Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
19/09/2019
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Aleid Truijens

Superdivers

Aan de kinderen ligt het niet. Die maakt het niet uit of de klasgenoot met wie ze een puzzeltje maken, koken, timmeren of ruzie maken Marokkaanse of Ghanese ouders heeft, of twee moeders, of ouders die arm of rijk zijn, diepreligieus of antireligieus. Voor kinderen is het zoals het is. Ze spelen gewoon, vinden elkaar lief, zijn jaloers of vechten een robbertje. Zo zijn kinderen, altijd en overal.

Save the children

Kinderen malen zelf ook niet om labels als ADHD of ASS, tenzij volwassenen daarop hameren. Het bewustzijn van achtergronden, waardoor we kinderen verschillend benaderen, zit in óns hoofd. Hoogste tijd dat het daar weggaat.
Ik vind het geruststellend dat uit onderzoek blijkt dat je als leerkracht niet zoveel hoeft te doen om kinderen te laten ‘verbinden’, behalve ze te stimuleren, te bemoedigen en onder te dompelen in taal (zie het openingsartikel op pagina 6).
Toch klinkt dat makkelijker dan het is. Het is kennelijk moeilijk om géén andere – lagere – verwachtingen te koesteren van kinderen die afwijken van de hoofdmoot, of van jezelf. Onlangs las ik in de Volkskrant een interview met Tweede Kamerlid Achraf Bouali, die van Marokkaanse afkomst is. In groep 8 kreeg hij een lts- (nu vmbo-p-)advies. ‘Met duwen en trekken heeft mijn moeder er nog mavo van weten te maken’, vertelt hij. Via de havo belandde hij, dankzij een opmerkzame lerares Frans, op het vwo, daarna ging hij naar de universiteit.
Dit is de route die in Nederland vrijwel elke allochtone politicus, burgemeester, schrijver of wetenschapper zegt te hebben doorlopen. Op de basisschool geloofde niemand dat ze slim waren, omdat hun Nederlands gebrekkig was. Zij werden met liefde onderschat, het was zielig als ze ‘op hun teentjes moesten lopen’.
Leerkrachten in de onderbouw geven geen schooladviezen, maar je kunt je niet vroeg genoeg bewust zijn van goedbedoelde vooroordelen. Gelukkig verandert er vanzelf iets, simpelweg door de macht van het getal. Als je in een stad 180 nationaliteiten hebt, inwoners met alle mogelijke godsdiensten en uit alle inkomensgroepen, én in elke klas tien kinderen met een ‘label’, dan is afwijken ineens gewoon. Afwijken van wie? Op zo’n ‘superdiverse’ school kun je net zo goed ophouden met onderscheid te maken. Heel verfrissend.
Helaas zijn de scholen in onze superdiverse steden doorgaans nog niet zo superdivers. Vaak overheersen kinderen van één geloof, type herkomst of sociaal milieu. Mensen kruipen graag gezellig bij elkaar, en ons onderwijssysteem laat dat ook toe. Zo krijgen veel kinderen vanaf hun peutertijd een beperkt zicht op de werkelijkheid.
Maar laten we niet somberen. Ik zie een hoopgevende ontwikkeling: de omslag van denken in beperkingen en achterstanden naar denken in mogelijkheden en talenten. Waarom zou je de toekomst van mensen willen voorspellen en bepalen? Geef ieder kind de kans om te worden wie het is.

Aleid Truijens