Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
02/03/2020
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Aleid Truijens

Nadia en Fleur

Mo is vijf. Hij kan bouwen als de beste. Machtige kastelen en piratenschepen komen uit zijn handen. Niks mis met zijn fijne motoriek. Praten gaat wat minder. Mo kan niet goed tellen, en hij verwisselt de kleuren groen en blauw. Hij weet niet wat een ‘vensterbank’ is, en een ‘bezem’. De andere kleuters lachen hem uit. Domme Mo! Mo is een kind met een taalachterstand.

Save the children

Nadia is elf. Ze houdt van zingen en toneelspelen; als een diva werpt ze haar hoofd achterover. Ze kwebbelt als een ratelslang. Als je goed luistert, hoor je dat Nadia ‘die liedje’ zegt, en ‘een leuke weekend’. Ze kent het woord ‘bemoeien’ niet, ze denkt dat het ‘moe worden’ betekent. Haar vriendinnen vinden dat grappig. Gekke Nadia! Nadia is een kind met een taalachterstand.
Is dat wel zo? Vergeleken met wie? Het gemiddelde Nederlandse, autochtone kind? Mo en Nadia zijn tweetalige kinderen; zij moeten twee talen leren in dezelfde tijd. Misschien kennen ze in hun thuistaal bovengemiddeld veel woorden, en weten ze wel wat ‘groen’ en ‘bemoeien’ betekent. Als het tempo waarin ze Nederlands leren doorzet, en ze gestimuleerd worden, beheersen ze binnen een paar jaar twee talen perfect.
Ook Nadia’s klasgenoot Fleur had tot haar tiende een taalachterstand. Ze verhaspelde woorden en maakte incomplete zinnen. Ook bij haar ging dat over, met behulp van een psycholoog. Nadia en Fleur maken de Citotoets even goed. Toch is de kans groot dat Nadia aan het eind van groep 8 een vmbo-advies krijgt, en Fleur een havo/vwo-advies. Fleur haalt, met behulp van bijles, een vwo-diploma. Nadia ‘klimt’ niet na het vmbo, dat ze met twee vingers in de neus doorloopt.
Onze Onderwijsinspectie waarschuwt er al jaren voor: kinderen krijgen in Nederland niet allemaal dezelfde kansen op school. De kansenongelijkheid is bij ons groter dan in andere landen. Een kind van hoogopgeleide ouders heeft een tweemaal zo grote kans op een havo/vwo-advies als een even slim kind van laagopgeleide ouders.
We selecteren kinderen al jong, in groep 8. Dan voorspellen we hun toekomst. Daar gaat het regelmatig mis. Mensen, ook leerkrachten, hebben vooroordelen, onbewust, en vaak met de beste intenties. Ze gaan er soms onbedoeld van uit dat iemand die het Nederlands niet helemaal beheerst, minder slim is. Of dat een kind dat thuis weinig steunt krijgt, beter een treetje lager kan worden ingedeeld.
Het is lief bedoeld, maar het is een denkfout: als Nadia en Fleur dezelfde Citoscore hebben, heeft Fleur die gehaald dankzij alle hulp van haar ouders, en de hoge verwachtingen, en Nadia ondánks het gebrek aan steun en haar tweetaligheid. In Nadia’s capaciteiten kun je dus alle vertrouwen hebben. Geef haar de kans om die te tonen; frustreer haar niet.
Het vergt een kleine omslag in het denken. Ook al bij peuters en kleuters. Kinderen uit andere taalgebieden zijn geen achterlopers, maar super-taalverwervers die razendsnel een vreemde taal oppikken. Zielig zijn ze niet, zolang de juf of meester maar in hen gelooft.

Aleid Truijens