Dagboek van een kleuterjuf in Oostenrijk #8
Buitenspelen. De kleuters van mijn Kindergarten kunnen ongelofelijk goed buitenspelen! Geen kind verveelt zich, ook al is het speelveld heel simpel: een grasveldje met als enige materiaal acht halve bollen van verschillende groottes.
Ik dacht terug aan hoe dat in Nederland gaat. Daar staat na vijf minuten buitenspelen meestal wel een kleuter naast me die zegt dat hij niet weet wat hij moet doen. Maar hier gebeurt dat niet. Zelfs niet na een uur spelen met zo weinig materiaal. Dat intrigeerde me, dus ik ben eens goed gaan kijken wat de kinderen dan precies doen.
Tot mijn verrassing zag ik een enorme rijkdom aan spel. Sommige kinderen deden spelletjes die ze eerder bij de gymles hadden geleerd. Andere kinderen zaten in het gras te wroeten op zoek naar beestjes. Weer een ander groepje bouwde een parcours van de halve bollen. Een meisje maakte van zo’n bol een huisje voor een fantasiespel. Hoe langer ik keek, hoe meer creatieve en fantasierijke spellen ik zag. En wat ik vooral zag, waren tevreden gezichten.
Geen kind verveelt zich buiten, ook niet met beperkt materiaal
Nieuwsgierig vroeg ik aan de Oostenrijkse juffen hoe het komt dat kinderen dit hier zo goed kunnen. Ze vertelden dat kinderen hier sowieso veel buiten spelen, ook thuis. Maar ze benoemden ook dat buitenspelen echt iets is wat je kunt leren. Zo organiseert de Kindergarten elk jaar een Buitenweek, waarin de kleuters de hele week in het bos spelen. De juffen markeren met een lint tot waar de kinderen mogen komen, maar verder moeten ze zichzelf vermaken. De juf vertelde dat sommige kinderen dat in het begin lastig vinden, maar dat er aan het eind van de week geen kind meer is dat zich verveelt. Ook de wekelijkse ‘Rausgehtag’ helpt. Die zorgt ervoor dat buitenspelen een gewoonte wordt en dat kinderen leren zelf iets te verzinnen om te doen.
Ik vind dat bewonderingswaardig en eerlijk gezegd ook heel inspirerend. Hoe mooi zou het zijn als we Nederlandse kleuters ook meer de kans geven om buitenspelen écht te leren?