Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Sociaal-Emotioneel
16/12/2025
Leestijd 6-9 minuten
Geschreven door Erik Ouwerkerk

“Een kleuterklas is constant in beweging”

Interview: Astrid Koelman en Eva Dierickx over de rijke leeromgeving

Save the children

Eva Dierickx (links) en Astrid Koelman

Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: er is géén kant-en-klaar recept voor het inrichten van een rijke leeromgeving. Afvinklijstjes zijn er niet. Maar wat dan wel? Leerkrachten en onderzoekers Astrid Koelman en Eva Dierickx delen hun ideeën hierover.

Wat is een rijke leeromgeving?
Eva: “Een rijke leeromgeving is een omgeving waarin een kleuter zich thuis voelt en van daaruit leert samenleven met anderen. Een veilige plek met kaders, die stimuleert en uitdaagt tot cognitieve en creatieve ontwikkeling. Een bewuste leerkracht kijkt naar hoe de fysieke ruimte, van lokaal tot kapstok tot buitenspeelplaats, bijdraagt aan de ontwikkeling van het kind. Omdat elke school en ieder kind anders is, zal dat er ook overal anders uitzien.”

Er zijn toch elementen die je overal terugziet, zoals bouw-, poppen- en tekenhoeken?
Astrid: “Hoeken zie je inderdaad in elke kleuterklas. Maar hoe groot die zijn of ze afgebakend zijn en of de leerkracht bepaalt waar de kinderen gaan spelen of dat ze dat zelf mogen kiezen, dat is allemaal afhankelijk van het samenspel tussen school, leerkracht en kinderen. De leerkracht houdt bij de inrichting rekening met vele factoren, van de ontwikkeling van kleuters tot de visie op onderwijs.”
Eva: “Je zult altijd verschillen ontdekken tussen de lokalen, omdat elke leerkracht eigen accenten legt. Dat is ook goed. Je staat immers als professional voor de klas, maar je hebt zelf ook persoonlijke voorkeuren. Als je je thuis voelt op je werkplek, doe je je werk ook beter.”

Save the children

Is er neutraal wetenschappelijk onderzoek gedaan naar wat een rijke leeromgeving is?
Eva: “Het onderzoek is beperkt, er spelen nu eenmaal te veel variabelen mee die je niet in de hand hebt. Het is moeilijk, en zelfs bijna onmogelijk, om te meten of een leerprestatie alleen komt door de klasinrichting en niet door wat ze thuis meemaken, hoe de leerkracht het uitlegde of hoe de leerling ervoor staat. Wel vinden we bij tal van pedagogen en onderwijskundigen interessante ideeën over de inrichting van het klaslokaal, zoals Montessori en Fröbel. Zij waren niet zozeer bezig met effectmetingen, maar interesseerden zich wel in hoe zij de ontwikkeling van het jonge kind konden stimuleren. Dat kinderen op kleine kinderstoelen zitten en materialen uit kieskasten kunnen nemen, lijkt nu vanzelfsprekend. Het idee dat kleuters lekker moeten fröbelen, is zelfs ons dagelijks taalgebruik ingeslopen. We vergeten soms wat we allemaal te danken hebben aan het onderzoek en denkwerk van pioniers zoals zij.”
Astrid vult aan: “In alle klassen zul je een mix van elementen van verschillende denkers terugvinden. Dat zorgt voor verschillen, maar er is ook een belangrijke overlap. Namelijk dat kinderen zelf kunnen kiezen en in staat zijn om aan de slag te gaan met materialen en daarin te groeien, dat ze kortom agency ontwikkelen. Die gedachte is over de hele linie gemeengoed geworden.”

“Ook je persoonlijke voorkeur mag in de klas gezien worden”

Betekent dit ook dat kinderen mee mogen bepalen hoe het klaslokaal eruitziet? En hoe pak je dat aan?

Eva: “Het idee dat kinderen mede-eigenaar zijn van het klaslokaal, vinden we heel mooi. Dat eigenaarschap stimuleer je bijvoorbeeld door hen te vragen: ‘Wat hebben we nog nodig voor onze keuken?’ Je kunt ook kleuters zelf laten beslissen welke van hun tekeningen en andere creaties tentoongesteld worden en wáár. Dat is bij voorkeur op de ooghoogte van de kleuters. Het is immers hún werk, hun leerproces waar ze trots op mogen zijn. Hierop kunnen terugblikken lokt vaak ook rijk denk- en taalwerk uit.

Een diverse representatie van de samenleving in de klas is voor ons ook heel belangrijk. Poppen met verschillende huidskleuren, een keuzebord met afbeeldingen van kinderen van allerlei afkomsten, een prentenboek over mensen met een beperking; stoere meisjes en lieve jongens, enz. Laat eens een foto van thuis meenemen en geef die een goed zichtbare plek in het lokaal. Dan zien kinderen bijvoorbeeld twee moeders, of een hond, of misschien heeft een kleuter wel zes broers of zussen. Zo haal je de diversiteit van de maatschappij op een heel natuurlijke manier binnen en geef je aan dat er ruimte is voor iedereen.”

Astrid: “Een rijke leeromgeving biedt zowel vensters als spiegels. Vensters geven kinderen de kans om de wereld van anderen te ontdekken, ze leren andere perspectieven zien. Spiegels zijn materialen waarin kinderen zichzelf herkennen in hun klas en hierdoor voelen dat ze erbij horen. Mijn hart breekt voor die ouders en kinderen die zichzelf of hun achtergrond nergens terugzien in de leeromgeving.”

Een rijke leeromgeving bestaat dus uit een rijke mix van elementen, van speelhoeken tot knutselslingers en een weldoordachte boekencollectie. Waar te beginnen als leerkracht?

Eva: “Ga als schoolteam samen aan de slag met de inrichting. Samen zie je meer en je houdt elkaar scherp. Bekijk het klaslokaal bijvoorbeeld eerst eens als architect: hoe groot is de ruimte, zitten er hoeken in of schuine plafonds? Kijk op ooghoogte van de kleuters om je heen: wat ziet het kind? Wat kan ik hier doen zodat de kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen? Misschien vind jij of jouw school beweging of kunst heel belangrijk en krijgt dat letterlijk meer de ruimte. De hoeken krijgen waarschijnlijk ook een plek. Of die dan open of dicht moeten, dat hangt ervan af: wil je dat de winkel- en de huishoek samenspelen? Verbind ze dan met elkaar. Wordt het daardoor veel te wild in de klas? Sluit ze dan weer af. Bekijk ook het basisaanbod van speelgoed en materialen. Zorgen die ervoor dat alle ontwikkelingsgebieden geprikkeld worden? Ondersteunen ze je kleuters? Is het gevarieerd?”

Astrid: “In het onderwijs voor het jonge kind willen we tegemoetkomen aan de behoeften, aan autonomie, competentie en verbondenheid. Als je je kleuters autonomie geeft, bijvoorbeeld door hen zelf de lijmpotjes te laten vullen, zeg je eigenlijk: ‘Ik geloof erin dat jullie dit zelfstandig kunnen.’ Dat versterkt het competentiegevoel van jonge kinderen enorm. Ook kan een kind dat al vaardig is, een ander kind daarmee bovendien op weg helpen. Zo werk je ook nog eens aan verbondenheid in de groep.

Hoe groot is de kans op ongelukjes? Is verdere instructie misschien nodig? Geef ik een groep oudere kleuters een bepaalde verantwoordelijkheid maar de jongere niet? Je weegt af en beslist op basis van observatie en reflectie, om daarna het resultaat weer te observeren en zo verder. Die cyclus gaat het hele jaar door terwijl de zone van naaste ontwikkeling constant verschuift. Geen leeromgeving zal er daarom aan het begin van het schooljaar hetzelfde uitzien als aan het einde.

Ten slotte, en nadrukkelijk niet als eerste, kun je een persoonlijk tintje geven aan de leeromgeving met aandacht voor sfeer, esthetiek en presentatie. Zo maak je van je klas een fijne plek waar de kleuters en jij graag zijn. Zet je planten in je klas? Welke verlichting voeg je toe? Je ziet het wederom: er is geen kant-en-klaar recept, de sleutel zit hem in intentioneel handelen.”

“De buitenruimte is ideaal voor de grove motoriek”

Geen afvinklijstjes dus, maar een beroep op inzicht en vakmanschap. Zien jullie toch laaghangend fruit dat de leerkracht kan plukken?

Astrid: “De buitenruimte bevindt zich vaak letterlijk buiten het vizier. Jammer, want het is de ideale plek om grove motoriek te ontwikkelen en de seizoenen in de natuur te beleven. En als je lokaal grenst aan de buitenruimte kun je hoeken zelfs doortrekken naar buiten.”

Eva: “We vergeten vaak dat we ook het speelplein kunnen opdelen in zones: is er ruimte om elkaar te ontmoeten en een plek om rustig te spelen? Kunnen we tegels wippen zodat het groener wordt? Plaatsen we een speeltoestel of bieden takjes en blaadjes al genoeg speelmateriaal dat de fantasie prikkelt? Waarom niet twee zandbakken, zodat de leerlingen zand van de ene naar de andere kant kunnen brengen? Zones maken een grotere omgeving vaak overzichtelijker. Kortom, door ook hier gericht vragen te stellen, kunnen we de kinderen een optimale ontwikkelomgeving bieden.”

Een continu proces dus eigenlijk?

Eva en Astrid antwoorden eensgezind: “Dat klopt helemaal. Een klasinrichting is eigenlijk nooit af, maar dat is misschien ook het mooie: een kleuterklas is constant in beweging!”

Erik Ouwerkerk

Erik Ouwerkerk is zelfstandig onderwijsjournalist en tekstschrijver (erikouwerkerk@freedom.nl).