Samenwerking met ouders
De eerste 1000 dagen van het leven, geteld vanaf de bevruchting tot de tweede verjaardag, zijn van cruciaal belang voor later. In deze serie leggen wij uit wat er in die eerste 1000 dagen gebeurt, waarom ze zo belangrijk zijn, en wat jij kan doen om bij te dragen aan een goede start. Dit keer: de ouders.
Vanzelfsprekend zijn ouders van cruciaal belang in deze eerste belangrijke 1000 dagen van het leven van een kind. Zaken als vroeggeboorte, voeding, leefstijl, hechting, stress, taalomgeving, enzovoort zijn immers belangrijke factoren die het leven van een kind in deze periode bepalen. En als kinderen naar de opvang gaan, speel jij hierbij als professional een belangrijke rol. Hoe verhoud jij je als professional tot deze invloed van ouders op het moment dat een kind start in de opvang? Bijvoorbeeld bij vragen als: hoe kun je een kind dat opgroeit in een taalarme thuisomgeving in samenwerking met de ouders toch een positieve impuls geven op dit gebied? Wat is het effect ervan als er geen goede hechting is tussen kind en ouder en wat is dan jouw rol in het tot stand brengen van een hechtingsrelatie? Daarvoor is allereerst een goede relatie en samenwerking met ouders nodig. We belichten tien aspecten om die relatie en samenwerking tot stand te brengen.
Het mooiste is als ouders voelen dat hun kind gezien wordt op school
1. Informeren
Natuurlijk is het ook belangrijk dat je je goed laat informeren door ouders. Blanco met een kind beginnen, is een sprookje waarmee je het kind al gauw tekort kan doen en de ouders niet serieus neemt in hun observaties. Laat je door ouders altijd informeren nadat je eerst energie hebt gestoken in het bouwen van de relatie. Als ouders (ook maar een beetje) vertrouwen in je hebben, voelt het veilig om belangrijke zaken te vertellen, bijvoorbeeld over de (vroeg)geboorte, het verloop van de zwangerschap, mogelijke spanningen thuis, enzovoort. In het eerste deel van de serie ‘De eerste 100 dagen’ toont Tessa Roseboom hoe het fundament van kinderen in deze periode van hun leven wordt gelegd. Steun vanuit de omgeving is van groot belang wanneer deze eerste 1000 dagen niet vlekkeloos verlopen (Roseboom, 2022). Concreet: benut elk gesprek om het contact met ouders goed op te bouwen, zodat zij zoveel mogelijk belangrijke en nuttige informatie met je delen en je ze eventueel tot steun kunt zijn.
2. Dossier
Vertel ouders al in een vroeg stadium dat er een dossier van hun kind wordt bijgehouden en waarom, en hoe zij dit kunnen inzien. Vertel ze ook dat zij belangrijke zaken mogen laten toevoegen aan het dossier, informatie die zij belangrijk achten en die de opvang en later de leerkrachten zouden moeten weten. Bijvoorbeeld belangrijke gegevens van het consultatiebureau, een kinderarts, enzovoort. Het is belangrijk om te weten dat je nooit aantekeningen mag maken over een kind die zijn ouders niet mogen lezen, ook niet bij zorgen over een kind, zoals vermoeden van mishandeling. Concreet: wanneer je iets over een kind opschrijft, realiseer je dan dat ouders elke letter moeten kunnen lezen. Houd het daarom altijd bij feiten zonder subjectieve interpretaties of vermoedens.
3. Relatie in plaats van informatie
We hebben al gauw de neiging ons goed door ouders te láten informeren over hun kind en ouders goed te informeren óver de opvang. Natuurlijk is goede informatie belangrijk, als basis is het nog belangrijker te bouwen aan een relatie van vertrouwen. Na een tijd zullen ouders niet als eerste zeggen: ‘Tjonge, wat was die informatievoorziening in het begin op de opvang toch helder.’ Eerder: ‘De opvang voelde (opnieuw) als een warm bad, een plek waar ik mijn kind graag achterlaat. Ze zien mijn kind, maar ook ons als ouders.’ Concreet: zorg dat niet alleen het kind, maar ook ouders zich meteen welkom voelen en wees hun beste gastheer of gastvrouw. Onder andere door de namen van ouders te kennen en hen bij hun naam te noemen, waardoor ouders zich gezien voelen en dat geeft vertrouwen.
Laat je door ouders altijd informeren nadat je eerst energie hebt gestoken in het bouwen van de relatie
4. Herinneringen
Besef dat eerdere ervaringen van ouders vaak een grote rol spelen in het vertrouwen dat zij aan jou als pedagogisch medewerker kunnen geven. Eigen ervaringen vroeger op bijvoorbeeld de school of ervaringen door hun oudere kinderen in de opvang. Dat kan in je voordeel werken bij goede herinneringen, maar het kan ook zijn dat je hard bezig moet om het vertrouwen van ouders te winnen. De uitspraak dat ‘Ouders vertrouwen moeten hebben in ons’ is daarom niet zo vanzelfsprekend. Ouders hebben de natuurlijke neiging om hun kind te beschermen tegen datgene wat zij zelf als negatief hebben ervaren, en gunnen hun kind wat ze zelf zo fijn vonden. Een concreet voorbeeld van handelen: win het vertrouwen van ouders door hen bijvoorbeeld halverwege de eerste ochtend even naar huis te bellen hoe het gaat met hun kind en herhaal dat een aantal keren als dat nodig is.
5. Buddy’s
Het helpt wanneer ouders op weg worden geholpen door een andere ouder over ervaringen, gebruiken en gewoonten in de opvang. Zeker wanneer het oudste kind voor het eerst naar de opvang gaat. Hoe hebben andere ouders deze eerste periode ervaren? Wanneer en hoe kun je het beste contact leggen met de pedagogisch medewerker of bepaalde zorgen uiten? Welke ideeën hebben andere ouders over trakteren bij een verjaardag van hun kind? Hoe duid je een test? Concreet: biedt elke nieuwe ouder een andere ouder die hem of haar op weg helpt tijdens deze eerste 1000 dagen. Natuurlijk is dit op vrijwillige basis. Overigens kun je ook ouders aan elkaar koppelen wanneer je vermoedt dat zij iets aan elkaar kunnen hebben bij bepaalde zorgen (bijvoorbeeld in het geval van een huilbaby).
6. Elkaar kennen
Het is belangrijk voor de kinderen dat ouders in de groep elkaar zoveel mogelijk leren kennen. De opvang is een gemeenschap van mensen, klein en groot. Elkaar kennen zorgt voor oog voor elkaar in plaats van de opvang te beschouwen als een ‘dienst’ die of ‘product’ dat je afneemt. Concreet: organiseer zo nu en dan een informele ontmoeting tussen ouders met hun kinderen, bijvoorbeeld met een hapje en een drankje. Zodat ouders informeel met elkaar in gesprek raken en elkaars kinderen zien. Ook voor ouders die de Nederlandse taal (nog) niet machtig zijn, is een dergelijke ontmoeting fijn, want om te eten en te ontmoeten, hoef je nog niet perse Nederlands te spreken.
Benut elk gesprek om het contact met ouders goed op te bouwen, zodat je ze eventueel tot steun kunt zijn
7. Trots
Zorg ervoor dat ouders al snel trots kunnen zijn op hun kind. Deel de mooie momenten en de eerste successen van hun kind. Concreet: spreek ouders aan en vertel hen mooie anekdotes over hun kind, bel hen als hun kind iets voor elkaar kreeg of stuur hen zo nu en dan een foto van hun kind. Juist bij een stagnerende ontwikkeling zullen ouders behoefte hebben om te weten welke mooie ontwikkelingen hun kind (al wel) doormaakt.
8. Houd ouders niet tevreden
Hoewel tevredenheidsonderzoeken ons doen geloven dat we ouders vooral tevreden moeten houden, wil ik je aanraden dat vooral niet te doen. Het gaat niet om de tevredenheid van ouders, maar of jij de beste kwaliteit biedt. Ouders kunnen (even) ontevreden zijn terwijl jij de goede beslissing hebt genomen of hen de juiste informatie of tips meegeeft. Juist ook wanneer het erop aankomt in een ontwikkeling die niet soepel verloopt. Om het verschil tussen tevredenheid en kwaliteit duidelijk te maken: neem maar eens een maaltijdstevredenheidsonderzoek af onder jonge kinderen in een gezin en luister naar de uitkomsten. Dikke kans dat je de komende tijd veel maaltijden eet die beginnen met een ‘p’ (pizza, patat, enzovoort). De subjectieve tevredenheid stijgt, de objectieve kwaliteit daalt. Concreet: knoop regelmatig gesprekjes met ouders aan over hoe zij het vinden dat het gaat en wat jullie allebei (samen) goed doen of beter kunnen doen. Het gaat niet om een beoordeling van jou als pedagogisch medewerker, maar om het steeds samen evalueren van het prachtige opvoedtraject dat je samen met ouders mag doen (De Vries, 2021).
9. Op de stoel van de ouder
Realiseer je altijd dat je een medeopvoeder mag zijn, al is de kinderopvang een vrijwillige keus van ouders. Het betekent dat je per definitie niet op de stoel van de ouder zit, het is immers hun kind. Dit moet ons altijd bescheiden en terughoudend maken, juist ook wanneer je ouders van goede adviezen wilt voorzien.
10. Grenzen
Je mag natuurlijk grenzen aangeven wanneer je het gevoel hebt dat ouders zich niet houden aan afspraken en de regels die binnen de opvang gelden. Bijvoorbeeld als het gaat om op tijd komen of het meegeven van de juiste spullen. Hoe eerder je grenzen aangeeft, hoe beter. Doe dat wel altijd met een begripvolle houding. En als je het nog lastig vindt om grenzen aan te geven, geef dit dan aan bij een ervaren collega die je hierin kan helpen.
Ten slotte: goede basis
De basis van een goede relatie met ouders wordt doorgaans gelegd in de opvang, en die basis hoort hetzelfde te zijn in het onderwijs. Vaak wordt de opmerking gemaakt dat het contact in de opvang anders is, omdat je dan samen met ouders opvoedt, terwijl op school men vooral met onderwijs bezig is. Voor ouders is dit onderscheid doorgaans niet zo helder, zij besteden hun kind ‘gewoon’ uit aan een pedagogische professional, of die nou met onderwijs bezig is of niet. Daarom bieden bovenstaande aspecten houvast voor een doorgaande lijn van nul tot en met twaalf jaar om een goede samenwerking met alle ouders te realiseren.
• Bakker, J.T.A., Denessen, E.J.P.G., Dennissen, M., & Oolbekkink-Marchand, H. (2013). Leerkrachten en ouderbetrokkenheid. Een reviewstudie naar de effectiviteit van ouderbetrokkenheid en de rol die leraren daarbij kunnen vervullen. Nijmegen: Radboud Universiteit.
• Roseboom, T. (2018). De eerste 1000 dagen, het fundamentele belang van een goed begin vanuit biologisch, medisch en maatschappelijk perspectief. Utrecht: De Tijdstroom.
• Roseboom, T. (2022). Het fundament voor de toekomst. In: HJK 7, maart 2022.
• Vries, P. de (2021). Tevredenheid is niet hetzelfde als kwaliteit. Putten: Zinus.