Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Rekenen
12/05/2026
•
Leestijd 4-6 minuten
•
Geschreven door Kirsten Heezius

Rekeninstructie in het spel

Rekenen gebeurt in de kleutergroep de hele dag door: in de bouwhoek, tijdens het opruimen en midden in het spel. Geweldige momenten om rekenvaardigheden verder te stimuleren. Maar hoe help je kinderen verder in hun rekenkundig denken zonder dat je het spel overneemt? Ontdek hoe verschillende vormen van instructie kunnen aansluiten bij betekenisvol reken-wiskundeonderwijs.

Save the children

Jonge kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Ze willen begrijpen hoe de wereld om hen heen werkt. Vanuit wat zij thuis en op school meemaken, ontstaat hun belevingswereld. Daarin groeit hun aandacht voor van alles wat ze tegenkomen en ontwikkelen zich spelenderwijs ook reken-wiskundige interesses. Die sluiten aan bij wat kinderen bezighoudt en wat zij in hun dagelijkse leven ervaren.

Als leren aansluit bij die interesses, hun spel en wat kinderen op dat moment onderzoeken, krijgt het betekenis. Leren staat dan niet los van de situatie, maar maakt er deel van uit. Juist die verbinding zorgt ervoor dat kinderen niet alleen nadoen, maar begrijpen wat ze doen. Dat noemen we betekenisvol leren bij jonge kinderen (Van Oers, 2003).

Instructie die aansluit

Daarom helpt het om niet meteen te beginnen bij de instructie zelf, maar eerst te kijken: waar is dit kind op dit moment mee bezig, en hoe kun je daarbij aansluiten zonder het ontdekkende en betekenisvolle karakter van hun spel te verliezen? Juist omdat betekenisvol leren vraagt om aansluiten bij wat kinderen laten zien, ontstaat de vraag hoe je daar als leerkracht op inspeelt.

Vanuit die basis ontstaat de vraag naar instructie. Niet óf je dat geeft, maar welke vorm op dat moment helpend is om het reken-wiskundig denken van kinderen te verbreden en te verdiepen. Zo krijgt instructie een ondersteunende rol: gericht op het versterken van betekenisvol leren, niet op het los aanbieden van nieuwe kennis (Van Luit et al., 2025).

In de praktijk gebeurt dat vaak al: door mee te spelen, een gerichte vraag te stellen of iets te ordenen. Toch herkennen we deze handelingen niet altijd als instructie.

Kleuters bouwen rekenbegrip vooral op door te handelen

Drie vormen van instructie
Rekeninstructie in de kleutergroep kent geen vaste vorm en sluit op verschillende manieren aan bij betekenisvol leren. Daarbij onderscheiden we drie vormen van instructie, zoals beschreven in de NRO-leidraad Betekenisvol en doelgericht reken-wiskundeonderwijs in groep 1-2; banende, structurerende en expliciete instructie (Van Luit et al., 2025). Deze driedeling biedt taal om te onderzoeken wat op welk moment helpend is bij het verdiepen van rekenbegrip.
Soms beweeg je mee in het spel en geef je ruimte (banende instructie), soms bied je structuur en houvast (structurerende instructie), en soms is een korte, expliciete verduidelijking precies wat een kind nodig heeft (expliciete instructie). Het gaat niet om een stappenplan, maar om manieren van begeleiden die passen bij verschillende momenten en behoeften.
Dat is belangrijk, omdat wat een kleuter doet niet altijd laat zien wat het al begrijpt. Rekeninstructie bij kleuters gaat daarom niet alleen over uitleg of kennisoverdracht, maar ook over het begeleiden van denkprocessen: helpen ontdekken, ordenen, verwoorden en betekenis geven. Zo bouwen kinderen stap voor stap rekenbegrip op.

Doen is niet automatisch begrijpen
Kleuters bouwen rekenbegrip vooral op door te handelen: door te vergelijken in de bouwhoek, te verdelen in de huishoek, te tellen tijdens het opruimen of te onderhandelen in het spel. Ze denken met hun handen, taal en bewegingen.
Tegelijk zit daar een uitdaging. Een kind kan heel vaardig meedoen in een spelhandeling, zonder dat het onderliggende begrip al stevig is opgebouwd. Zo kan een kleuter ‘meetellen’ omdat het rijtje bekend klinkt, maar nog niet echt begrijpen wat tellen betekent of waar het getal voor staat.
Goede rekeninstructie vraagt daarom steeds om afstemming: wat past bij het kind en bij de situatie? Wat laat dit kind zien? Begrijpt het wat het doet, of loopt het denken ergens vast? En wat helpt nu om een volgende stap te zetten?

Zo stem je af met je instructie
Soms is een gerichte vraag al genoeg (banende instructie). Als kinderen in de bouwhoek zeggen: “Deze toren is hoger!”, kun je vragen: “Hoe weet je dat zeker?” of “Zullen we ze eens naast elkaar zetten?” Zo geef je ruimte aan hun denken, zonder het spel over te nemen. Merk je dat die ruimte alleen nog niet voldoende is? Dat kinderen zoeken, dat het overzicht ontbreekt, of dat het spel soms vastloopt? Dan kun je meer houvast bieden (structurerende instructie). Je geeft dan gerichte aanwijzingen of voegt structuur toe, waardoor het spel weer verder kan gaan.

Van zelf proberen naar samen: met gerichte ondersteuning helpt de leerkracht kinderen om de stippen op volgorde te leggen en het tellen te verdiepen.

In de huishoek verdelen kinderen koekjes. Ondanks jouw vragen blijft het oneerlijk uitkomen. Je besluit meer structuur te bieden en legt voor ieder kind een bordje neer. Samen verdelen jullie de koekjes: “Zullen we eerst bij elk bordje één koekje leggen? Is er voor iedereen één?”
Merk je dat je banende en structurerende instructie in het spel nog niet voldoende is? Neem dan een klein groepje apart. Niet als vervanging van het spel, maar om samen stil te staan bij wat nog onduidelijk is. Bijvoorbeeld als het tellen nog niet klopt met wat het kind aanwijst. Je telt samen hardop en wijst bij elk telwoord één koekje aan: “Dit koekje is één… dit is twee… en dit is drie. Doe je mee? Dan tellen we samen nog een keer.”

De kracht van een goede rekeninstructie ligt in meebewegen

Schakelen in het moment
Wie met jonge kinderen werkt, herkent hoe verschillend momenten kunnen zijn. Het ene kind heeft ruimte nodig om te ontdekken, het andere zoekt houvast. Dat schakelen hoort bij ons vak.
In dat schakelen verken je steeds opnieuw wat een kind laat zien en verbind je dat met wat er in het spel gebeurt. Juist in dat verbinden ligt de kans om instructie betekenisvol te laten worden. Als instructie voortbouwt op wat kinderen al doen en denken, verdiept het begrip zich binnen de situatie zelf (Van Luit et al., 2025). Zo versterken banende en structurerende instructie het denken binnen het spel.
Expliciete instructie heeft daarin ook een plaats, maar staat niet los van het spel; die groeit eruit voort. Het kringmoment of de aparte activiteit komt dan voort uit observatie en afstemming.

Zo voorkom je dat instructie een losse activiteit wordt naast het spel. In plaats daarvan beweegt instructie mee: eerst in het spel met banende en structurerende instructie, waar het leren betekenis krijgt, en waar nodig daarna explicieter. In dat meebewegen ligt de kracht van een goede rekeninstructie bij jonge kinderen.

Zo stem je je instructie af in het spel

  • Kijk eerst goed: wat doet en denkt het kind?
  • Stel gerichte vragen, bijvoorbeeld: “Hoe zou dat kunnen?” en “Wat zie je nu gebeuren?”
  • Geef houvast indien nodig: orden, leg neer of doe voor.
  • Verwoord het denken: benoem en wijs aan wat je doet.
  • Schakel bewust: van ruimte geven → naar structuur → naar uitleg
  • Blijf dicht bij het spel: laat instructie ontstaan vanuit wat er gebeurt.

Kleine interventies, groot rekenbegrip
In de praktijk blijkt expliciete instructie vaak een vorm die duidelijk en overzichtelijk te organiseren is. Banende en structurerende vormen van instructie krijgen daardoor soms minder expliciet aandacht, terwijl juist in het spel veel kansen liggen om het denken te verdiepen.
Door deze vormen van instructie te benoemen, ontstaat er taal om samen te kijken. Je staat bewuster stil bij wat je al doet en kunt gerichter aansluiten bij wat kinderen in hun belevingswereld bezighoudt. Zo verdiept en verbreedt rekenkennis zich, midden in het spel waar leren betekenis krijgt. Het helpt om met collega’s te onderzoeken: wat gebeurde hier, en waarom werkte dit voor dit kind?

Rekeninstructie vraagt om aandachtig kijken en afstemmen in het moment, en om vertrouwen in wat er in het spel zichtbaar wordt. Juist als je aanwezig bent in het spel, kun je banend en structurerend aansluiten. Van daaruit wordt zichtbaar wat eventueel nog expliciet nodig is.

Vooruitblik
Dit artikel is het eerste deel van een drieluik. In het volgende artikel zoomen we verder in op banende rekeninstructie: hoe ziet deze vorm van instructie er in het spel uit en wat kan het betekenen voor het rekenbegrip van kleuters, midden in hun spel.

Book iconLiteratuurlijst

Kirsten Heezius

Kirsten Heezius is onderwijsadviseur bij de Rolf groep en gespecialiseerd in reken-wiskundeonderwijs bij jonge kinderen, waarbij kijken naar kinderen en betekenisvol leren centraal staan.