Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
16/12/2021
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Aleid Truijens

Dat lelijke speelgoed

Als je dit leest, zijn Sinterklaas en Kerstmis alweer voorbij, en daarmee het jaarlijkse gevecht tegen het Afgrijselijke Speelgoed.

Save the children

Jonge kinderen zijn het mooiste, liefste en schattigste op deez’ aard, maar o wat hebben ze een slechte smaak. Allemaal. Ook kinderen die zijn grootgebracht met verantwoorde houten blokken, leerzame spelletjes, kastenvol knutselmateriaal en een uitpuilende kinderboekenkast. Het is aangeboren, vrees is. Als je ze de catalogus laat doorbladeren, papier of digitaal, kiezen ze steevast het allerlelijkste. Monsterachtige wezentje in giftige kleuren die een hels geluid produceren dat door merg en been snerpt. Plastic autootjes die infantiel praten en een gemeen licht uitstralen. Roofdrukken van sprookjesboeken met smakeloze illustraties, in schrille kleuren.
Maar wie is hard door een kind zijn wansmaak te misgunnen? Toen mijn zoon als kleuter zijn lievelingsboek mee naar school mocht nemen, koos hij de Intertoys-catalogus – tot onze schaamte. Mijn dochter was geobsedeerd door enge pastelkleurige pony’s met kambaar haar, en eigenlijk op alles wat zuurstokroze en seksistisch was. Haar dochter (vier jaar) kreeg nu, tot haar immense vreugde, dansmuiltjes in haar schoen, roze met hakken en glitters. Ze wil ze nooit meer uittrekken. Voor het slapen gaan, krijgen ze een kusje.
Echt spelen doen ze er niet mee. Ze spelen altijd met dezelfde dingen, die ze nooit aanwijzen in een catalogus. Urenlang bezig, op hun eigen niveau, met de dozen vol Duplo, voor een groot deel dertig jaar oud. Niet lelijk, niet seksistisch en met eindeloze toepassingen. Bouwen, afbreken en verhalen bedenken, met stemmetjes. Straks komt daar Lego bij, dat weet ik nu al, en K’nex. Daar raak je nooit mee uitgespeeld. Hoe geniaal zijn de bedenkers ervan. Als ik mijn leven mocht overdoen, zou ik graag lego-designer worden. Onze hele wereld en hele geschiedenis nabouwen, net echt, maar dan zonder ziekte, honger, oorlog en vervuiling. De wereld zoals zij bedoeld was, maar het liep anders.

Kinderen spelen altijd met dezelfde dingen, die ze nooit aanwijzen in een catalogus

Knutselen verveelt ook nooit. Maar ik moet altijd iets overwinnen voordat ik de knutselspullen pak. Want experimenteerdrift betekent ook dat ze klei tegen het plafond gooien en dat ze de meubels, de muren en elkaar willen versieren. Stiekem verlang ik naar een rustig kind met een kleurplaat, dan hoef je niet steeds de spelbederver te zijn.
Nog mooier is spel dat niemand als eerste heeft bedacht. Ik kan er ademloos naar kijken en luisteren. In bad gebruiken ze washandjes (‘handwasjes’ volgens hen) als pratende handpoppen. Driejarige M. vond laatst bij ons thuis een stokoud waterpistool. Omdat hij niet bekend is met de concepten ‘pistool’ en ‘doodschieten’ noemt hij het een ‘spuitbusje’.
Mijn bewondering voor de juf of meester die jonge kinderen verleidt tot spel dat leuk en aantrekkelijk is én goed voor hun motorische, emotionele en cognitieve ontwikkeling, groeit dagelijks. School moet hier tegenwicht bieden; tegen weekhartige ouders en grootouders en de oprukkende verleidingen als de ook al lelijke en lawaaiige digitale filmpjes.
Hoed af voor de leerkracht die chaos en smeerboel trotseert en kinderen hun creativiteit laat uitleven. Niemand wil een kind dat altijd binnen de lijntjes kleurt.

Aleid Truijens