Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
18/02/2021
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Aleid Truijens

Kwispellezen

‘Kwispellezen’, wat een prachtig woord. Ik denk meteen aan het grote geluk van een boek lezen dat zo mooi of zo spannend is dat je er volledig in verzinkt. Of aan kinderen die opveren als ze een goed verhaal horen, ademloos luisteren of het druk navertellen. Een kind dat helemaal ‘in’ een verhaal zit, iets mooiers is er niet. Daar ga je, inwendig, enorm van kwispelen.

Save the children

Maar het is iets anders, kwispellezen: voorlezen aan een hond. Voor wie nu denkt: gekker moet het niet worden, het helpt echt. Het is onderzocht. Beginnende lezers met een leesachterstand en kinderen die zich thuis niet tot lezen kunnen zetten, gaan met meetbare sprongen vooruit als ze dagelijks hun hond voorlezen. Heb je geen hond, of loopt-ie weg? Dan is er de digitale hond Flex, een schat van een vuilnisbakkie met grijze krulletjes, die aandachtig luistert naar lezende baasjes en enthousiast kwispelt.
‘De narratieve didactiek van het vertellen’ werkt goed bij kleuters, lees in deze HJK. Daar kan ik me alles bij voorstellen: kinderen worden aangemoedigd om zelf verhalen te vertellen. Sommigen vertellen met verve over een gebeurtenis, met de juiste woorden, geluiden en gebaren, een verhaal met een kop en een staart. Anderen vertellen een onsamenhangend verhaal, in brokstukken, met onhandige omschrijvingen – heel aandoenlijk. Maar het wijst erop dat ze te weinig zijn voorgelezen.
Bij het voorlezen leren kinderen nieuwe woorden en doen ze kennis op over dingen die ze nooit hebben meegemaakt. Ze worden er ook volleerde dramaturgen door. Ongemerkt leren ze technieken als verhaalopbouw, spanningsboog, ‘plot’, cliffhangers, climax en anticlimax. Die gebruiken ze dan weer zelf, want het is geweldig als anderen aan je lippen hangen. En ja, ook dat is door onderzoekers aangetoond.
Van het meeste onderzoek over lezen ga ik niet kwispelen. Bijvoorbeeld van de vaststelling dat Nederlandse kinderen de grootste hekel aan lezen hebben van alle kinderen in de wereld. En dat een kwart van onze vijftienjarigen semi-laaggeletterd is; ze lezen niet goed genoeg om in de maatschappij te functioneren. Een kwart! Dan doen we, thuis en op school, toch iets niet helemaal goed.
En dat begint al vroeg. Baby’s en peuters die vaak worden voorgelezen vinden dat leuk en beginnen met een talige voorsprong op school. Ze kennen meer woorden, ze begrijpen emoties en abstracties beter. Ze leren sneller lezen, zijn er goed in, waardoor ze het steeds leuker gaan vinden en er nóg beter in worden. Ze ontwikkelen meer empathie, kennis en mensenkennis. En, treurig, maar waar, ze krijgen later de betere banen.
Bij lezen gaapt er een kloof rijk en arm, en niet altijd in financiële zin. De ‘rijken’ worden rijker, de ‘armen’, die niet van lezen houden en het mijden, worden armer. Kinderen van ouders die nooit voorlezen en nooit boekjes kopen, lopen die achterstand moeilijk in.
Het goede nieuws is: we kunnen er iets aan doen. School is de plaats waar je álle kinderen aan het lezen krijgt. Gewoon doen: voorlezen en vrij laten lezen. Elke dag. Totdat iedereen zit te kwispelen.

Aleid Truijens