Versterk de taalomgeving thuis
Het blijkt dat, met de juiste digitale techniek, digitale prentenboeken effectiever zijn voor de taalontwikkeling dan papieren prentenboeken. Breng daarom digitale prentenboeken op meerdere manieren en momenten onder de aandacht, zowel op school als thuis.
‘Mama, kom, dan gaan we Arabisch luisteren!’ Amira (6 jaar) houdt in haar ene hand de tablet en pakt met de andere haar moeders hand vast. Ze moet bijna naar bed, maar mag eerst nog een verhaaltje kijken. ‘Alleen met het Suikerfeest heb ik een keer alleen gekeken naar de verhalen. Het liefst kijk ik met mijn hele familie.’
Hoewel Amira het Arabisch moeilijk vindt, kijkt ze graag met haar moeder naar de Arabische versies van de digitale boeken. Moeder is namelijk de enige in het gezin die Arabisch spreekt en die kan nu met haar over de verhalen praten. Vanavond kiest ze voor Olifant en krokodil, haar favoriet. Ze bekijkt het boek in minder dan twee maanden wel 94 keer.
Digitale prentenboeken leveren meer voordeel op wanneer kinderen er vaak naar kijken
Leesgedrag meten
Het project ‘Meertalige digitale prentenboeken in het gezin’ wilde inzicht krijgen in de mogelijkheden om de taalomgeving in meertalige gezinnen te versterken en zo, op langere termijn, laaggeletterdheid te helpen voorkomen. De verwachting was dat de eigen taal de digitale prentenboeken toegankelijker zou maken, dat de boeken daardoor vaker gelezen zouden worden en dat dit zou doorwerken in de taalontwikkeling van de kinderen. Op de devices van ouders werd een link geïnstalleerd naar tien digitale prentenboeken, die door een druk op de knop geactiveerd konden worden. Een groep van 41 kleuters van twee Utrechtse basisscholen nam deel aan het project. De kinderen kregen bijna twee maanden lang toegang tot de boeken. Om hun leesgedrag te meten (welke boeken worden gelezen, hoe vaak, et cetera) werd speciale software gebruikt. Daarnaast werden kleuters en ouders geïnterviewd en werden aan het begin en eind van het onderzoek taaltoetsen bij de kleuters afgenomen.
Bewezen effectief
Waarom zoveel aandacht voor het digitale prentenboek? Het blijkt dat, met de juiste digitale techniek, digitale prentenboeken effectiever zijn voor de taalontwikkeling dan papieren prentenboeken. In een recente meta-analyse stelden onderzoekers van de Universiteit van Stavanger vast dat, wanneer de digitale toevoegingen aan het prentenboek de verhaallijn ondersteunen, de opbrengst voor het verhaalbegrip en de woordenschat van de kinderen groter is dan bij papieren prentenboeken (Furenes et al. 2021). Het effect hangt dus af van de kwaliteit van het digitale boek. Voor het project ‘Meertalige prentenboeken in het gezin’ is een selectie gemaakt van digitale prentenboeken van zeer hoge kwaliteit, dat wil zeggen zonder afleidingen (zoals spelletjes, ‘hot spots’, woordenboek) en met digitale ondersteuning van het verhaalbegrip door bijvoorbeeld animaties en camerabewegingen.
De boeken die in het project zijn gebruikt, zijn de eerste geanimeerde digitale prentenboeken die gelijktijdig in meerdere talen zijn aangeboden. Naar verwachting komen de boeken op termijn via de bibliotheek algemeen beschikbaar. Informatie over andersoortige meertalige prentenboeken is hier te vinden. Meertalige papieren digitale prentenboeken zijn al wel gangbaarder; bibliotheken hebben deze vaak tot hun beschikking.
Wat zeggen de kinderen?
De interviews met de kleuters geven een aardig inzicht in hoe de kinderen het project beleefd hebben. Het prentenboek dat zij het meest noemen als favoriet is Olifant en krokodil. De kinderen kunnen tijdens de interviews het huizenruildrama van de twee dieren, die de uitdrukking ‘van ruilen komt huilen’ aan den lijve ondervinden, met veel enthousiasme navertellen. Sommige kinderen kunnen zinnen uit het boek zelfs letterlijk herhalen. Ook van Kleine kangoeroe kunnen veel kinderen de grote verhaallijnen navertellen. Hierbij valt op dat de meeste kleuters in eerste instantie naar de buidel van moeder kangoeroe verwijzen met woorden als het buikzakje, de kleine tas en de (zware) buik. Wanneer de onderzoeker echter doorvraagt (‘Zit de kangoeroe echt in haar buik?’) of het woord buidel aanbiedt, nemen de kinderen het woord zonder moeite over. Ze hebben het woord begrepen uit het verhaal (‘receptieve’ beheersing) en gaan het nu zelf gebruiken (‘expressieve’ of ‘actieve’ beheersing).
Wat zeggen de ouders?
Alle ouders die zijn geïnterviewd, gaven aan dat zij willen dat hun kind goed Nederlands leert. Yasmin, moeder van Hakim (5 jaar), zegt: ‘Ik vind het belangrijk voor de Nederlandse taal. Hakim praat veel Marokkaans. Ook zijn vader praat alleen Marokkaans. Dus ik zet altijd de Nederlandse versie aan, niet de Marokkaanse. Ik wil dat Hakim Nederlands leert. Ik wil niet dat hij Marokkaans spreekt.’ Mariam, moeder van Jamila (4 jaar), zegt over de boeken: ‘Van mij hoeven ze niet vertaald te worden, wij kijken ze in het Nederlands. Dat is belangrijk, want we wonen in Nederland. We spreken thuis ook meestal Nederlands.’ Een moeder voegt toe: ‘En het is ook goed om de taal van jezelf te verbeteren.’ Maar er zijn ook moeders die de versie in de eigen taal belangrijk vinden, omdat ze willen dat hun kind die taal ook goed leert. Zo zegt Imane, moeder van Salme (5 jaar): ‘Salme spreekt beter Nederlands dan Arabisch, dat vind ik jammer. Ze moet beide talen goed leren, daarom vind ik de verhalen in het Arabisch belangrijk.’ Ouders merken soms dat hun kind na verloop van tijd minder interesse krijgt in de boekjes. Dan gebruikt moeder soms een list om haar kind te motiveren, zoals Eslem: ‘Hij mag van mij kiezen tussen gaan slapen of nog een paar verhaaltjes kijken. Nou, dan weet-ie het wel!’
Door het bekijken van digitale prentenboeken op school en thuis te stimuleren, krijgen kinderen meer kansen op verschillende verhalen vaker te bekijken
Wat zeggen de cijfers?
Hoewel sommige kinderen de verhalen enthousiast na weten te vertellen, zijn er ook kinderen die weinig of geen digitale boeken gezien hebben. Neem Younes, hij bezocht het platform vijf achtereenvolgende dagen en daarna nooit meer. De cijfers laten grote verschillen tussen kinderen zien: 29 procent bezocht het platform frequent, 29 procent weinig en 41 procent nooit. Bij deze laatste twee groepen hebben de ouders het platform weinig of niet aangeboden. Dit is vooral het geval bij kinderen met een relatief grote Nederlandse woordenschat. Het is mogelijk dat hun ouders de boeken minder aanboden, vanuit het idee dat hun kind het Nederlands al voldoende beheerst en daarom het digitale platform niet nodig heeft.
Het lage gebruik in veel van de gezinnen is opvallend, temeer omdat allerlei middelen zijn ingezet om het gebruik te stimuleren: een voorlichtingsbijeenkomst, stimulering op school, tussentijdse aanmoediging en een beloningssysteem voor de kinderen. Toch bleken deze middelen niet afdoende om tot regelmatig gebruik te leiden. Wellicht is in de voorlichting te veel nadruk gelegd op de taalstimulering en voelden sommige ouders zich hierdoor niet aangesproken.
De cijfers laten ook zien dat het aanbieden van boeken in de moedertaal zinvol is. Kinderen met een relatief kleine Nederlandse woordenschat bekeken vaker boeken in hun eigen taal en wisselden vaker van taal dan kinderen met een grotere woordenschat. Ook bleek dat de kinderen meer nieuwe woorden leerden naarmate zij meer boeken bekeken en dit gold zowel voor jongens als voor meisjes. De jongens hadden het meeste profijt: zij leerden meer woorden per boek. Een verklaring hiervoor kan zijn dat hun beginniveau lager was, waardoor er voor hen meer te leren viel.
In de praktijk
Enthousiast geworden? Via de site van Bereslim heb je toegang tot allerlei kwalitatief goede digitale prentenboeken. Digitale prentenboeken zijn namelijk ook makkelijk in te zetten in de klas of op de groep. Het is mooi als de boeken aansluiten bij het thema in de klas. De boeken kunnen vervolgens op de tablet, computer, laptop of het digibord afgespeeld worden. Je kunt de boeken laten zien aan de hele groep, maar je kunt ze ook gebruiken om te differentiëren.
Het digitale prentenboek is dan geen vervanging van het papieren prentenboek, maar een aanvulling erop. Je bespreekt eerst met de groep het papieren prentenboek en vervolgens laat je alleen de taalzwakke kinderen hetzelfde boek digitaal bekijken, zo vaak als nodig is voor een beter verhaal- en woordbegrip. Je kunt ook een paar jongens apart zetten met de digitale boeken, als je denkt dat zij, net als de jongens in het onderzoek, daar extra profijt van hebben.
Conclusies van het onderzoek
De resultaten van dit onderzoek laten zien dat digitale boeken, in de thuistaal en de Nederlandse taal, helpen om de taalontwikkeling van kleuters te bevorderen. Boeken in de eigen taal blijken een meerwaarde te hebben voor kinderen die thuis weinig Nederlands horen en spreken. Kinderen met een kleine woordenschat in het Nederlands bekijken meer boeken en wisselen de talen vaker af. Ook blijkt dat meer boeken bekijken, leidt tot een sterkere groei van de woordenschat. Jongens leren meer nieuwe woorden van de digitale boeken dan meisjes. Dat is een bemoedigend gegeven, want de taalontwikkeling van jongens blijft vaak achter bij die van meisjes.
De resultaten laten ook zien dat het in de praktijk lastig blijkt te zijn om alle ouders te betrekken en te motiveren, terwijl zij wel dé spil zijn in het tot stand komen van een leesroutine bij de kinderen. Toegang tot het digitale platform leidt dus niet automatisch tot een ontluikende voorleesroutine, maar wel tot een impuls voor de taalontwikkeling als de digitale boeken daadwerkelijk worden aangeboden aan het kind.
Uit het onderzoek is gebleken dat de digitale prentenboeken meer voordeel opleveren wanneer kinderen vaker naar de boeken kijken. Als leerkracht kan je hier een grote rol in spelen door de digitale prentenboeken op meerdere manieren en momenten tot de aandacht te brengen (bijvoorbeeld door posters, berichten en foto’s). De Bereslimme boeken zijn ook thuis makkelijk (gratis) te bekijken. Richt je hierbij vooral op de ouders die een extra zetje nodig hebben om deze stap te zetten en op ouders met taalzwakke kinderen. Alleen door de digitale prentenboeken regelmatig (bijvoorbeeld per thema) onder de aandacht te brengen, zullen de ouders ook daadwerkelijk de stap zetten. Door het bekijken van digitale prentenboeken op school én thuis te stimuleren, krijgen de kinderen meer kansen om verschillende verhalen vaker te bekijken en zo meer verhaalkennis en woordkennis op te doen.
Vervolgonderzoek
Het project is uitgevoerd in schooljaar 2020/2021 door Sardes (projectcoördinatie), Beagle Research (onderzoek) en Het Woeste Woud (digitale boeken), met subsidie van het landelijke actieprogramma Tel Mee Met Taal. Ook gemeente Veenendaal heeft zich aan het project verbonden. Het project heeft inmiddels een vervolg gekregen: hetzelfde projectteam werkt in schooljaar 2021/2022 met digitale prentenboeken voor peuters. Hierbij wordt voortgebouwd op de bevindingen van het kleuterproject. Meer informatie: www.sardes.nl.