Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Taal
10/03/2026
Leestijd 4-6 minuten
Geschreven door Henriët Odink

Spontaan spellen: van krabbel tot woord

Als jonge kinderen schrijven wat ze horen, vertellen hun krabbels en lettervormen precies waar ze staan in hun taalontwikkeling. Je hoeft als leerkracht dan alleen goed te kijken: spontaan spellen laat zien hoe kinderen taal, klank en letter met elkaar verbinden.

Save the children

Door kinderen te laten experimenteren met klanken en letters, werk je aan de tussendoelen beginnende geletterdheid. Tijdens het schrijven denken kinderen na over de klanken die ze in woorden horen en over de symbolen die daarbij passen. Zo ontdekken ze de relatie tussen klank en letter: het alfabetisch principe. Het hakken en plakken van woorden draagt bij aan de ontwikkeling van het fonemisch bewustzijn. Tegelijkertijd breiden kinderen hun letterkennis uit door te experimenteren met het schrijven van klanken die ze horen. Zo leggen ze verbanden tussen klank en letter.
Daarnaast leren kinderen hoe gesproken en geschreven taal met elkaar samenhangen en maken ze kennis met schriftconventies: we schrijven van links naar rechts en van boven naar beneden. Dit proces heeft een positief effect op zowel de lees- als spellingvaardigheid (Ouelette & Sénéchal, 2017).

Spontaan spellen laat goed zien hoe deze ontwikkeling verloopt. Door te observeren hoe kinderen schrijven krijg je als leerkracht inzicht in hun groei op het gebied van fonologisch en fonemisch bewustzijn.

Van observeren…
De ontwikkelingsstadia bieden waardevolle informatie over waar een kind zich bevindt in het proces van leren schrijven. Je observeert niet alleen het product (wat het kind geschreven heeft), maar ook het proces (hoe het kind tot het schrijven komt). Het product vertelt wat het kind al weet over geschreven taal en welke vaardigheden het heeft verworven op het gebied van klank-tekenkoppelingen en fonemisch bewustzijn. Het proces geeft inzicht in motivatie, zelfvertrouwen en taakaanpak.

Noor is 5 jaar en zit in groep 2. De logopedist heeft een vertraagde spraak-taalontwikkeling vastgesteld. Noor bevindt zich in de fase van schrijven via letterachtige vormen. Ze speelt met twee andere kinderen in de dokterspraktijk. Tijdens het spel in de dokterspraktijk schrijven ze labels voor potjes. Noor loopt met haar label naar de leerkracht: “Staat ‘pillen’.”
Noor laat hiermee zien dat ze begrijpt dat geschreven tekens betekenis hebben: ze representeren woorden en hebben een communicatieve functie. De tekens die zij gebruikt, hebben echter nog geen directe relatie met klanken.
Haar mondelinge taalvaardigheden liggen onder het gemiddelde, wat invloed heeft op haar fonologische ontwikkeling, omdat fonologisch bewustzijn steunt op mondelinge taalvaardigheid.

… naar interventies
Het is belangrijk dat je Noor blijft aanmoedigen om te schrijven. “Je schrijft wat er in het potje zit, wat handig voor de dokter!” Stimuleer haar met open vragen tot taalproductie, zoals: “Voor wie zijn die pillen?” Bied daarnaast activiteiten aan die betrekking hebben op de klankpositie in woorden, zoals “Welke klank hoor je vooraan?” en reik lettermateriaal (zoals lettermagneten en letterstempels) aan om de lettervormen te ontdekken.

Spontaan spellen fungeert zo als een formatief diagnostisch instrument (Schrodt e.a., 2024): het geeft inzicht in wat een leerling al beheerst op het gebied van beginnende geletterdheid en waar de zone van naaste ontwikkeling ligt. Op basis van je observaties maak je keuzes in je aanbod en richt je je instructie op de volgende stap in de ontwikkeling.

Zorg voor een rijke omgeving met geschreven taal en lettermateriaal

Spontaan spellen in zes stappen
Spontaan spellen doorloopt verschillende stadia (Ouelette & Sénéchal, 2017). Deze stadia dienen als richtlijn, want de ontwikkeling van jonge kinderen verloopt sprongsgewijs.


1. Schrijven via tekenen

In dit stadium maken jonge kinderen nog geen onderscheid tussen tekenen en schrijven. Er is nog geen duidelijke relatie met gesproken taal. Ze experimenteren met krijt en verfkwasten en ontdekken dat ze een spoor achterlaten op papier. Vraag het kind om te vertellen wat het geschreven heeft, tenzij het aangeeft dat het heeft getekend. Zorg voor een rijke omgeving met geschreven taal en lettermateriaal, zoals letterstempels en letterspelletjes.


2. Schrijven via krabbels

Kinderen beseffen dat schrijven iets anders is dan tekenen. Ze gebruiken willekeurige krabbels en vullen soms hele vellen papier met herhaalde bewegingen.
Nodig hen uit om de eigen naam te schrijven. Zoek in spelsituaties naar schrijfaanleidingen die passen binnen die context. Als kinderen boodschappen doen in hun spel, zorg jij voor pen en papier voor een boodschappenlijstje.


3. Schrijven via letterachtige vormen

Het besef groeit dat letters en woorden worden gerepresenteerd door tekens. Die tekens hebben nog geen directe relatie met klanken of woorden. Het fonologisch bewustzijn en de letterkennis nemen toe.
Creëer momenten waarop kinderen hun eigen naam schrijven en bied spelenderwijs oefeningen aan met de beginklanken van woorden. Laat kinderen in de supermarkthoek producten labelen en koppel hun geschreven woorden aan prijskaartjes of producten. Zo oefenen ze spelenderwijs met klanken en symbolen.


4. Een of enkele letters gebruiken

Kinderen ontdekken dat letters en klanken met elkaar samenhangen. Ze gebruiken één of enkele letters om een woord weer te geven, vaak opvallende klanken of de eerste of laatste klank.
Elke correcte klank die een kind in dit stadium noteert, duidt op groeiend fonemisch bewustzijn. Een kind dat ‘kat’ als ‘kt’ schrijft, herkent de eerste en laatste klank van het woord. Hoewel veel kinderen daarna de tussenklank leren herkennen, verloopt deze stap niet bij alle kinderen in dezelfde volgorde. Dit laat de individuele verschillen zien binnen fonemisch bewustzijn en spontaan spellen (Treiman e.a., 2018).


5. Invented spelling

Kinderen schrijven woorden fonetisch, dus zoals ze die horen. Ze passen hun kennis van klanken en letters actief toe, maar geven alleen de klanken weer die ze in een woord onderscheiden. Dit stadium onderscheidt zich van het vorige door de ontwikkeling van het fonemisch bewustzijn. Om fonetisch te kunnen spellen is de vaardigheid in auditieve analyse en synthese (hakken en plakken) nodig.
Kinderen laten invented spelling meestal zien in groep 2 of 3, afhankelijk van hun taal- en leeservaring. Fouten als ‘mir’ in plaats van ‘mier’ zijn normaal en wijzen op een actieve toepassing van de klank-tekenkoppeling. Ingrijpen is pas nodig als kinderen formele instructie over een spellingcategorie hebben gevolgd en fouten maken.


6. Conventioneel spellen

Kinderen gaan nu woorden spellen volgens de officiële spellingregels. Ze leren dat woorden niet altijd precies worden geschreven zoals ze klinken en beseffen dat correcte spelling belangrijk is om de betekenis goed over te brengen.

Download hier een handig overzicht van de zes stappen.

Zo herken je fonemisch bewustzijn bij spontaan spellen (Ouellette & Sénéchal, 2016):

  • Geen klankbewustzijn: het kind schrijft krabbels of willekeurige letters.
  • Bewustzijn van de eerste klank: het kind schrijft alleen de eerste letter.
  • Bewustzijn van de laatste klank: het kind schrijft de eerste en de laatste letter.
  • Fonemisch bewustzijn: het kind schrijft alle fonemen (klankzuiver).
  • Als kinderen conventioneel spellen, spreken we van orthografisch bewustzijn.

Mondelinge taalvaardigheden
De casus van Noor laat zien dat niet alleen de tussendoelen beginnende geletterdheid van belang zijn, maar ook de mondelinge taalvaardigheden. Deze vormen de basis voor (leren) lezen, spellen en schrijven (Snow, 2020). Spontaan spellen steunt sterk op de mondelinge taal van kinderen. Als een kind niet weet wat of hoe het iets moet zeggen, kan het dat ook niet opschrijven (Van der Mortel, 2019). Laat kinderen daarom altijd eerst vertellen wat ze willen schrijven. Zo leren ze hun gedachten te verwoorden en ideeën te formuleren (Schrodt, 2015). Een rijke taalomgeving met veel gelegenheid tot spreken en luisteren is onmisbaar.

Laat kinderen altijd eerst vertellen wat ze willen schrijven

Spontaan spellen in de praktijk

  • Als een kind vraagt hoe een woord geschreven wordt, stimuleer het dan eerst om zelf te bedenken welke klanken het hoort en welke letters daarbij passen. Dit versterkt het fonemisch bewustzijn en de letterkennis. Alleen als het kind er nadrukkelijk om vraagt, schrijf je het woord voor.
  • Model regelmatig je eigen schrijfgedrag. Zo zien kinderen dat schrijven een dagelijkse, betekenisvolle activiteit is.
  • Integreer spontaan spellen in betekenisvolle activiteiten, zoals spel, verhalen of activiteiten die aansluiten bij de ervaringen van het kind.
  • Corrigeer nooit het werk van kinderen. In het kader van spontaan spellen is elke poging om te schrijven waardevol en goed.
Book iconMediatips
  • Damhuis, T. G. P. M., Blauw, A. T., & Brandenburg, N. (2016). CombiList: Een instrument voor taalontwikkeling via interactie. Praktische vaardigheden voor leidsters en leerkrachten (4e druk). Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Odink, H. (2024). Spontaan spellen: Bouw aan een stevige taalbasis bij het jonge kind. Amsterdam: Boom.
  • Van Kleef, M., Tomesen, M., & Projectgroep Geletterdheid. (2016). Stimulerende lees- en schrijfactiviteiten in de onderbouw: Prototypen voor het creëren van interactieve leessituaties en het ontlokken van (nieuw) schrijfgedrag (4e druk). Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
Book iconLiteratuurlijst
  • Ouellette, G., & Sénéchal, M. (2017). Invented spelling in kindergarten as a predictor of reading and spelling in Grade 1: A new pathway to literacy, or just the same road, less known? Developmental Psychology, 53(1), 77–88. https://doi.org/10.1037/dev0000179
  • Schrodt, K., FitzPatrick, E., Lee, S., McKeown, D., McColloch, A., & Evert, K. (2024). The effects of invented spelling instruction on literacy achievement and writing motivation. Education Sciences, 14(9), Article 1020. https://doi.org/10.3390/educsci14091020
  • Snow, P. C. (2021). SOLAR: The science of language and reading. Child Language Teaching and Therapy, 37(3), 222–233. https://doi.org/10.1177/0265659020947817
  • Treiman, R., Cardoso-Martins, C., Pollo, T., & Kessler, B. (2018). Statistical learning and spelling: Evidence from Brazilian prephonological spellers. Cognition, 182, 1–7. https://doi.org/10.1016/j.cognition.2018.08.016

Henriët Odink

Henriët Odink is schoolcoach, auteur en eigenaar van Taal & Leesexpertise. Ze ondersteunt scholen en instanties bij het versterken van het taal- en leesaanbod.