Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
17/10/2019
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Aleid Truijens

Schipperen

Ik voel de schaamte nóg. ‘Dus dat is beloofd, Aleidje, dat je de volgende keer je rekensommen niet meer overschrijft?’ Geknakt zat ik naast mijn moeder, tegenover de juf. Ik knikte bibberig, niet in staat tot praten. Het gesprek kon ook gaan over mijn weigering om in de pauze buiten te spelen – uit angst voor de pestkoppen – of om het stiekem lezen, tijdens aardrijkskunde, van kinderboeken die uit mijn laatje staken.

Save the children

‘Op gesprek’ komen bij de leerkracht betekende in mijn jeugd foute boel. Dat je aan één oor naar school werd gesleurd – figuurlijk, want mijn moeder was te lief voor die gebruikelijke wreedheid – om ten overstaan van de twee belangrijkste vrouwen in je leven je wandaden te bekennen. Dat overschrijven van sommen was trouwens een topdeal: het rekengenie mocht bij mij afkijken bij dictee.
Ik had liever dat school en thuis gescheiden werelden bleven. Míjn werelden. Als mijn moeder mee op schoolreisje ging, schaamde ik mij voor haar. Omdat ze keihard liedjes zong die ik thuis zo mooi vond, om de kleren die ze droeg, om haar haar dat al een beetje grijs werd, zelfs om haar hartelijkheid. Maar tegenover mijn moeder schaamde ik mij voor de juf, die zo harteloos haar kind afkamde. Thuis verdedigde ik diezelfde juf fel tegenover mijn vader, die vond dat wij op school te weinig leerden. Het was altijd schipperen.
Tegenwoordig begrijp ik wel dat betrokkenheid tussen ouders en leerkrachten van groot belang is voor de ontwikkeling van een kind. Al is het maar om over en weer te zien dat iemand uit een andere cultuur of sociale groep ook maar een mens is die het goed bedoelt.
Ik begrijp ook de irritatie van leerkrachten over ouders die ‘erbovenop’ zitten en speciale aandacht eisen voor hun hoogst bijzondere kind. Of die, nog erger, op hoge toon of met gebalde vuisten verhaal komen halen voor vermeend onrecht dat hun lieveling is aangedaan. Blijf dan maar eens rustig.
Maar ik begrijp net zo goed de machteloze woede van ouders die merken dat hun kind niet wordt gezien, wordt onderschat of juist onder druk gezet, of dat zijn talenten en eigenaardigheden niet worden erkend. Ouders kennen hun kind nu eenmaal het beste. Het valt niet mee om het liefste wat je hebt uit handen te geven aan een professional met andere ideeën. ‘Pas nu ik zelf kinderen heb, snap ik waarom ouders zo kunnen zeuren’, zei een basisschooljuf eens tegen mij.
Mijn hart ligt bij dat kind en zijn botsende loyaliteiten. Voelt dat zich behaaglijk bij het contact tussen zijn ouders en de juf? Of voelt het zich klemgezet tussen de juf die hij bewondert en de ouders van wie hij houdt? De kinderwereld is minder wreed dan vroeger, maar dit dilemma blijft.

Aleid Truijens