Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Spelen
03/12/2024
•
Leestijd 6-8 minuten

Van manipuleren kun je leren

De waarde van materiaalgericht spel

Materiaalgericht spel, een activiteit die veel in de kinderopvang en kleuterklas voorkomt, is van grote waarde voor de ontwikkeling van kinderen. In dit artikel laten we zien welke ontwikkelingsdomeinen worden bevorderd door het spelen met materialen en geven we handvatten om meer te halen uit dit type spel.

Save the children

Tijdens materiaalgericht spel is een kind onbewust bezig met het ontdekken en gebruiken van de kenmerken en mogelijkheden van (een) materiaal of object. Zo ontdekken ze de wereld om hen heen en beantwoorden ze voor zichzelf vragen als:

  • Wat is het?
  • Hoe voelt het?
  • Waarvoor kan ik het gebruiken?
  • Waar gebruiken anderen het voor (ook wel de culturele functies)?
  • Wat kan ik ermee maken?

Uiteraard doet dit een beroep op verschillende ontwikkelingsdomeinen van kinderen. Welke kennis hebben we hierover al uit wetenschappelijk onderzoek en hoe kunnen we die kennis als jonge kind professionals benutten?

De fasen van materiaalgericht spel

Materiaalgericht spel kent verschillende fasen die geleidelijk op elkaar voortbouwen en steeds complexer worden (Wynberg et al., 2022). In elke fase hebben de handelingen van het kind een bepaalde focus. In de eerste fase zijn de handelingen gericht op de zintuigelijke ervaring: kinderen proberen objecten te ontdekken en begrijpen door ze aan te raken of te voelen. Dit zien we bijvoorbeeld als kinderen objecten in de mond stoppen of twee voorwerpen tegen elkaar laten botsen. Tijdens de tweede fase zijn de handelingen gericht op de functies van de objecten en materialen (zoals het vullen en legen van een emmertje met zand) of op de ordening van materialen (zoals het stapelen van blokken van klein naar groot). De laatste fase richt zich op de verbeelding en kan gezien worden als een overgangsfase naar bijvoorbeeld knutselen of symbolisch spel. Een voorbeeld van deze fase is als een kind een kopje als hoedje gebruikt.

Gedurende de ontwikkeling van een kind nemen de handelingen binnen elke fase toe en af in een golvende beweging. Handelingen uit verschillende fasen kunnen ook samen voorkomen en blijven altijd deel uitmaken van het gedrag van kinderen. Ook volwassenen laten handelingen in elk van de fasen zien, bijvoorbeeld als zij een onbekend product voor het eerst proeven.

Rode knikkers

Bobby heeft een kubus gemaakt van magnetische tegels. Dan ziet hij een rode knikker op de grond, pakt hem op en rolt de knikker tussen zijn handen. Dat voelt fijn! Ineens krijgt hij een idee. Hij doet de bovenkant van zijn kubus open en gooit de rode knikker erin. ‘De kubus moet ook rood,’ zegt hij. En dus vervangt hij een paar kanten van de kubus met rode tegels. Nu is het een rode kubus met een rode knikker erin. Dan vraagt hij: ‘Hebben we nog meer rode knikkers? Ik wil kijken hoeveel erin passen!’

Ontwikkelingsdomeinen stimuleren

Terwijl kinderen de materialen verkennen en hanteren worden er verschillende ontwikkelingsdomeinen aangesproken en gestimuleerd. Bobby verkent de knikker met zijn handen en gebruikt magnetische tegels om een kubus te maken. Deze handelingen doen een beroep op zijn fijne motoriek en dragen tegelijkertijd bij aan de verdere ontwikkeling van zijn motoriek. Ook herkent Bobby dat niet alle kanten van de kubus rood zijn en vervangt deze. Hierbij is hij bezig met het herkennen van patronen en gebruikt hij zijn probleemoplossend vermogen. Zodra hij nagaat of er meer knikkers in de kubus passen, wordt ook zijn ruimtelijk inzicht aangesproken. Bovendien gebruikt hij zelfspraak: ‘De kubus moet ook rood.’ Zelfspraak wordt gezien als een voorloper van de ontwikkeling van zelfregulatie (Winsler et al., 2003). Ook oefent hij sociale interactie als hij probeert duidelijk te maken dat hij meer knikkers nodig heeft.

Ontwikkelingsketen

Elke fase van het materiaalgericht spel van kinderen heeft een andere focus. Ook de manier waarop kinderen met objecten spelen verandert naarmate ze langer spelen. Door deze ontwikkeling van het jonge kind worden dan ook telkens verschillende ontwikkelingsgebieden aangesproken. Elke fase en handeling vraagt om andere vaardigheden, bijvoorbeeld op het gebied van motoriek en taal. Naarmate kinderen deze vaardigheden verder ontwikkelen, veranderen hun ervaringen met de objecten om hen heen. Dit kan er ook toe leiden dat ze nieuwe manieren vinden om te handelen of communiceren. Hun verbeterde motoriek of taalvaardigheid stelt hen in staat om objecten beter te leren kennen. Hierdoor leren kinderen de wereld om hen heen steeds beter begrijpen. Dit proces, waarbij de ontwikkeling in het ene domein, zoals motorische vaardigheden, invloed kan hebben op de ontwikkeling in een ander domein, zoals taalvaardigheden, en omgekeerd, wordt ook wel een ontwikkelingsketen genoemd (Iverson, 2010). En dat is precies de kracht van materiaalgericht spel!

In de verkenningsfase worden verschillende ontwikkelingsdomeinen gestimuleerd

Materiaalgericht spel en ontwikkelingsdomeinen

Om zicht te krijgen op de relaties tussen het materiaalgericht spel van kinderen en hun ontwikkeling, hebben wij een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. In het figuur hierbij laten we de belangrijkste relaties zien tussen de fase van het materiaalgericht spel, de handelingen die het kind laat zien en de ontwikkeling die daarmee wordt gestimuleerd.

Fuguur 1: De belangrijkste relaties tussen de fase van het materiaalgericht spel, handelingen die het kind laten zien en de ontwikkeling die daarmee wordt gestimuleerd. Ontwerp: Studio Anke Revenberg

Professional aan zet!

Hoe benut je ontwikkelingskansen binnen materiaalgericht spel nu je meer weet van de relatie tussen de verschillende fasen van materiaalgericht spel en de ontwikkeling van kinderen? Daar zijn drie stappen voor: kijken, begrijpen en handelen. Het is belangrijk dat je de handelingen van een kind tijdens materiaalgericht spel goed observeert. Kijk heel precies wat het kind doet, wat is de focus van haar of zijn handelingen? Vervolgens probeer je te begrijpen waar het kind qua ontwikkeling zit en wat zij of hij nodig heeft. Tot slot besluit je op basis van de tweede stap welke handelingen je kunt uitvoeren om het kind een stapje verder te brengen in haar of zijn spel. Soms kan de conclusie zijn dat de beste handeling is om het kind met rust te laten en het spel niet te verstoren. Kijk en geniet dan nog even! Besluit je om mee te doen, zorg dan eerst voor verbinding. Verbinden kun je bijvoorbeeld doen door de handelingen van het kind te spiegelen of te verwoorden (De Haan, 2012).

Als je het spel verder wilt stimuleren, dan kunnen de volgende vragen helpen om aan te sluiten bij het kind en haar of zijn spel en ontwikkeling verder te stimuleren:

  • Als Bobby de knikker tussen zijn handen rolt kun je vragen stellen over de zintuiglijke informatie. ‘Hoe voelt dat? Stuitert het of rolt het?’
  • Zijn er materialen die je kunt toevoegen aan het spel, die geordend kunnen worden naar kleur, vorm of grootte?
  • Als Bobby bezig is met het bouwen van de kubus kun je ingaan op het bouwen zelf, maar je kunt ook aansluiten door te vragen naar de reden waarom de tegels aan elkaar blijven zitten. ‘Hoe werken magneten eigenlijk?’
  • Als Bobby de knikker in de kubus doet, kun je samen kijken hoeveel erin passen en werken aan het ruimtelijk inzicht. Of je kunt verschillende materialen in de kubus doen en telkens even schudden om te luisteren of ze hetzelfde geluid maken. Maak er een gezamenlijk onderzoek van. ‘Hoeveel denk jij dat er in passen? Kunnen we nog een ander geluid maken? Wat moeten we dan doen?

Observeer de handelingen van een kind tijdens materiaalgericht spel nauwkeurig

Door het spel van kinderen goed te observeren en het gedrag te begrijpen, kun je als professional goed aansluiten bij het spel en verbreden, verdiepen of verrijken. Op deze manier haal je meer uit materiaalgericht spel en zijn er volop kansen om de ontwikkeling van jonge kinderen binnen materiaalgericht spel te bevorderen.

Over de auteurs

  • Elizabeth Wynberg doet promotieonderzoek aan de Hogeschool IPABO en de Vrije Universiteit Amsterdam en is redactielid van HJK.
  • Chiel van der Veen is lector urban care & education aan Hogeschool Windesheim in Almere en is daarnaast als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Book iconLiteratuurlijst
  • Haan, D. de (2012). Verkennen, verbinden, verrijken: didactiek voor een goede interactie met jonge kinderen. Hogeschool Inholland, Universiteit Utrecht
  • Iverson, J. M. (2010). Developing language in a developing body: The relationship between motor development and language development. Journal of child language, 37(2), 229-261.
  • Winsler, A., De León, J.R., Wallace, B.A., Carlton, M.P., & Willson-Quayle, A. (2003). Private speech in preschool children: Developmental stability and change, across-task consistency, and relations with classroom behaviour. Journal of Child Language, 30, 583-608.
  • Wynberg, E. R., Boland, A., Raijmakers, M. E. J., & Van Der Veen, C. (2021). Towards a comprehensive view of Object-Oriented play. Educational Psychology Review, 34(1), 197–228.

Elizabeth Wynberg doet promotieonderzoek aan de Hogeschool IPABO en de Vrije Universiteit Amsterdam en is redactielid van HJK.

Chiel van der Veen

Elizabeth Wynberg