Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
12/11/2020
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Aleid Truijens

Uitzonderlijk?

Dochter van drie bouwt in haar eentje een fantastisch Duplo-huis, met ingerichte kamers. De poppetjes voeren hele gesprekken. Knap, hè? Zoon van vijf maakt met K’nex-staafjes een zandhapper die echt kan happen. En hij schrijft zijn naam al! In spiegelbeeld. Het kleintje van twee kent al alle kleuren, nou ja, meestal. Maar het nichtje van vijf speelt viool, al klinkt dat gekras op dat miniviooltje tergend. O, jee, had die van ons misschien ook al op muziekles gemoeten?

Save the children

Er is bijna geen ouder die er níet mee bezig is: is mijn kind wel slim of getalenteerd genoeg? Loopt het niet achter? Niet dat we allemaal denken dat ons grut hoogbegaafd is. Uitzonderlijk talent is zeldzaam, of het nu gaat om voetballen, muzikaliteit of intellect. Niet elk kind kan een Johan Cruyff of Vera Beths worden, of hoogleraar relativiteitstheorie aan Harvard.
Maar een óndergemiddeld begaafd kind, dat willen we niet. Waarom eigenlijk niet? Wie even nadenkt, snapt dat niet iedereen bovengemiddeld kan zijn. De wereld heeft alle soorten mensen nodig. Kappers, bakkers, loodgieters, monteurs en verzorgenden zijn onmisbaar, en betekenen veel voor anderen. De meeste mensen zijn tamelijk gemiddeld. Waarom onze kinderen dan niet?
Het is liefde natuurlijk. We houden heus niet minder van een kind dat niet superslim is, of een beetje traag. Maar we willen het beste voor onze kinderen. Dat is voor de meesten toch een hoog opleidingsniveau, dat toegang geeft tot de best betaalde banen. Daarom is het dringen aan de poort van de havo-vwo-scholen. En daarom worden er snel diagnoses geplakt op een kind dat een beetje afwijkt van de norm, of worden er hulptroepen ingeschakeld. Ons kind is niet dom; het heeft een afwijking waaraan het geholpen moet worden!
Dat ouders zo ‘hoog’ mogelijk inzetten, is begrijpelijk: hoogopgeleiden hebben in onze samenleving veel voordelen: ze zijn rijker, gezonder, leven langer en zijn volgens onderzoekers ook nog eens gelukkiger. Niet eerlijk, nee.
Het zijn wijze woorden, van Martine Delphos in dit nummer (p. 6): ‘Benoem wát je ziet dat het kind ontwikkelt en niet hoe het is in vergelijking met anderen.’ Leer je kind kennen, met al zijn rare, leuke en lieve eigenschappen. Vergelijk het niet met dat van de buren.
Het vervelende is: dat is precies wat het onderwijs wél doet: kinderen voortdurend met elkaar vergelijken, vanaf de kleutertijd. Jarenlang wordt bijgehouden en gerapporteerd of het kind voor- of achterloopt, waar het staat ten opzichte van het gemiddelde, of het erboven of eronder scoort. Zo zetten we kinderen onbewust in een ratrace tegen elkaar op. Niet zo gek dat ouders daar zenuwachtig van worden, en die spanning overdragen op hun kinderen. Dat voortdurende testen en ranken zou best eens wat minder mogen.
Thuis loop je geen ratrace. Thuis doe je met kind de dingen waarvan je samen blij wordt, en waardoor je elkaar leert kennen. Ouders zouden zich thuis niet hoeven te bekommeren om achterstanden. Praat, speel, sport, dans, zing, knutsel, lees voor, maak muziek, leg puzzels. Van aandacht, liefde en lol groeit ieder kind.

Aleid Truijens