Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Sociaal-Emotioneel
10/03/2026
Leestijd 6-9 minuten
Geschreven door Rosalie van Zijp

Als rouw de klas binnenkomt

Op school komt rouw vaker voor dan je denkt. Dat merk je aan een kind dat stiller wordt, vaker buikpijn heeft of zich terugtrekt na een overlijden, scheiding of verhuizing. Voor jonge kinderen is dat verlies moeilijk onder woorden te brengen. Wat vraagt dat van de leerkracht?

Save the children

Greetje Hartman van den Berg, oud-leerkracht, voormalig directrice en nu rouwbegeleider, laat zien hoe je jonge kinderen kunt begrijpen en begeleiden als rouw de klas binnenkomt.

Beelden zoeken een uitweg
In veel klassen is tekenen een vast ritueel. Kinderen komen terug van een schoolreisje, een feestje of een logeerpartij. De opdracht is vaak hetzelfde: teken wat je hebt meegemaakt. Voor de meeste kinderen levert dat vrolijke plaatjes op. Maar soms komt een kind niet terug van iets leuks, maar bijvoorbeeld van een uitvaart. “Dat gebeurt niet vaak, maar áls het gebeurt, zijn de beelden intens. Zo’n kind heeft alles gezien. En dat moet ergens naartoe. Wat dat vraagt van de leerkracht, is vooral terughoudendheid. Stel alleen maar vragen: ‘Vertel mij eens wat ik hier zie.’ Zeg niet: ‘Ik zie hier een auto of een kist. Dan ga jij invullen.’ Het ene kind vertelt, het andere niet. En als een kind niets zegt, is dat ook goed. Laat die ruimte ook toe in het kringgesprek.”

Verdriet in stukjes
“Bij jonge kinderen is rouw niet één lange lijn van verdriet,” zegt Greetje. “Hun gedrag kan voor volwassenen verwarrend zijn. Een kind kan huilend binnenkomen en even later weer lachen. Kinderen rouwen in stukjes. Dat heeft alles te maken met wat hun brein aankan. Dat kan het volledige verdriet niet dragen. Daarom schakelen kinderen snel. Ze worden afgeleid door een spelletje, een bal op het plein of iets grappigs wat een klasgenoot doet. Dat is geen ontkenning, maar een manier om overeind te blijven. Voor leerkrachten kan dat lastig zijn. Zeker als een kind ’s ochtends overstuur binnenkomt en tien minuten later vrolijk meedoet. Het lijkt soms alsof er niets aan de hand is, maar dat is schijn.”

Als een kind niets zegt, is dat ook goed

Kinderen houden daarbij hun ouders scherp in de gaten. “Ze zien hoe verdrietig hun ouder is en willen dat verdriet vaak niet groter maken. Door te spelen en vrolijk te doen, hopen ze de ouder te ontlasten. Dat maakt dat rouw soms pas later zichtbaar wordt, als het thuis weer iets stabieler is. Dan durft een kind verdriet pas echt toe te laten.”

Vier taken van rouw
Om rouw te kunnen begrijpen, wordt in de wetenschap vaak gewerkt met zogeheten rouwtaken. Die beschrijven welke stappen iemand maakt na een verlies. Greetje gebruikt het voorbeeld van een gestolen fiets. “Je zet je fiets neer, komt terug en hij is weg. Je snapt het niet. Je zoekt. Je loopt heen en weer. In je hoofd klopt het niet. Dat is de eerste rouwtaak: beseffen dat iemand er niet meer is. Je brein begrijpt dat niet meteen.”

De tweede rouwtaak draait om emoties. Die kunnen alle kanten op. Verdriet, boosheid, schuldgevoel of juist helemaal niets voelen. In de klas zie je dat terug in gedrag. Een kind dat boos wordt, spullen gooit of ineens extreem druk is. “Dat zijn ook emoties. Het is belangrijk om gedrag niet los te zien van wat eronder ligt.”

De derde rouwtaak gaat over ontdekken wat er allemaal wegvalt. Niet alleen de persoon, maar ook wat diegene deed. “Papa las altijd voor. Mama ging mee naar het zwembad.” Dat roept praktische vragen op. Wie doet dat nu? Hoe lossen we dat op? Oplossingen zoeken hoort bij rouwen.

De vierde rouwtaak is de stap naar verder leven. Bij de fiets koop je een nieuwe, maar die voelt anders. Bij mensen is er geen vervanging. “Er kunnen nieuwe mensen komen, maar alles blijft anders. Voor deze taak is vertrouwen nodig, dat het leven weer draaglijk kan worden. En vertrouwen dat je dat aankunt. Het zijn geen fases die je afrondt. Het zijn taken. En daar zit geen tijd aan.”

Signalen die je in de klas kunt zien
Rouw laat zich bij jonge kinderen vaak lichamelijk zien. Concentratieverlies, vergeetachtigheid, buikpijn of hoofdpijn komen veel voor. “Rouw is geen ziekte, maar het kan je wel ziek maken. Zulke klachten verdienen aandacht, ook als ze niet direct medisch te verklaren zijn. Gedrag kan subtiel veranderen of juist opvallend. Een kind dat ineens heel beweeglijk wordt. Of juist stil.

Leerkrachten hoeven rouw niet op te lossen. Hun rol zit in nabijheid, duidelijkheid en structuur. Normaal blijven doen en duidelijk blijven. Een kind dat iets fout doet, heeft nog steeds grenzen nodig. Dat geeft veiligheid. Juist op school kan die veiligheid blijven bestaan, terwijl thuis veel is veranderd. Sommige kinderen willen juist graag naar school, omdat het daar voorspelbaar is. Tegelijk vraagt dat om nuance. Extra aandacht kan helpen, maar is ook verwarrend.” Greetje vertelt hoe haar eigen kinderen na het overlijden van hun vader overal werden verwend. “Bijna een feestje. Lief bedoeld, maar het helpt niet altijd. Je moet een beetje schipperen.”

Wat jouw rol als leerkracht is
Waar je in de klas vooral werkt aan veiligheid en voorspelbaarheid, helpt het op schoolniveau om die steun samen te organiseren. Rouw is nooit alleen iets van één leerkracht. Volgens Greetje begint het altijd met zorgvuldig afstemmen. “Het is belangrijk om eerst te checken wat er precies is gebeurd. Klopt het verhaal? Is iemand echt overleden? En mag deze informatie gedeeld worden? Dat vraagt om overleg met ouders. Je mag ouders adviseren, maar je mag daarbij niet dwingend zijn.”

Daarom pleit ze voor een rouwprotocol op school. Geen strak draaiboek, maar duidelijke afspraken: wie neemt contact op met ouders, wie houdt het kind in de gaten, wie informeert het team. Niet iedereen reageert hetzelfde. Sommige mensen bevriezen, anderen gaan juist over tot handelen. Door vooraf te bepalen wie welke rol pakt, ontstaat rust op het moment dat emoties hoog oplopen.

Rouwtaak nul is geen les over de dood, het is een voorbereiding op het leven

Wees eerlijk en concreet
In de klas helpt het om ruimte te bieden zonder te forceren. Praten hoeft niet altijd met woorden. Tekenen, spelen en voorlezen helpen jonge kinderen om te uiten wat ze nog niet kunnen zeggen. Als er wel gepraat wordt, is duidelijke taal belangrijk. Vermijd verzachtende zinnen als: hij slaapt of is op reis. “De fantasie van een kind is groter dan de werkelijkheid. Wees eerlijk. De dood is voor altijd. Bij jonge kinderen helpt het om dat concreet te maken, bijvoorbeeld door iets te laten zien dat kapot is en niet meer gerepareerd kan worden. Dan snappen ze: dit komt niet meer terug.
Ook een tastbaar voorwerp kan houvast bieden. Een foto in de tas, een knuffel, iets van thuis. Soms neemt een kind een foto mee naar school. Dat geeft veiligheid.” Wel vraagt dat begeleiding. Je kunt aankondigen dat de foto later een vaste plek krijgt in een mapje of laatje. Zo blijft het dichtbij, zonder alles te overheersen.

Vooraf oefenen met afscheid
Tot slot introduceert Greetje wat zij rouwtaak nul noemt. Dat wat je doet vóórdat er iets gebeurt. Door thema’s aan te bieden die al over afscheid gaan, geef je kinderen woorden en beelden. Denk aan een thema over verhuizen. Over afscheid nemen, iets achterlaten, iets nieuws beginnen. Of werken met emoties via kleuren en verhalen. Een prentenboek als Het kleurenmonster helpt kinderen gevoelens concreet te maken en taal te geven. “Dan heb je iets om op terug te vallen als er echt iets gebeurt.” Rouwtaak nul is geen les over de dood. Het is een voorbereiding op het leven. Zodat een kind dat een doodskist tekent niet alleen staat, maar voelt dat wat op papier verschijnt, er ook in de klas mag zijn.

Rosalie van Zijp

Rosalie van Zijp is beginnend journalist met focus op onderwijs. Ze studeerde journalistiek en combineert schrijven met een master Communicatie en Organisatie.