Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
01/02/2022
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Aleid Truijens

Koza, geit

Eigenlijk vergeet ik altijd dat ze tweetalig zijn, mijn kleinkinderen. Mijn schoonzoon is Pools. Hij groeide vanaf zijn peutertijd op in Nederland; thuis bleef hij met zijn ouders Pools spreken. Omdat hij een feilloze Nederlandse taalgebruiker is, de taal waarin hij met mijn dochter kletst, grapjes maakt, boeken leest, gestudeerd heeft en werkoverleg voert, zou je vergeten dat Pools zijn moedertaal is. Toch is het zo.

Save the children

Die moedertaal, de taal van zijn hart, spreekt hij als hij met G. (4), M. (3) en T. (1,5) alleen is. Zij antwoorden dan in het Pools. Ik versta het niet, maar ik weet wat ze zeggen: ‘Mag ik mijn Paw Patrol-pyjama aan?’ ‘Zullen we het Duplo-kasteel afbouwen?’ Zodra hun moeder erbij is, of wij, of vrienden, praat iedereen weer Nederlands.
Ik vind het razend knap van die kleintjes, dat vloeiende Pools uit hun mondjes. In hun Nederlands klinkt geen sprankje Pools door. Bijna nooit halen ze de twee talen door elkaar. Eén keer deed G. dat, toen ze in paniek was. Het was in de kinderboerderij. Gillend rende ze op me af: ‘Die cosa wou me opeten!’ Cosa? Ik zag een geit die haar grimmig nastaarde, de horens naar voren. Sindsdien ken ik één Pools woord: ‘koza’: geit. Op zoek naar bescherming week G. uit naar de taal van haar vader.
De tweetaligheid van mijn kleinkinderen was reden mij te verdiepen in meertaligheid, de voor- en nadelen. Die laatste zijn er eigenlijk niet, zoals ook blijkt uit het interessante artikel in deze HJK (p. 6). Mijn kleintjes zijn ‘simultaan meertalig’ weet ik nu; ze krijgen vanaf de geboorte beide talen volledig aangeboden.
Meertaligheid is een zegen, daarover zijn wetenschappers het eens. Hersenen zijn ervoor gemaakt; ze weten de talen goed te scheiden, ook als het er drie of vier zijn. De talen ‘verdringen’ elkaar niet, ontwikkelen zich niet koste van elkaar en brengen het kind niet in verwarring.
Meertaligheid doet de hersenen groeien. Ons brein is niet zoiets als een harde schijf die op een zeker moment vol is; het heeft een eindeloze souplesse. Onderzoekers zagen bij meertaligen een toename van de hippocampus en verdikkingen in de hersenschors, de delen zie zorgen voor het geheugen, analyse en interpretatie. Wonderbaarlijk, maar prachtig.
Voorwaarde is wel dat kinderen in beide talen een rijk aanbod krijgen. Als dat niet lukt, is het belangrijk dat ze ten minste één taal goed leren. Ouders kunnen het beste met hun kinderen de taal spreken die zij het beste beheersen. Kinderen die één taal goed spreken, leren er met gemak nog een of meer bij.
Twee talen half, of op een laag niveau leren, dat is geen goed idee. Daarom was het in de vorige eeuw ook zo’n misvatting dat je van migrantenouders zou moeten eisen thuis Nederlands met hun kinderen te spreken. Ouders gaven zo hun gebrekkige Nederlands door, en kinderen werden daardoor als ‘achterstandsleerling’ of zelf als minder intelligent beschouwd.
Gelukkig zijn we van die dwaling teruggekomen. Mijn kleinkinderen hebben geen taalachterstand, maar een in de schoot geworpen voorsprong. Het zijn supertaalverwervers. Gratulacje!

Aleid Truijens