Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Taal
18/01/2024
•
Leestijd 6-9 minuten
•
Geschreven door Denise Bontje

Van Voorleesdagen naar doorleesdagen

De krantenberichten vlogen ons de afgelopen maanden om de oren. Het is slecht gesteld met het lezen in Nederland. De leesvaardigheid onder kinderen is de afgelopen jaren schrikbarend achteruitgegaan. Hoe kun je al bij jonge kinderen leesplezier bevorderen?

Save the children

Nederland is in PISA gezakt naar de 34e plaats op de ranglijst van in totaal 81 deelnemende landen. Nederland laat met name steeds meer Europese landen voor zich, waaronder Italië, Zwitserland, Portugal en Spanje (Meelissen et al., 2023). Dit nieuws gaat dan wel over vijftienjarigen, maar ook jij, als leerkracht in de onderbouw van het basisonderwijs, bent belangrijk als het gaat om het creëren van leesplezier en leesbevordering.

Stel de verhalen centraal en ga het hele jaar voorlezen, kijken, luisteren, spelen en doen met de kleuters

En thuis dan?
In de meest ideale situatie wordt er door ouders vanaf jonge leeftijd al een zaadje geplant voor leesplezier. In een taalrijke omgeving thuis wordt voorgelezen, zijn er boekjes om zelf in te kijken, wordt er gezongen, met kinderen gepraat en gespeeld. Kinderen horen veel woorden en worden geprikkeld om zelf de woorden te gebruiken (Broekhof, 2021). Maar waar Achmed thuis misschien de prachtigste verhalen hoort en Inge thuis elke week naar de bieb gaat met mama, zijn er ook kinderen waarbij het voorlezen en zelf bekijken van boeken helemaal niet vanzelfsprekend is.
Uit (jaarlijks) onderzoek naar het mediagebruik onder jonge kinderen (Iene miene Media), blijkt dat kinderen veel tijd voor een scherm doorbrengen. Hoe meer tijd voor een scherm, hoe minder tijd om te bewegen, buitenspelen én om te worden voorgelezen.
Daarnaast blijkt uit een rapport van Stichting Lezen en Schrijven (2022) dat één op de negen ouders met jonge kinderen laaggeletterd is. Deze ouders kunnen niet (goed) lezen en schrijven. Kinderen die opgroeien in deze gezinnen worden niet of nauwelijks voorgelezen. Geke van Velzen, directeur-bestuurder van Stichting Lezen en Schrijven, geeft aan dat ouders zich niet altijd bewust zijn van hun rol in de taalontwikkeling van hun kind. Van Velzen: ‘We moeten het doorgeven van laaggeletterdheid van ouder op kind stoppen. Daarom vinden we het belangrijk laaggeletterde ouders te bereiken. En hen te stimuleren meer betrokken te zijn bij de ontwikkeling van hun kind. Als deze ouders zelf beter leren lezen, schrijven, rekenen en omgaan met de computer, kunnen ze een nog beter voorbeeld zijn voor hun eigen kinderen.’

Dit gebeurt ook al: bibliotheken en CJG’s werken samen om laagtaalvaardige ouders te bereiken. Er worden bijeenkomsten georganiseerd en in het kader van het project BoekStart krijgen ouders de uitnodiging om een BoekStartkoffertje op te halen (met daarin informatie voor de ouders en een boekje voor het kind) en het advies hun kind lid te maken van de bibliotheek (gratis). Uit onderzoeken (Berg & Bus, 2013; De Bondt & Bus, 2019) blijkt dat ‘BoekStart’-ouders meer voorlezen en langer voorlezen dan andere ouders. De kinderen toonden meer interesse in lezen en konden langer naar een verhaal luisteren. Het is dus goed dat dit soort projecten zich richten op de ouders in de voorschoolse periode. Een kanttekening hierbij is dat het koffertje door ‘slechts’ 45 procent van de ouders met kinderen tussen de nul en drie jaar wordt opgehaald. Laagopgeleide ouders zijn minder geneigd het koffertje op te halen (Kantar Public, 2018).
Het is aan de professionals in de kinderopvang en het onderwijs om samen met ouders te zorgen voor leeshonger. Enerzijds door zelf te zorgen voor een taalrijke omgeving vol verhalen voor kinderen en anderzijds door ouders te inspireren om zelf ook weer voor te lezen. Aan de slag dus met verhalen.

De kracht van verhalen
Kinderen hebben recht op verhalen. Verhalen waarin zij zich kunnen herkennen en verhalen die hun wereld een stukje groter maken. Als kinderen zich in een verhaal herkennen, draagt dat bij aan zelfbewustzijn en kunnen zij hun identiteit goed ontwikkelen (Eijsenring, 2009). Als kinderen iets of zichzelf herkennen, wordt een verhaal interessant om naar te luisteren of te lezen. Daarnaast maken kinderen door verhalen ook weer kennis met nieuwe dingen en wordt door het voorlezen van prentenboeken hun kennis van de wereld vergroot.
Door gebruik te maken van verschillende verhalen kun je als leerkracht zorgen voor een rijk taalaanbod. Door het voorlezen van prentenboeken komen kinderen in aanraking met boekentaal, letters en gaat er soms een hele wereld voor hen open. Een mooie basis voor het zelf leren lezen in groep 3. Het is dus belangrijk om veel én goed voor te lezen. Investeer in een brede collectie boeken, maar investeer net zo goed in het goed vertellen, (interactief) voorlezen en begrijpend luisteren. Over (interactief) voorlezen en begrijpend luisteren is in HJK al veel geschreven (zie literatuurlijst). In dit artikel staat het belang van (voorlezen van) verhalen centraal.

Nationale Voorleesdagen
Om kinderen in aanraking te brengen met prachtige nieuwe boeken die verschijnen, worden sinds 2003 de Nationale Voorleesdagen georganiseerd. Naast een top tien van prentenboeken voor kinderen tot zes jaar wordt jaarlijks het prentenboek van het jaar gekozen. Rond het prentenboek van het jaar worden verschillende activiteiten georganiseerd en ook de andere boeken uit de top tien staan in het zonnetje.

Over de Nationale Voorleesdagen
‘De Nationale Voorleesdagen sluiten perfect aan op het initiatief om dagelijks vijftien minuten (voor) te lezen in de klas. Kinderen ervaren het plezier van boeken. Bovendien ontwikkelen ze naast een beter taalgevoel ook hun empathisch vermogen. Daarom: voorlezen gaat voor (CPNB, 2023)!’

Kinderen hebben recht op verhalen. Verhalen waarin zij zich kunnen herkennen en verhalen die hun wereld een stukje groter maken

Initiatieven voor leesbevordering
Kinderdagverblijven, scholen en bibliotheken besteden jaarlijks veel aandacht aan de Nationale Voorleesdagen en organiseren van alles. Mooi dat het voorlezen even extra centraal staat, maar hoe zorgen we ervoor dat het niet bij de Nationale Voorleesdagen blijft? Met andere woorden: hoe gaan we van voorleesdagen naar doorleesdagen? Een vaste goede gewoonte om elke dag voor te lezen, maar kinderen ook de ruimte te geven zelf in boeken te kijken en te luisteren naar verhalen? Simpel. Door het gewoon te doen.
De volgende opsomming is niet nieuw en misschien doe je sommige dingen al of heb je het al eens geprobeerd. Toch zetten we het nog maar eens voor je op een rij. Want hoe simpel het ook is, je moet het wel doen.
• Richt een fijne leeshoek in waar kleuters zich kunnen terugtrekken en zittend of liggend een boek kunnen lezen. Betrek de kleuters bij de inrichting van de hoek. Zo worden ze eigenaar van de leesplek, zijn ze meer betrokken én gemotiveerd om er gebruik van te maken.
• Maak een vaste gewoonte van het voorlezen. Vast leesmoment op de dag? Doen! Als je iets elke dag op hetzelfde moment doet voor een lange periode wordt het een (goede) gewoonte. Misschien in het begin even wennen, maar kinderen gaan erop rekenen en kijken er op een gegeven moment naar uit.

Tip 1
Laat de kleuters op een vast moment op de dag (bijvoorbeeld bij de start) een eigen plekje opzoeken in het lokaal. Dim het licht en geef ze een eigen zaklampje waarmee ze hun prentenboek kunnen bekijken.

• Kijk naar de dagen in de week en bedenk op welk moment je wel een leesbreak in kunt lassen: wat is een mooi moment om voor te lezen (standaard aan het begin van de dag, of juist aan het einde?). Wat past bij jou en de kinderen? Plan het in, zodat je het ook echt doet.
• Laat kinderen wennen aan het voorlezen van een langer verhaal door een verhaal in delen voor te lezen en telkens op een spannend moment te stoppen. ‘Hé, wat jammer! Gelukkig kunnen we morgen weer verder lezen.’
• Zet boeken zichtbaar en aantrekkelijk op oog- en grijphoogte van de kleuters neer. Laat ze zelf een boek pakken om erin te ‘lezen’. Pak zelf ook een boekje. Zien lezen, doet lezen. Laat merken dat je altijd een boekje mag pakken.

Speciale weken, zoals de Nationale Voorleesdagen, zijn fantastisch en je mag op dat soort momenten best uitpakken, maar stop niet alle energie in die paar weken

• Maak de verbinding met het thema dat centraal staat. Haal boeken die aansluiten bij het thema. Overleg ook met de kinderen: wat spreekt hen aan, wat willen zij graag lezen? Door verhalen over het thema voor te lezen of te kijken, breng je een verhaal en het thema nog meer tot leven. Koppel hier (waar mogelijk) een echte ervaring aan vast.
• Bundel de krachten. Informeer bij de groepen 4 tot en met 8 of er kinderen zijn die wel wat leeskilometers mogen en willen maken. Jij hebt kleuters die wel verhalen willen horen? Zij hebben vast wel kinderen die moeten of willen voorlezen. Win-win. De kleuters horen veel verhalen en door veel voor te lezen, gaat het lezen alsmaar beter.
• Zorg voor een rijk aanbod aan verhalen anno nu: lees voor, maar laat kinderen ook kijken en luisteren. Richt de leeshoek in met een koptelefoon en laat kinderen naar de verhalen luisteren terwijl ze zelf in het prentenboek kijken. Of kijk samen naar een geanimeerde versie van het prentenboek dat je hebt voorgelezen. Juist die herhaling is waardevol voor NT2-kinderen of leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS).

Tip 2
Bereslim heeft een aanbod aan geanimeerde prentenboeken die zorgt voor een mooie aanvulling op het lezen: De geanimeerde prentenboeken zijn waardevol voor de woordenschat en het verhaalbegrip (Universiteit Leiden, 2023). De betekenis van woorden worden duidelijk door de animaties en de verhalen kunnen keer op keer bekeken worden.

• Geef kinderen de ruimte om de verhalen te verwerken in spel en zorg voor echte ervaringen. Kinderen verwerken in hun spel allerlei informatie. Dat doen ze van nature. Wil je ze op weg helpen, lees dan een verhaal voor en leg terloops wat spullen in het zicht die aansluiten bij het verhaal. Kijk wat ze ermee doen en stel (in het kader van taalstimulering) af en toe een prikkelende vraag.
• Gebruik een verteltafel om kinderen het verhaal te laten naspelen en ze het verhaal te laten vertellen. Denk ook aan het gebruik van een greenscreen als digitale verteltafel als alternatief voor een reguliere verteltafel (zie het artikel van Petra Mestrom over de greenscreenbox, te vinden bij de leestips).

Tip 3
Wil je niet op de groep kijken? Wijs ouders dan op de geanimeerde prentenboeken. Kinderen kunnen – als lid van de bibliotheek – de filmpjes thuis (gratis!) bekijken via de online bibliotheek.

• Werk samen met ouders. Nodig ouders, grootouders en verzorgers een paar keer per jaar (en niet alleen tijdens de Nationale Voorleesdagen of de Kinderboekenweek) uit om voor te komen lezen in de klas. Laat ze het favoriete prentenboek van hun (klein)kind meenemen om voor te lezen en praat met ze over voorleesrituelen op school en thuis. Vertel welke verhalen jullie lezen en van welke verhalen hun kind houdt. Zo kom je meer te weten over de taalomgeving thuis en inspireer je op jouw beurt de ouders.
• Werk samen met de bibliotheek. Zij kunnen je helpen bij het vinden van de juiste verhalen én (in het kader van dBos) zorgen voor een passende collectie. Zo hoef je niet elke keer naar de bibliotheek toe, maar heb je boeken bij de hand.

Tip 4
Wijs anderstalige ouders op de collectie anderstalige prentenboeken in de bibliotheek, maar ook op de (meertalige) voorleesfilmpjes in de online bibliotheek.

Maak van voorlezen een gewoonte
Stel de verhalen weer centraal en ga het hele jaar voorlezen, kijken, luisteren, spelen en doen met de kleuters. Speciale weken, zoals de Nationale Voorleesdagen, zijn fantastisch en je mag op dat soort momenten best uitpakken, maar stop niet alle energie in die paar weken. Wees creatief, maar doe vooral niet te moeilijk en maak van voorlezen een gewoonte. Neem kinderen mee in de prachtige verhalen die er voor kleuters zijn. En neem – als je toch bezig bent – de ouders mee. Geef het favoriete boek van die ene kleuter mee naar huis als je weet dat daar niet veel boeken zijn. Als het kind van het verhaal smult en het al honderd keer gehoord heeft, kan het thuis samen met de ouders het verhaal lezen.
Heb vooral veel plezier, en er valt zoveel te smullen! Van verhalen word je zeker groter!

Book iconMediatips

• Koerhuis, I. & Op den Kamp, M. (2015). Interactief voorlezen. Ja, maar hoe? HJK, 42 (3), 18-21.
• Korevaar, M. e.a. (2022). Praten over boeken. HJK, 49 (5), 12-15.
• Wilt, F. E.a. (2017). Hoe lees je een prentenboek voor? HJK, 44 (5), 6-9.

Book iconLiteratuurlijst

• Broekhof, K. & Nijhof-Broek, M. (2021). Meer voorlezen, beter in taal. Utrecht: Stichting Lezen (4e herziene druk).
• Eijsenring, C. (2009). Allemaal stralende gezichten. Intercultureel werken met Tam Tam. HJK, 36 (6), 14-16
• Meelissen, M. e.a. (2023). Resultaten PISA-2022 in vogelvlucht. Enschede: Universiteit Twente.
• Mestrom, P. (2022). Feest op de digitale verteltafel – Greenscreen als verrijking. HJK, 49 (8), 18-21.