Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
30/08/2021
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Aleid Truijens

Kind zien in lastpak

‘Ha meneer P.!’ Het overkomt R., mijn man, regelmatig. In de supermarkt, of het voetbalstadion. Een enthousiaste twintiger of dertiger, die ooit in de afgelopen twintig jaar bij hem in de klas zat, spreekt hem aan. ‘Hé, hallo!’, zegt R. ‘Hoe gaat het met je?’ Hij graaft in zijn geheugen. Het gezicht komt vaag bekend voor, maar de naam en persoonlijke details zijn weggezakt.

Save the children

Zij weten natuurlijk nog álles van hem. Hoe hij meefietste met de brugpiepers en mee uitging tijdens de Rome-reis. Zijn flauwe grappen. Zijn gedram over spelfouten. Hoe hij je, getergd, de klas uitstuurde, of verdedigde bij de directeur. De spreekbeurt die je mocht houden toen je uit de kast kwam. Zo’n leerkracht vergeet je niet. Ik kan mijn leerkrachten ook nog allemaal uittekenen. Maar ja, je hebt maar een beperkt aantal leerkrachten in je leven. De leerkracht heeft acht klassen per week, en elk jaar een nieuwe lichting.
Leerkrachten maken vaak het verschil in een kinderleven. Die juf die je op schoot nam toen je verschrikkelijk huilde op je eerste schooldag. De meester die zag dat je gepest werd en de pestkop aansprak, en niet zei dat jij het ook wel uitlokte. De gymleraar van wie je níet, met doodsverachting, op de hoogste tree van het wandrek hoefde te staan. De juf die niet doorvertelde dat je tijdens het schoolreisje in je bed had geplast. Die je met rust liet toen je verdrietig was na de scheiding van je ouders. Of die zag dat je misschien niet zo goed was in rekenen, maar wel geweldig kon tekenen. Deze mensen speelden een sleutelrol. Ze hebben je gezien.
Vaak zijn het, naast ouders, de belangrijkste volwassenen in je leven. Ik moet altijd denken aan een autobiografische scène bij de schrijver Philip Roth. Zijn alter-ego Alexander is er als kleuter van overtuigd dat de juf en zijn moeder één en dezelfde persoon zijn, in vermomming. Samen zijn verzorgster, zijn voedster, zijn politieagent, zijn redder, zijn troosteres, zijn liefde, zijn vrees. Zij maken en breken hem.
Dat schept een grote verantwoordelijkheid. Mij lijkt dit het allermoeilijkste aan het leerkracht zijn: recht doen aan ieder kind. Bij sommige kinderen is dat niet moeilijk. Het zijn de kinderen die meestal vrolijk zijn, die geconcentreerd spelen of werken, alleen of met anderen, in harmonie. Die verhalen vertellen in de kring, geboeid luisteren naar anderen. Zo’n kind vergeef je het graag als hij of zij een keer geen zin heeft, boos of geprikkeld is.
Maar hoe doe je een kind recht dat zich zelden leuk gedraagt? Dat chronisch boos is, en vaak anderen slaat, uitscheldt of pest? Of overal doorheen tettert, geen seconde stilzit, en dingen kapotmaakt? Zo’n kind trekt alle energie uit je weg. De juffen en meesters die snappen waarom een kind zich zo gedraagt, die rustig blijven en het niet afwijzen, die het kind blijven zien in de lastpak, dat zijn de allerbesten. Zij verdienen de eeuwigheid – in het geheugen van hun volwassen leerlingen.

Aleid Truijens