De verteltafel brengt taal tot leven
Jonge kinderen leren taal door het te gebruiken. Een rijke taalomgeving met ruimte voor interactie is daarbij cruciaal. De verteltafel is een krachtig middel dat uitnodigt tot spel en gesprek. Ontdek hoe je met de verteltafel mondelinge taalvaardigheid en woordenschat stimuleert.
Bij jonge kinderen zit taal verwerkt in spel, in verhalen en in gesprekken. Om kinderen nog meer te ondersteunen bij hun taalontwikkeling, kun je een verteltafel inzetten. Aan de verteltafel gaan kinderen rondom een verhaal een dialoog aan met materialen, met elkaar en met de professional. De verteltafel laat het verhaal tot leven komen en stimuleert zowel mondelinge taal, als spelontwikkeling en samenspel.
Het prentenboek van Rupsje Nooitgenoeg leent zich bijvoorbeeld goed voor de verteltafel. Het verhaal komt tot leven als de kinderen onder begeleiding van de professional een dialoog voeren met de rups als hoofdpersoon en met tastbare materialen die in het prentenboek voorkomen. Kinderen kunnen veel plezier beleven aan het uitbeelden van een verhaal met een verteltafel. Voor taalzwakke leerlingen is een verteltafel bovendien een effectief middel om tijdens interactie nieuwe woorden te leren (Tjaik, 2018).
Leren door naspelen
Geef de verteltafel een vaste plek in de groep. De inrichting doe je samen met de kinderen, door vragen te stellen als: “Wat hebben we nodig? Wat maken we zelf?” Door het verhaal vervolgens na te spelen, maak je taal zichtbaar en betekenisvol. Je speelt het verhaal eerst voor met materialen en neemt alle rollen op je. Gedurende de week nemen de kinderen het spel steeds meer over. Belangrijk hierbij is goede scaffolding (steigers): tijdelijk ondersteuning bieden en dit geleidelijk weer afbouwen (Van Koeven & Smits, 2020).
In het verhaal kun je steeds meer woorden en zinnen uit het prentenboek integreren. Doordat kinderen ook eigen elementen toevoegen, komt het spel tot verdieping en sluit het aan bij hun belevingswereld. Je stelt open vragen, moedigt aan tot redeneren en stemt de taalbehoeften af op de zone van naaste ontwikkeling van de kinderen. Uiteindelijk heeft de verteltafel als doel dat het jonge kind (nieuwe) woordbetekenissen actief inzet tijdens herhaald naspelen van het verhaal.
Interactie op drie niveaus
Woordenschat ontwikkelt zich vooral tijdens betekenisvolle activiteiten (Van Koeven & Smits, 2020). De verteltafel is een plek waar betekenisvolle activiteiten tot leven komen. Er is interactie op drie niveaus: met materialen, met andere kinderen en met de professional. Door met materialen te spelen, gaan kinderen deze verkennen, manipuleren en krijgen de materialen betekenis. Als er andere kinderen bij komen, gaan ze elkaars handelingen nadoen en vindt er uitwisseling plaats. Jij als professional stelt waarom- en hoe-vragen die kinderen aanzetten tot denken en redeneren (Damhuis en Van der Zalm, 2014).
Volgens Van Koeven & Smits stimuleert een multiperspectivisch thema kinderen om te denken en te verwoorden vanuit meerdere standpunten. Door de kinderen verschillende rollen van verhaalpersonages op zich te laten nemen, stimuleer je de interactie.
Denkvaardigheden en zelfvertrouwen
Met taalstimulerende gesprekken aan de verteltafel draag je ook bij aan de ontwikkeling van denkvaardigheden en zelfvertrouwen. Open vragen stellen, woorden herhalen en nieuwe termen introduceren in een begrijpelijke context zijn allemaal kansrijke taalstrategieën. Daarbij kun je onderscheid maken tussen eenvoudige en complexe taal-denkfuncties. Tijdens het voorlezen van Rupsje Nooitgenoeg bijvoorbeeld, kun je eenvoudige taal-denkfuncties stimuleren door de kinderen de fruitsoorten of de dagen van de week te laten benoemen. Een meer complexe taal-denkfunctie is het bespreken van oorzaak en gevolg: “Waarom krijgt de rups buikpijn?”.
Vier stappen aan de verteltafel
Stap 1
Juf Marieke maakt haar kleuters enthousiast voor thema Wij knallen de ruimte in, met een brief van een astronaut. De kleuters willen de astronaut helpen, maar moeten eerst meer weten over de ruimte. Marieke zorgt voor prentenboeken en materiaal bij het thema (voorbewerken).
Stap 2
Vervolgens leest ze het prentenboek over de ruimte meerdere malen voor en geeft ze betekenis aan nieuwe woorden. Ze legt deze in haar eigen woorden uit en maakt ze beeldend met pictogrammen. Ze laat woorden herhalen in kringgesprekken, bijvoorbeeld door te vragen “Hoe zie je dat de raket klaar is voor lancering?” (semantiseren).
Stap 3
Samen met de kinderen bouwt ze een verteltafel vol herkenbare elementen zoals een astronaut, raket en planeten. Het verhaal komt hier opnieuw tot leven in het spel van de kinderen. Kinderen gebruiken daarbij veelal eenvoudige woorden zoals ‘de raket’. Marieke begeleidt het spel door woorden te herhalen en te verdiepen, scaffolding in te zetten en open vragen te stellen: “Waarom moet een raket gelanceerd worden?”. Zo worden de kinderen gestimuleerd om te redeneren en analyseren (consolideren).
Stap 4
Ten slotte blikt Marieke samen met de kinderen terug op de woorden die ze hebben geleerd en hoe ze deze in hun spel aan de vertetafel hebben gebruikt. Juf Marieke observeert en gebruikt deze gegevens om de volgende tussenstap in de taalontwikkeling te plannen (evalueren).
Interactie stimuleren
Als professional bouw je de taal-denkfunctie van de verteltafel dus stapsgewijs op. Interactie staat daarbij centraal. In de fases semantiseren en consolideren bijvoorbeeld, richt interactie zich eerst op het uitdagen van kinderen om handelingen en voorwerpen te benoemen. Vervolgens stel je complexere en open vragen, die aanzetten tot denkprocessen zoals vergelijken, voorspellen, redeneren en verklaren.
Door aan de verteltafel gerichte interactiestrategieën in te zetten, stimuleer je de mondelinge taalvaardigheid en woordenschat van de kinderen op een effectieve manier. De onderstaande strategieën zijn gebaseerd op het Classroom Assessment Scoring System (CLASS). Dat is een observatie-instrument om educatieve ondersteuning in kaart te brengen (Slot, z.d.). De strategieën gaan van eenvoudig naar steeds meer complex, aan de hand van het voorbeeld van Rupsje Nooitgenoeg.
Interactie: van eenvoudig naar complex. Wat doet de professional?
- Frequente gesprekken voeren
Bespreek wat de rups eet en bied ruimte voor inbreng van de kinderen - Benoemen van handelingen
Koppel taal aan handelingen, zoals: “De rups eet van het blad.” - Herhaling en uitbreiding
Herhaal de reacties van de kinderen. Voeg rijke taal toe: “De rups transformeert zich tot vlinder.” Geef hints als een kind vastloopt. Als het kind zegt: “De rups eet”, ondersteun het taalgebruik dan: “Dat heb je goed gezien, de rups eet een kleine rode appel.” - Open vragen stellen
Stel open vragen om reacties uit te lokken, met antwoorden die bestaan uit meer dan één woord. “Wat gebeurt er met de rups als hij nog meer gaat eten?” Stel waarom-en-hoe-vragen: “Hoe komt het dat de rups pijn in zijn buik krijgt?”
Laat verhalen tot leven komen
De verteltafel is niet alleen een speelelement, maar een effectief middel om de taal-denkfunctie van het jonge kind te stimuleren. Je kunt als professional een rijke taalomgeving creëren, als je taal bewust inzet en daarbij doelgerichte interactiestrategieën gebruikt. Door actief deel te nemen, te observeren en uit te dagen gedurende het spel, zorg je voor (uitbreiding) van de mondelinge taalvaardigheid en woordenschat van de kinderen. Zet de verteltafel in, laat verhalen tot leven komen en laat kinderen met plezier taal gebruiken.
- Damhuis, R. & Van der Zalm (2014). Maak een probleem. Zone, 13(4).
- Slot, P. (z.d.). Handleiding CLASS Pre-K. Nederlandse vertaling. Universiteit Utrecht.
- Tjaik, M. (2018). De verteltafel in 7 praktische stappen. Geraadpleegd op 16 mei 2025, van https://earlyyearsblog.nl/2018/11/16/de-verteltafel-in-7-praktische-stappen/.
- Van Koeven, E., & Smits, A. (2019). Rijke taal: Taaldidactiek voor het basisonderwijs. Amsterdam: Boom.
- Van Koeven, E. & Smits, A. (2021). Rijk taalonderwijs is meer dan tips & tricks. Tijdschrift Taal, 12(19), 26–29. Assen: Koninklijke Van Gorcum.