Versje: Mag ik over jouw straatje lopen?
Dit bewegingsversje sluit aan bij diverse thema’s in de komende maanden en de belevingswereld van de kinderen.
Liedjes en versjes zorgen ervoor dat peuters en kleuters op een speelse manier de melodie van taal kunnen ervaren, nazeggen en zingen. Hiermee leg je de basis voor de auditieve vaardigheden die de kinderen nodig hebben om te leren lezen. Het kind leert zich te concentreren op klanken en gaat overeenkomsten en verschillen tussen klanken horen.
Versjes, verhalen en liedjes kun je meerdere keren voorlezen en zingen. Door de herhaling leren de kinderen (delen ervan) uit het hoofd. Zo train je het auditieve geheugen. Een ontwikkeld auditief geheugen is een belangrijke voorwaarde voor het leren lezen: bij het verklanken van de letters moet het kind de klanken in de juiste volgorde kunnen onthouden.
Versje van de week
Maak een routine van het aanleren van ‘Het versje van de week’. Dat doe je zo:
- Kies een kort, ritmisch versje.
- Spreek langzaam, duidelijk en expressief.
- Laat de kinderen aanvullen en herhalen.
- Gebruik bewegingen of visuele ondersteuning waar dat mogelijk is. Doe dit met voorwerpen of tekeningen.
- Herhaal dit tot je het versje samen kunt opzeggen.
Toelichting bij Mag ik over jouw straatje lopen?
Dit bewegingsversje sluit aan bij diverse thema’s in de komende maanden en de belevingswereld van de kinderen. In november lopen veel kinderen met hun eigen lampion tijdens Sint-Maarten (11 november). In december brengt Piet cadeautjes en ook de postbode bezorgt volop pakketjes en kerstkaarten. Het versje biedt aanknopingspunten voor herkenbare gebeurtenissen en stimuleert spelenderwijs de taalontwikkeling.
Door dit versje dagelijks in te zetten als taalroutine, bied je structuur en versterk je de woordenschat en het taalgevoel van de kinderen op een speelse manier.
Mag ik over jouw straatje lopen?
Mag ik over jouw straatje lopen?
(Rechter wijs- en middelvinger lopen langs de linkerarm omhoog)
Mag ik op je stoepje lopen?
(vingers lopen verder over de schouder)
Tringelingeling!
(zachtjes trekken aan de oorlel)
Deurtje open, deurtje dicht.
(een oog dicht en weer open)
Trappetje afgelopen.
(vingers lopen naar beneden over de neus)
Voetjes vegen.
(vingers gaan heen en weer over de lip)
Klop, klop, klop!
(drie keer kloppen op de lip en de mond gaat open)
Kom maar binnen…