Stop met ouders meer betrekken!
Ouderbetrokkenheid: hoe betrek je ouders op een goede manier bij het onderwijs aan jonge kinderen? De bedoeling is immers dat kinderen zich beter ontwikkelen en dat het leren soepeler gaat. Maar, wat als ouders dat niet doen?
Is de mate van ouderbetrokkenheid wel af te meten aan de inzet van ouders op school bij bijvoorbeeld het meerijden tijdens uitstapjes, schoonmaken op school, enzovoort (Bakker et al., 2013; Oostdam & De Vries, 2014; Van der Heul, 2020)? Misschien moeten we stoppen met ouders op deze manier meer te willen betrekken.
Creatieve oplossingen
Volgens sommige leerkrachten geeft ouderbetrokkenheid extra werkdruk: je lijkt in het belang van kinderen in veel gevallen ook nog eens verantwoordelijk te worden voor het gedrag van ouders om hen te stimuleren thuis (voor) te lezen met hun kinderen bijvoorbeeld. Leerkrachten bedenken allerlei creatieve oplossingen om ouders toch maar betrokken te laten zijn. Zoals deze brief die ik van een ouder uit groep 3 kreeg:
Betreft: Huiswerk week 50
Beste ouders en/of verzorgers,
Bij deze ontvangt u het huiswerk van uw kind voor week 50. Als uw kind per dag twee korte momenten (ongeveer drie minuten) de wisselrijtjes heeft gelezen, mag u één handtekening zetten. Zodra u vijf handtekeningen heeft kunnen zetten, geeft u dit blad mee naar school. Uw zoon/dochter mag dan een kleinigheidje uitzoeken.
Het lijkt speels, het kind wordt beloond (indirect ook voor het gedrag van zijn ouders die hem aansporen), maar in feite willen we hiermee het gedrag van kinderen en hun ouders achter de voordeur beïnvloeden. Maar is dit de bedoeling van (meer) ouderbetrokkenheid? En is het wel reëel in gezinnen waar bijvoorbeeld nauwelijks rust is? Maken we ouders zo niet te veel tweederangs leerkrachten en gaat school en thuis zo niet veel te veel door elkaar lopen? We plaatsen ouders op deze manier wellicht te veel in een controlepositie, wat een averechts effect kan hebben. En ten slotte: moet een kind thuis juist niet vooral lekker spelen?
Iedere ouder is betrokken op zijn eigen manier
Doen we wel de goede dingen?
Begrijp me goed, natuurlijk is het goed dat de kloof tussen school en thuis niet te groot is. Joyce Epstein spreekt in haar bekende onderzoeken over ouderbetrokkenheid niet voor niets over ‘family-like schools’ en ‘school-like families’ (Epstein, 2009). En af en toe iets oefenen thuis is niets mis mee, ook niet met het maken van leeskilometers. Maar ik wil een drogredenering blootleggen. Diverse studies geven aan dat het meeste effect in ‘ouderbetrokkenheid thuis’ zit. Dus moeten ouders thuis ook hun steentje bijdragen, is de gedachte. Maar we lijken niet verder te hebben gelezen wat die ‘ouderbetrokkenheid thuis’ dan precies inhoudt.
Ouders doen vaak niet wat ze volgens ons thuis zouden moeten doen in het belang van hun kind. Natuurlijk zijn er veel ouders die meewerken, maar juist de ouders van de kinderen die het zo hard nodig hebben, veroorzaken al gauw teleurstelling. Maar doen we hiermee wel de goede dingen? Wordt kansenongelijkheid zo niet juist vergroot tussen kinderen van ouders die thuis veel oefenen en kinderen met ouders die dat niet doen? Onderzoek van Van der Heul (2020) laat bijvoorbeeld zien dat het gedrag van ouders beperkt bijdraagt aan de ontwikkeling in de schoolprestaties van kinderen op begrijpend lezen en rekenen-wiskunde. De grootste effecten zijn in haar studie gevonden bij de verwachting van ouders ten aanzien van het niveau van presteren van hun kind (Van der Heul, 2020).
Betrokken óp ouders
Op basis van mijn ervaring ben ik ervan overtuigd dat veel te maken heeft met de invulling die we geven aan het woord ouderbetrokkenheid. Ouderbetrokkenheid: ouders moeten (meer) betrokken zijn. Maar zijn niet álle ouders al betrokken? Begeven we ons niet op glad ijs wanneer wij een oordeel uitspreken over de mate van betrokkenheid die ouders tonen? Zet iedere ouder zich niet op zijn eigen manier ten volle in voor zijn kind? Ik geloof niet zo in meer of minder betrokkenheid en dus ook niet in het feit dat ouders te veel betrokken zijn (hooguit overbezorgd, maar dat heeft dikwijls een oorzaak). Volgens mij zijn alle ouders evenveel betrokken, allemaal op hun eigen manier.
Ik zou daarom de betekenis van het woord ouderbetrokkenheid willen omdraaien: het gaat niet om de betrokkenheid ván ouders, maar onze betrokkenheid óp ouders. In hoeverre en op welke manier zijn we betrokken op de ouders van de kinderen met wie we mogen werken? In het belang van het kind: bouwen we wel voldoende aan een persoonlijke relatie met de ouders van het kind? Willen we – om het kind ten volle te kunnen begrijpen – ons verdiepen in zijn ouders? Krijg je ouders er op de koop toe bij of omarm je het kind inclusief zijn ouders? Zouden we aan de poort van elke pabo toekomstige studenten niet veel meer moeten bevragen of zij werkelijk gemotiveerd zijn om te werken met kinderen én hun ouders? Een bewuste keus dus.
Laat ouders vooral pleitbezorger en supporter zijn van hun kind
Erken de rollen van ouders
Laten we de rollen van ouders erkennen die ze hebben: die van pleitbezorger en supporter.
Pleitbezorgers: tijdens congressen van de Parent Teacher Association (PTA) in Amerika valt mij op dat men vaak ‘advocating for children’ benadrukt. Ouders zijn de ‘advocates of their children’, ook wel te vertalen met pleitbezorgers. En dat is natuurlijk universeel: ouders horen voor hun kind op te komen, te kijken of hun kind goed les krijgt, eerlijk wordt behandeld, enzovoort. Maar wanneer ouders te veel pleitbezorger zijn van hun eigen kind, vinden we dat vaak lastig. Natuurlijk zien we ouders die misschien doorschieten in het pleiten voor hun kind. Maar wat is hun werkelijke boodschap, wat is hun pleidooi? Erken de rol van ouders om op te komen voor hun kind en wees blij met de hoge verwachtingen die ouders hebben, bijvoorbeeld als een ouder ervan overtuigd is dat zijn kind door kan gaan naar groep 3. Als school ga je vervolgens in gesprek om daar deskundige inzichten naast te zetten, in plaats van ouders te overtuigen van je professionele gelijk. En je stuurt het proces begripvol en deskundig de goede kant op.
Supporters: in haar onderzoek over wat werkt bij ouderbetrokkenheid benoemt Epstein (2009) dat de school zich zichtbaar in moet spannen om ouders onder andere in staat te stellen als toeschouwer op school aanwezig te zijn, om leerlingen bij hun cognitieve ontwikkeling te ondersteunen. Oftewel: laat ouders als de belangrijkste supporters hun kind aanmoedigen en geef ze voortdurend aanleidingen om trots te zijn op hun kind om wat ze al (wel) kunnen.
Bezorgd
Ouderbetrokkenheid gaat daarom vooral over eigen opvattingen en overtuigingen over ouders, en over kennis van bepaalde psychologische processen. En dat gaat verder dan het oefenen van (lastige) gesprekken met ouders, zoals pedagogiek meer is dan het oefenen van gesprekken met leerlingen. Werken aan ouderbetrokkenheid is vooral werken aan je eigen beroepshouding en -kennis, die basis moet op orde zijn. Bijvoorbeeld kennis hebben van allerlei psychologische processen die te maken hebben met ouders: hoe werkt een acceptatieproces bij ouders wanneer er iets is met hun kind, wat betekent de loyaliteit tussen een kind en zijn ouders voor de relatie tussen jou en het kind en zijn ouders? Maar ook: ben je in staat een dusdanige zelfreflectie toe te passen om in te zien dat veel gedrag van ouders een gevolg is van je eigen gedrag, bijvoorbeeld door niet tijdig en transparant te communiceren, door het niet tijdig aangeven van grenzen, door mails aan ouders te ondertekenen met ‘Juf …’ alsof je hun leerkracht bent waar ouders smalend op kunnen reageren. Ik maak me zorgen, want ik vind dat we leerkrachten onvoldoende voorbereid het vak insturen en dat nascholing veel te veel gericht is op het oefenen van (lastige) gesprekken met ouders. Kinderen (inclusief hun ouders) verdienen beter.
Wat kun je ‘morgen’ doen?
Wat betekent dit in de praktijk? Een vijftal concrete tips:
1. Besef dat lastige ouders nauwelijks bestaan zolang je hun rol als pleitbezorger maar erkent.
2. Beschouw elke opmerking, aanmerking, kritiek of ogenschijnlijk wantrouwen van ouders daarom als een uiting van een positieve intentie.
3. Koester een groot inlevingsvermogen in (over)bezorgde ouders, in ouders die in onze ogen te passief zijn, niet realistisch zouden zijn ten aanzien van hun kind, enzovoort.
4. Laat kinderen hun ouders uitnodigen bij projecten die je bijvoorbeeld afsluit. Ouders die de Nederlandse taal niet beheersen, begrijpen misschien niet alles wat er gezegd wordt, maar trots op je kind kun je ook zijn zonder dat je alles begrijpt. En als kinderen hun ouders uitnodigen komen ze wel.
5. Stuur ouders mooie foto’s van hun kind dat op school bezig is en vertel over waar hun kind op school mee bezig is.
Prachtig vak
Wees als leerkracht vooral weer de leerkracht, trots op je prachtige vak, deskundig, zelfbewust, niet iemand die vooral vertrouwen vráágt van ouders, maar iemand die vertrouwen gééft aan ouders. Je mag immers met andermans kinderen werken. En jij bent degene die hierin het verschil kan maken!
• Bakker, J.T.A., Denessen, E.J.P.G., Dennissen, M., & Oolbekkink-Marchand, H. (2013). Leerkrachten en ouderbetrokkenheid. Een reviewstudie naar de effectiviteit van ouderbetrokkenheid en de rol die leraren daarbij kunnen vervullen. Nijmegen: Radboud Universiteit.
• Epstein, J.L., & Associates (2009 3th edition). School, Family, and Community Partnerships. Your Handbook for Action. California: Corwin Press.
• Heul, van der I. (2020). De invloed van ouderbetrokkenheid op de schoolprestaties van leerlingen. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.
• Oostdam, R.J., & Vries, P. de (redactie) (2014). Samen werken aan leren en opvoeden. Basisboek over ouders en school. Bussum: Coutinho.