaties
Zo belangrijk is een warme leerkracht-leerlingrelatie
De taal van jonge kinderen ontwikkelt zich razendsnel. Maar er zijn ook kinderen die achterblijven. Hoe komt dat? Lees in dit artikel hoe sociale afwijzing de taalontwikkeling beïnvloedt, waarom de relatie tussen leerkracht en leerling daarbij zo cruciaal is en krijg vijf tips om die relatie te versterken.
De mate waarin jonge kinderen taalvaardig zijn, is een belangrijke voorspeller van hun toekomstige ontwikkeling. We weten bijvoorbeeld dat de woordenschat waarover kinderen beschikken in de kleuterklas invloed heeft op hun latere leesvaardigheid (Suggate e.a., 2018). Lleesvaardigheid is weer in grote mate bepalend voor schoolprestaties. Bovendien heeft onderzoek aangetoond dat kinderen die taalvaardig zijn zich beter kunnen uitdrukken, vaker anderen helpen en beter hun emoties kunnen reguleren (Conte e.a., 2018; Griffiths e.a., 2021). Het is dus belangrijk om de taalontwikkeling vanaf jonge leeftijd te ondersteunen.
Taal leren doe je samen
De taalontwikkeling van kinderen ondersteun je door voor te lezen, kringgesprekken te voeren of taalspelletjes te doen. Belangrijk is dat taalontwikkeling plaatsvindt binnen een sociale context (Vygotsky, 1978). Kinderen leren taal in interactie met anderen. Tijdens sociale interacties krijgen kinderen de gelegenheid om taal te gebruiken en te oefenen (Chen e.a., 2020). Denk aan rollenspel: wie krijgt welke rol? Ook conflicten en het oplossen van problemen (“Wie mag er met de pop spelen?”) vragen om taal. Kortom: sociale interacties waarin kinderen leren om te gaan met beurtwisselingen, feedback krijgen op hun taalgebruik en taalinput ontvangen, zijn essentieel voor de taalontwikkeling van jonge kinderen.
Als je afgewezen wordt
Helaas krijgt niet elk kind evenveel kans om van deze sociale interacties te profiteren. Sommige kinderen worden door hun klasgenootjes afgewezen en mogen bijvoorbeeld tijdens het speelkwartier niet meedoen met verstoppertje. Kinderen die structureel door de groep worden afgewezen, doen minder mee en zijn minder betrokken bij interacties met anderen (Rubin e.a., 2015). Daardoor missen ze belangrijke momenten om te leren hoe ze taal bijvoorbeeld kunnen inzetten voor het oplossen van conflicten en lopen zo een groter risico op een taalachterstand. Eerder onderzoek laat zien dat kinderen die vaker door hun klasgenootjes worden afgewezen, gemiddeld een zwakkere taalvaardigheid hebben (Van der Wilt, 2019). Uiteindelijk kan zo een negatieve vicieuze cirkel ontstaan: afwijzing heeft een negatieve impact op de taalontwikkeling, wat vervolgens weer leidt tot moeizamere interacties.
Maak jij het verschil?
De vraag is of dit verband tussen sociale afwijzing en taalvaardigheid voor alle kinderen geldt. Want naast klasgenoten speel jij als leerkracht namelijk een cruciale rol. De kwaliteit van de relatie tussen jou en een kind blijkt sterk samen te hangen met hun ontwikkeling. De literatuur over leerkracht-leerlingrelaties maakt onderscheid tussen de aspecten nabijheid en conflict in de relatie (Sabol & Pianta, 2012). Nabijheid verwijst naar een warme, betrokken band waarin jij het kind veiligheid biedt. Conflict verwijst naar spanningen, irritaties en negatieve emoties in de relatie. Het blijkt dat kinderen die een warme relatie met hun leerkracht hebben zich beter ontwikkelen, terwijl conflict in de kleutertijd een voorspeller kan zijn van latere achterstanden (Spilt e.a., 2015).
Sociale interacties zijn essentieel voor de taalontwikkeling
Onderzoek naar taalvaardigheid, afwijzing en leerkracht-leerlingrelaties
In ons onderzoek hebben we gekeken of de relatie tussen leerkracht en kind invloed heeft op het verband tussen sociale afwijzing en mondelinge taalvaardigheid. Daarvoor volgden we 328 kleuters uit zeventien klassen en hun leerkrachten. De taalvaardigheid van de kinderen werd gemeten met de Nijmeegse Pragmatiektest (Embrechts e.a., 2005). Deze test bestaat uit grote kleurenplaten van kamers in een huis waarin de kinderen Peter en Lotje verschillende situaties tegenkomen. Zo ontstaat er een conflict op zolder over wie de piratenhoed mag hebben en is er een situatie in de woonkamer waarin Peter niet goed begrijpt hoe het spel gaat. De kinderen die deelnamen aan het onderzoek kregen vragen waarbij zij moesten reageren op de situaties. Op die manier werd gemeten in hoeverre kinderen taal konden gebruiken om bijvoorbeeld problemen op te lossen of duidelijkheid te vragen. De test bestond uit 22 vragen en elk goed antwoord leverde een punt op, zodat een totaalscore kon worden berekend.
Om sociale afwijzing in kaart te brengen, gebruikten we een sociogram. Daarbij werd aan elk kind een klassenfoto getoond en gevraagd met wie het graag speelde en met wie juist niet. Kinderen mochten telkens drie namen noemen. Door te tellen hoeveel positieve en negatieve nominaties een kind kreeg, ontstond een score op sociale afwijzing. Een kind dat drie keer negatief en acht keer positief werd genoemd, kreeg bijvoorbeeld een score van min vijf.
De band van de leerkrachten met de kinderen in hun klas werd gemeten met een verkorte versie van de Leraar-Leerling Relatie Vragenlijst (Pianta, 2001; Koomen e.a., 2007). Leerkrachten vulden voor elk kind acht vragen in op een 5-puntsschaal, variërend van 1 (helemaal niet van toepassing) tot 5 (helemaal van toepassing). Een voorbeeld van een vraag is: Als dit kind verdrietig is, zal het troost bij me zoeken.
De vragen waren verdeeld over de dimensies nabijheid en conflict en voor elke dimensie werd een gemiddelde berekend. Zo ontstond een beeld van de kwaliteit van de relatie vanuit het perspectief van de leerkracht.
De leerkracht doet ertoe!
Wat ontdekten we? Kinderen die vaker werden afgewezen door hun klasgenoten hadden inderdaad een zwakkere taalvaardigheid. Maar dit gold alleen onder bepaalde omstandigheden: als er sprake was van weinig nabijheid tussen leerkracht en kind, en als er veel conflict was. Was de band tussen leerkracht en kind warm en vrij van conflict, dan was er dus geen negatieve samenhang tussen sociale afwijzing en taalvaardigheid. Dit zijn interessante bevindingen, omdat ze het beeld nuanceren dat sociale afwijzing altijd leidt tot taalachterstanden: het hangt ervan af hoe de relatie met de leerkracht eruitziet. Dat benadrukt hoe belangrijk jouw rol als leerkracht is.
Kleine gebaren maken een groot verschil in het ervaren van betrokkenheid
Een goede relatie met kinderen is dus een waardevolle strategie, zeker voor de kinderen die minder goed in de groep liggen. Natuurlijk is het met sommige kinderen makkelijker om een band op te bouwen dan met anderen. Toch loont het om bewust tijd en aandacht te besteden aan nabijheid en om conflicten in de relatie te vermijden. Onderzoek laat zien dat leerkrachten wel degelijk in staat zijn om leerkracht-leerlingrelaties effectief te verbeteren, maar hier soms een beetje hulp bij nodig hebben (Spilt e.a., 2025). Bovendien blijkt dat goede leerkracht-leerlingrelaties bijdragen aan een positief klasklimaat, waarvan alle kinderen van profiteren. Investeer dus in de band met de kinderen in je klas en draag op die manier bij aan zowel hun cognitieve als sociale ontwikkeling!
Verbeter de band met de kinderen in je klas
1. Toon betrokkenheid bij elk kind
Laat elk kind voelen dat het gezien wordt. Je kunt bijvoorbeeld korte één-op-één momenten inplannen tijdens het spelen, bij het lezen van een boekje of aan het begin van de dag tijdens een korte check-in. Kleine gebaren kunnen al een groot verschil maken in het ervaren van nabijheid en betrokkenheid.
2. Wees sensitief en observeer
Let goed op wat een kind doet en hoe het zich voelt. Benoem gevoelens en het gedrag dat je ziet, imiteer of volg het spel van het kind en wees alert op zijn of haar specifieke behoeften. Door actief te observeren en het perspectief van het kind in te nemen, ontstaat een basis van vertrouwen en emotionele veiligheid.
3. Cultiveer positieve gevoelens en empathie
Richt je aandacht op wat goed gaat en erken momenten van plezier en samenwerking. Maar wees ook eerlijk en erken negatieve gevoelens als die er zijn. Toon empathie bij problemen of moeilijkheden. Zo zoek je naar een balans tussen positieve en negatieve gevoelens en versterk je de band met het kind.
4. Reflecteer op de relatie en je eigen handelen
Sta stil bij de kwaliteit van de leerkracht-leerlingrelatie en het effect van moeilijk gedrag. Denk na of de relatie gekenmerkt wordt door nabijheid, conflict of afhankelijkheid. Voelt de leerling zich veilig bij jou in de klas? Kan de leerling jou gebruiken als veilige basis en haven? Reflectie helpt bij het aanpassen van je aanpak en bij het voorkomen van stress.
5. Gebruik methodieken en teamondersteuning
Beproefde methodieken zoals Samen-Spel (Vancraeyveldt e.a., 2016) kunnen helpen vastgelopen of conflictueuze relaties te herstellen. Daarnaast is het belangrijk dat de school een gezamenlijke pedagogische visie heeft die de waarde van warme leerkracht-leerlingrelaties erkent en ondersteuning biedt als dat nodig is.
- Chen, J., Justice, L. M., Rhoad-Drogalis, A., Lin, T. J., & Sawyer, B. (2020). Social networks of children with developmental language disorder in inclusive preschool programs. Child Development, 91(2), 471–487. https://doi.org/10.1111/cdev.13183
- Conte, E., Grazzani, I., & Pepe, A. (2018). Social cognition, language, and prosocial behaviors: A multitrait mixed-methods study in early childhood. Early Education and Development, 29(6), 814–830. https://doi.org/10.1080/10409289.2018.1475820
- Griffiths, S., Suksasilp, C., Lucas, L., Sebastian, C. L., Norbury, C., & SCALES Team. (2021). Relationship between early language competence and cognitive emotion regulation in adolescence. Royal Society Open Science, 8(10), Article 210742. https://doi.org/10.1098/rsos.210742
- Rubin, K. H., Bukowski, W. M., & Bowker, J. C. (2015). Children in peer groups. In R. M. Lerner, M. H. Bornstein, & T. Leventhal (Eds.), Handbook of child psychology and developmental science (Vol. 4, pp. 175–222). John Wiley & Sons.
- Sabol, T. J., & Pianta, R. C. (2012). Recent trends in research on teacher–child relationships. Attachment & Human Development, 14(3), 213–231. https://doi.org/10.1080/14616734.2012.672262
- Spilt, J. L., Borremans, L. F. N., Dieusaert, F., & Vancraeyveldt, C. (2025). An attachment perspective on dyadic teacher–child relationships: Implications for effective practice in early childhood education. Early Childhood Education Journal. https://doi.org/10.1007/s10643-025-01874-2
- Spilt, J. L., Koomen, H. M. Y., & Harrison, L. J. (2015). Language development in the early school years: The importance of close relationships with teachers. Developmental Psychology, 51(2), 185–196. https://doi.org/10.1037/a0038540
- Suggate, S., Schaughency, E., McAnally, H., & Reese, E. (2018). From infancy to adolescence: The longitudinal links between vocabulary, early literacy skills, oral narrative, and reading comprehension. Cognitive Development, 47, 82–95. https://doi.org/10.1016/j.cogdev.2018.04.005
- Van der Wilt, F., van der Veen, C., van Kruistum, C., & van Oers, B. (2019). Why do children become rejected by their peers? A review of studies into the relationship between oral communicative competence and sociometric status in childhood. Educational Psychology Review, 31(3), 699–724. https://doi.org/10.1007/s10648-019-09479-z
- Vancraeyveldt, C., Verschueren, K., Van Craeyevelt, S., & Colpin, H. (2016). Samen-Spel in de kleuterklas: Interventie voor het versterken van leerkracht-kindinteracties bij kleuters met externaliserend probleemgedrag. Caleidoscoop, 28(2), 28–33.
- Vygotsky, L. S. (1978). Mind in society: The development of higher psychological processes. Harvard University Press.