Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
03/09/2024
•
Leestijd 2-3 minuten
•
Geschreven door Aleid Truijens

Donderstenen

Hij had het er al maanden over. Dat hij na de zomervakantie, als hij zóveel jaar was – handje minus duim – naar de Grote School zou gaan. Eindelijk.

Save the children

Want de peutergroep vond T., onze jongste klein­zoon, ineens maar niks. Die was ‘voor baby’s’. Ze zongen er babyliedjes, crossten rond op babyfietsjes, gooiden babyachtig met hompen klei en krasten hun baby­ tekeningen vol. Jarenlang had hij er enthousiast aan meegedaan, maar nu keek hij er diep op neer. T. was, verzekerde hij ons tien keer per dag, nu een gróte jongen. Hij leek inderdaad zichtbaar te groeien.

Opeens kon hij zichzelf aankleden, ging hij naar de wc en sliep hij zonder luier. Hij kreeg geduld voor spelletjes en kieperde bij verlies niet huilend het spelbord om. Zijn zinnen begonnen met ‘Stel je voor dat…’ en ‘Ik herinner me…’ Als het ging over P., het meisje op wie hij volgens zijn broer ‘verliefd’ was, bloosde hij – nooit eerder gezien. De romige, bonkige peuter was zomaar verdwenen, en herboren in een dun, spraakzaam en dapper schoolkind.

Wij, opa en oma, hadden de eer T. te mogen brengen op zijn eerste middag wennen op de basisschool. Met kloppend hart stond ik bij de deur van de klas; zijn handje was zweterig geworden door míjn klamme hand.

Je lichaam bewaart pijnlijke herinneringen beter dan je geest. Het was een beladen moment, van lang geleden.

Kijkend naar de rug van mijn weglopende, kleiner wordende moeder, plette ik mij krijsend tegen het raam van het kleuter­ lokaal. Mama liet mij zomaar achter! Voor altijd! Ook bij mijn eigen kinderen waren er smartelijke taferelen bij het afscheid. T. deed niet aan die flauwekul. School was cool, had hij besloten.

De juf, die hij kende van zijn grote zus, verwelkom­ de hem met open armen. T. rende op haar af en liet zich naar zijn plaats brengen, naast zijn vriend. Hij had geen oog meer voor ons. Hij straalde: hier hoorde hij thuis. We zwaaiden uitbundig, hij zwaaide flauwtjes terug. Toen we even later stiekem gluurden, keek hij met leergierig opgeheven snuitje naar de juf. Wat een braverik. Na nog tien minuten – we durfden niet weg te gaan – zagen we hem druk oreren in de kring. Later hoorden we dat de juf hem en het vriendje uit elkaar had gehaald, want ze waren erg lawaaiig. Apart gezet, op zijn eerste wendag!

Het leven bestaat uit een eindeloze reeks eerste keren. De eerste schooldag, de eerste zwemles, het eerste feestje, de eerste wedstrijd, de eerste zoen, de eerste verleiding, de eerste afwijzing, het eerste examen, het eerste optreden, de eerste werkdag. Elke keer een hoge horde, een vuurdoop, een kans op falen. En bijna evenveel redenen voor opluchting. Elke keer overleef je het. Je fikst het toch maar telkens weer. Totdat je zo oud bent dat er zelden nog eerste keren zijn, en de laatste keren dreigend naderen.

Daarom is het zo geweldig om kleinkinderen te hebben. ‘Hoe was het?’ vragen we. ‘Leuk’, antwoordt T. klassiek. En meteen daarna: ‘Mag ik afspreken?’ Ook dat ritueel, die dagelijks koehandel, kent hij van zijn broer en zus. ‘Nee vandaag niet’, zeg ik. ‘Vanmiddag ben je nog heel even van ons!’

Aleid Truijens