Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Taal
22/11/2022
Leestijd 4-6 minuten

Praten over boeken

Een voorleesactiviteit wordt naar een hoger niveau getild wanneer kinderen mogen meedenken en meepraten over het verhaal. Dialogische gesprekstechnieken kunnen hierbij helpen.

Save the children

In veel kleuterklassen is voorlezen een dagelijkse activiteit. En dat is niet voor niets! Voorlezen stimuleert de taalontwikkeling van kinderen. Wanneer je kinderen actief betrekt bij het verhaal en ze aanmoedigt om daarop te reageren, vragen te stellen en samen na te denken – interactief voorlezen –, krijgt de taalontwikkeling een extra boost.

Voorlezen stimuleert de taalontwikkeling van kinderen. Wanneer je kinderen actief betrekt bij het verhaal, krijgt de taalontwikkeling een boost

Interactief voorlezen
Maar hoe zorg je ervoor dat een voorleesactiviteit daadwerkelijk interactief wordt? Dat is nog niet zo gemakkelijk. Voorlezen kan al snel een meer passieve vorm aannemen: de leerkracht is vooral aan het woord en de kinderen luisteren (Milburn, Girolametto, Weitzman, & Greenberg, 2014). En als de leerkracht een vraag stelt, nodigt die meestal uit tot korte antwoorden, die de leerkracht vervolgens evalueert door aan te geven of het antwoord goed of fout is. Deze leerkrachtgestuurde gesprekken worden ‘monologische gesprekken’ genoemd. Een voorbeeld van een monologisch gesprek tijdens het voorlezen:

Juf Anne leest voor uit Het kartonnen kasteel.
Juf Anne: ‘Waarom zijn de kinderen blij?’
Tobias: ‘Omdat ze samen spelen.’
Juf Anne: ‘Ja, heel goed. Ze zijn blij dat ze weer samen zijn hè.’

Van monologisch naar dialogisch
Het voeren van monologische gesprekken is een manier om het begrip en de kennis van kinderen te controleren, maar voorlezen wordt pas echt interactief wanneer er geen monologische, maar ‘dialogische’ gesprekken worden gevoerd. In dialogische gesprekken reageren kinderen niet alleen op jou als leerkracht, maar gaan ze ook met elkaar in gesprek (Van der Veen, Van der Wilt, Van Kruistum, Van Oers, & Michaels, 2017). Het gesprek over Het kartonnen kasteel kan er dan heel anders uitzien:

Juf Anne: ‘Waarom zouden de kinderen blij zijn?’
Tobias: ‘Omdat ze samen spelen.’
Juf Anne: ‘Wat bedoel je precies?’
Tobias: ‘Nou, ze spelen samen en dat jongetje is niet meer alleen.’
Juf Anne: ‘Wie wil er iets toevoegen aan het antwoord van Tobias?’
Manou: ‘Hij voelt zich niet meer buitengesloten.’
Sam: ‘Ja, en daarom is iedereen weer blij. Want samen spelen is veel leuker!’

Figuur 1 – Mogelijke vragen/instructie per talktool

Zo stimuleer je dialogische gesprekken
Dialogische gesprekken ontstaan niet vanzelf. Belangrijk is om uitdagende vragen te stellen die kinderen stimuleren om hun ideeën te delen, te specificeren en te onderbouwen. Om leerkrachten te ondersteunen in het voeren van dialogische gesprekken is de interventie Model2Talk ontwikkeld. Model2Talk is gebaseerd op het werk van onder meer Michaels, O’Connor, Resnick, Mercer, en vele anderen (zie voor details: Van der Veen, 2017). Met Model2Talk leren leerkrachten om gesprekstechnieken, ook wel ‘talktools’, te gebruiken die ervoor zorgen dat gesprekken in de klas op een meer dialogische manier gevoerd worden (zie figuur 1 voor vijf talktools).

Uit eerdere studies is de effectiviteit van de Model2Talk-interventie gebleken: leerkrachten die kringgesprekken voerden aan de hand van Model2Talk bleken na afloop beter in staat om gesprekken op een dialogische manier te voeren. Ook is aangetoond dat Model2Talk een positief effect heeft op de mondelinge taalvaardigheid van jonge kinderen (Van der Veen, De Mey, Van Kruistum, & Van Oers, 2017; Van der Wilt, Bouwer, & Van der Veen, 2022). In het project ‘Praten over boeken’ hebben we gekeken hoe Model2Talk kan worden ingezet binnen het interactief voorlezen en wat dat oplevert voor de kwaliteit van interactief voorlezen en de taalontwikkeling van kinderen.

Praten over boeken: wat levert het op?
Met behulp van de talktools kun je oefenen met het dialogisch voorlezen van een prentenboek, maar wat levert dat precies op? In het project ‘Praten over boeken’ is het effect van het voeren van dialogische gesprekken tijdens het voorlezen onderzocht.

In dialogische gesprekken reageren kinderen niet alleen op jou als leerkracht, maar gaan ze ook met elkaar in gesprek

Opzet van het onderzoek
Gedurende zes weken lazen 21 kleuterleerkrachten van verschillende scholen wekelijks twee keer voor uit een prentenboek. Alle leerkrachten lazen dezelfde zes prentenboeken voor aan de hele klas. Een deel van de leerkrachten nam deel aan de interventiegroep en volgde voorafgaand aan de zes weken een workshop over het voeren van dialogische gesprekken. Daarnaast werden ze tijdens de voorleesweken gecoacht door een nascholer. De andere leerkrachten, de controlegroep, lazen voor op de manier zoals ze dat normaal ook deden.

Voor en na de zes weken waarin werd voorgelezen, zijn er individueel testen afgenomen om de taalvaardigheid van de kinderen te meten. De communicatievaardigheden werden gemeten met de Nijmeegse Pragmatiek Test. De woordenschat van kinderen werd gemeten door de kinderen te vragen de betekenis te geven van achttien woorden uit de prentenboeken die werden voorgelezen. Tot slot is het onderdeel ‘Verteltaak’ van de Taaltoets alle Kinderen afgenomen om de vertelvaardigheid van kinderen te meten. Met deze testen konden we het effect van de verschillende manieren van voorlezen met elkaar vergelijken.

Figuur 2 – Resultaten van de testen om taalvaardigheid te meten; linkerstaafje is vooraf, rechterstaafje is achteraf. Links is dialogisch voorlezen, rechts is voorlezen zoals altijd

Wat zijn de uitkomsten van dit onderzoek?
Er is geen verschil tussen de twee interventie- en controlegroepen. Wel laten de resultaten zien dat alle kinderen na zes weken significant vooruit zijn gegaan in communicatievaardigheden, woordenschat en vertelvaardigheid. Het interactief voorlezen van prentenboeken in de kleuterklas blijkt dus zelfs zonder de nadruk op het voeren van dialogische gesprekken een rijke context te bieden om taalontwikkeling van kinderen te stimuleren. Hoewel dialogisch voorlezen dus niet effectiever is dan interactief voorlezen, bevestigt dit onderzoek dat verschillende manieren van interactief voorlezen de taalvaardigheid van kinderen bevordert. Blijf dus vooral voorlezen en gebruik daarbij verschillende technieken om met kinderen in gesprek te gaan over het verhaal.

Hoe bereid je een voorleesactiviteit voor met Model2Talk?
De onderstaande stappen kunnen helpen bij het voorbereiden van een voorleesactiviteit waarbij de Model2Talk-gesprekstechnieken worden ingezet om het gesprek meer dialogisch te maken.
1. Boekkeuze en thema. Kies een prentenboek dat voldoende mogelijkheden tot gesprek biedt. Zo kan een gesprek over het boek Het kartonnen kasteel gaan over vriendschap, maar ook over bouwen met dozen. De activiteit inbedden binnen een lopend thema zorgt voor meer verdieping en betrokkenheid.
2. Welke talktools? Bedenk welke talktools je in wilt zetten in het gesprek, wanneer en met welk doel. Zeker wanneer je voor het eerst start met het voeren van dialogische gesprekken, is het aan te raden om te focussen op één of twee talktools. Zowel jij als leerkracht, als de kinderen kunnen zo gewend raken aan de gesprekstechniek(en).
3. Gesprekken voor, tijdens en na het voorlezen. Bedenk op welke momenten je gesprekken wilt voeren over de inhoud van het verhaal. Elk moment leent zich weer voor een ander type gesprek. Enkele suggesties:
Voor het voorlezen: het boek bekijken en samen nadenken waar het over zal gaan.
Tijdens het voorlezen: in gesprek gaan over gebeurtenissen in het verhaal, voorspellen hoe het verder zal gaan en gebeurtenissen in het verhaal koppelen aan eigen ervaringen.
• Na het voorlezen: terugblikken op het verhaal, reflecteren op de eerdere voorspellingen of in gesprek gaan over de boodschap van het verhaal.

De eerdergenoemde voorbeeldvragen bij de talktools kunnen helpen om het gesprek invulling te geven en op gang te houden. Het is dan ook handig om van tevoren na te denken over de (open) vragen die je wilt stellen.

Book iconLiteratuurlijst

• Boyd, M., & Kong, Y. (2015). Reasoning words as linguistic features of exploratory talk: Classroom use and what it can tell us. Discourse Processes, 54(1), 62-81. doi: 10.1080/0163853X.2015.1095596
• Milburn, T. F., Girolametto, L., Weitzman, E., & Greenberg, J. (2014). Enhancing preschool educators’ ability to facilitate conversations during shared book reading. Journal of Early Childhood Literacy, 14(1), 105–140. doi: 10.1177/1468798413478261
• van der Veen, C., van Kruistum, C., & Michaels, S. (2015). Productive classroom dialogue as an activity of shared thinking and communicating: A commentary on Marsal. Mind, Culture, and Activity: An International Journal, 22(4), 320-325. doi: 10.1080/10749039.2015.1071398
• van der Veen, C. (2017). Dialogic classroom talk in early childhood education. Academisch proefschrift. Vrije Universiteit Amsterdam.
• van der Veen, C., van der Wilt, F., van Kruistum, C., van Oers, B., & Michaels, S. (2017). MODEL2TALK: An intervention to promote productive classroom talk. The Reading Teacher, 70(6), 689-700. doi: 10.1002/trtr.1573. 18.
• van der Wilt, F., Bouwer, R., & van der Veen, C. (2022). Dialogic classroom talk in early childhood education: The effect on language skills and social competence. Learning and Instruction, 77. doi: 10.1016/j.learninstruc.2021.101522

Marije Korevaar

Sharisse van Driel

Sharisse van Driel is postdoc-onderzoeker bij het lectoraat Urban Care & Education van Hogeschool Windesheim.

Femke van der Wilt is universitair docent aan de Faculteit der Gedrags-en Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Chiel van der Veen

Femke van der Wilt