De ruimte als derde pedagoog
Kinderen leren van elkaar, van volwassenen én van hun omgeving, aldus de onderwijsvisie van Reggio Emilia. Door de ruimte op school bewust in te zetten als ‘derde pedagoog’ creëer je rijke speelplekken waarin kinderen volop tot ontwikkeling komen.
Van de beroepen gerelateerd aan het onderwijs is de ‘interieurpedagoog’ waarschijnlijk relatief onbekend. Deze werkt vanuit de visie dat een goed ontworpen ruimte niet alleen veiligheid biedt, maar ook de emotionele, sociale en cognitieve groei van kinderen stimuleert. De ruimte als derde pedagoog dus. Dat gaat verder dan kleurrijke klassen en uitdagend spelmateriaal. Het gaat erom dat je je inrichting zorgvuldig afstemt op je onderwijsvisie. Met als uitgangspunt: hoe ondersteunt de ruimte bij de ontwikkeling van kinderen?
Routing en speelplekken
Om een school of klas zo in te richten dat het interieur maximaal bijdraagt aan het spelen en leren, maak je samenhangende keuzes in kleurgebruik, routing, spelmateriaal en meubilair. Door speelplekken doordacht te verdelen over de ruimte creëer je zones die specifiek spel faciliteren.
De zitzak was neergelegd op een lege plek in de klas. Zo: een leesplek! Tijdens een locatiebezoek viel het ons op dat de leesplek in de klas op een plek lag met het meeste ‘verkeer’. Samen met de leerkracht hebben we de leesplek verplaatst naar een rustige hoek, waar de kinderen kunnen focussen op hun boek.
De spelfuncties moeten zich goed tot elkaar verhouden. Als kinderen even een boekje willen lezen om tot rust te komen, gebeurt dat idealiter op een plek waar ze kunnen focussen. Niet direct naast de bouwplek of sensorische tafel. Bewuste inrichtingskeuzes zorgen voor rust en duidelijkheid in de klas. Hetzelfde geldt voor de looproutes. Hoe komen de kinderen het lokaal binnen? Hoe beperk je het ‘verkeer’ in prikkelarme speelplekken?
Genoeg speelruimte op elke plek draagt ook bij aan spelkwaliteit. Kleuters spelen vaak in twee- of drietallen. Dan heb je voor bijvoorbeeld een bouwplek dus meer ruimte nodig dan een hoekje van een vierkante meter. De grote bouwblokken van de Haagse set vragen om ruimte en je wilt ook dat de kinderen een stap naar achteren kunnen zetten, om de omvang van hun bouwwerk te bewonderen.
Thijs en Serfan spelen met de auto’s. Maar de juf geeft net instructie aan een ander groepje. Ze maant de jongens tot stilte. Als we dit met de juf evalueren, dient de oplossing zich aan: we verplaatsen de auto-speelplek naar een ander deel van de klas. De speelplek mag ook wat groter, zodat de kinderen mooie autobanen kunnen aanleggen. We leggen dus een groter vloerkleed neer. Nu hebben de jongens ruimte voor hun spel, zonder anderen te storen.
Pedagogische onderlegger
In de kinderopvang wordt al veel gewerkt vanuit een visie op het interieur. Het basisonderwijs kan daar veel van leren. Dit is extra relevant bij nieuwbouw of een verbouwing. De gemeente selecteert daarvoor een architect, maar die komt soms pas voor het eerst op een basisschool en heeft geen pedagogische kennis. Dat is een risico, want je creëert een plek die bij wijze van spreken weer veertig jaar mee moet gaan. Maak daarom voorafgaand aan de eerste bouwgesprekken een pedagogische onderlegger voor de architect, zodat die een interieur kan ontwerpen dat is afgestemd op de ontwikkeling van kinderen.
Waar wil je dat de aandacht heen gaat?
Ook als je niet gaat verbouwen, kun je stappen zetten. Veel klaslokalen zijn gezellig gemaakt met kleurrijke dingen aan de muur. De vraag is: zijn het de juiste dingen en hangen ze op de juiste plek? Wat wil je dat de kinderen zien op een specifieke plek in de klas? Welke decoratie is ondersteunend aan het leren, of juist aan rust? Verwijder in de kerstvakantie eens alles van de muren en ramen en kijk met die bril opnieuw naar je inrichting. Onderdeel daarvan is het schilderwerk. Vaak wordt de school gevraagd: welke kleur vinden jullie mooi? Maar een professionele kleurenspecialist creëert ‘een geheel’, met zones van prikkels en zones van focus. En ja, zo’n kleuradvies kost geld. Maar door te investeren in een goede basis, draag je net zoveel bij aan een rijke leeromgeving als door nieuw spelmateriaal te kopen. Bovendien kun je voor meer kwaliteit soms beter iets weghalen, dan iets toevoegen.
Kinderen hebben thuis al bedacht wat ze op school gaan doen
Wat doe je binnen én buiten het lokaal?
Voor scholen die meerdere kleutergroepen in hetzelfde gebouw huisvesten: kijk eens wat je écht nodig hebt in je eigen klas en wat je kunt aanbieden op een gedeeld leerplein of in een centrale hal. Geef daar spelfuncties een plek waarbij kinderen elkaar kunnen ontmoeten. Maak daar bijvoorbeeld een grote huishoek met poppenspel, in plaats van een krap huishoekje in elke klas. Of maak in één klas ruimte voor een goed atelier en in een andere klas voor een constructiespeelplek en laat kinderen wisselen. Zo creëer je rijke speelplekken, waardoor je de spelkwaliteit verhoogt en kinderen langer spelen.
De lokalen van de kleuters en groep 3 liggen naast elkaar, met een schuifdeur ertussen. We hebben een doorlopende speelplek gecreëerd, door aan beide kanten van de deur een vloerkleed in dezelfde kleur neer te leggen. Als je de deur opent, ontstaat op natuurlijke wijze één gezamenlijk speelplek. Die kunnen de kinderen bereiken zonder dat ze de hele klas hoeven doorkruisen. Het is nu véél rustiger in de groep!
Voorspelbaar of flexibel?
Deze manier van inrichten gaat uit van het idee dat kinderen veiligheid én uitdaging nodig hebben. Veiligheid betekent een verzorgde klas met een vaste indeling. Voorspelbaarheid zorgt voor vertrouwen, waardoor kinderen makkelijker tot spelen en leren komen. Daarnaast hebben kinderen variatie nodig. Een uitdagende speelleeromgeving stimuleert immers heel veel: sociaal gedrag, ontmoeting, spel en zelfstandigheid. Een interieurpedagoog maakt een ultiem inrichtingsplan voor elke klas. Maar behoeften kunnen gedurende het schooljaar veranderen. Afhankelijk van de leeftijd en aard van de kinderen, zijn soms nieuwe prikkels nodig of juist rust. Leerkrachten die veel wisselen met plekken en materiaal, raken de draad soms kwijt.
Het advies is: beweeg mee in gevarieerd spelmateriaal, maar houd de basisindeling van de ruimte hetzelfde. Kinderen zijn namelijk plannenmakers en hebben thuis al bedacht: morgen bouw ik op school met blokken een kasteel. Dan is het fijn dat ze die blokken op dezelfde plek aantreffen. Anders moeten ze die eerst gaan zoeken en zijn ze hun plan alweer vergeten. Voeg wel steeds iets toe om kinderen uit te dagen. Je kunt daarin ook de verdieping opzoeken en leerdoelen als tellen rekenen meenemen.
Geef spelfuncties waarbij kinderen elkaar kunnen ontmoeten een centrale plek
We zijn op locatiebezoek in een klas met veel natuurlijk licht, fijn! Ook het digibord staat bij het raam. Dat is niet prettig: door het tegenlicht ziet de leerling alleen het silhouet van de leerkracht en niet diens mimiek tijdens instructie. Maar verplaatsten is lastig: dit lokaal heeft volop ramen en deuren, maar geen ‘vrije muur’. Verbouwen kan hier niet, maar door de inrichting wat aan te passen zorgen we samen voor een betere instructieplek.
Voorbereide omgeving
De kers op de taart van een goed ingerichte ruimte is het spelmateriaal. De speelgoedschijf van vijf van Marianne de Valck sluit hier mooi bij aan. Deze zorgt ervoor dat alle ontwikkelingsgebieden (motorisch, cognitief, constructief, sociaal en creatief) worden aangesproken. Een rijke speelleeromgeving biedt bovendien materialen die aansluiten bij de leefwereld van álle kinderen. De huishoek biedt bijvoorbeeld een kans om keukenspullen uit andere culturen toe te voegen.
Zelfstandigheid en autonomie zijn daarbij belangrijk: dankzij open vakkasten komen kinderen tot ideeën voor spel en wordt de spelkwaliteit versterkt. En vergeet ook niet de rol van de leerkracht die spelmaterialen in een voorbereide setting plaatst.
Maria Montessori introduceerde het concept van de ‘voorbereide omgeving’ om het kind te ondersteunen bij zelfontwikkeling. In de praktijk betekent dit dat je bij de start van de dag overal iets klaarzet. Een gedekte tafel in de huishoek, een stukje autobaan, of het begin van een bouwwerk. De kinderen voelen zich welkom en de verwachtingen zijn duidelijk.
Aandacht voor de buitenruimte
Ook de buitenruimte krijgt aandacht bij een ideale inrichting. Kleuters ontwikkelen zich buiten immers op sociaal, emotioneel, motorisch en zintuiglijk gebied. Een ideale buitenruimte sluit aan bij het gebouw en de doelgroep. Naast een goede basisinrichting zijn losse materialen en ontdek-elementen belangrijk, zoals mogelijkheden om te graven, bouwen, klimmen en spelen met zand, water en andere natuurlijke materialen (Van Liempt & Hoekstra, 2011). Zo leren kleuters grenzen verleggen, fantaseren, elkaar ontmoeten en samen spelen.
- Davies, S. & Uzodoke, J. (2024). Het Montessori Kind. Amsterdam: Brandt.
- De Valck, M. Dit is de speelgoed schijf van 5. Kiind. [url Dit is de speelgoed schijf van 5 – Kiind]
- Dierickx, E. & Koelman, A. (2025). Kleuterleerkracht 2.0. Gent: Academia Press.
- Leraar24 (2025). Wat is het belang van spel bij jonge kinderen? [url Wat is het belang van spel bij jonge kinderen? – Leraar24
- Ministerie van OCW. Pedagogisch klimaat. Inspectie van het Onderwijs. [url Pedagogisch klimaat | Inspectie van het onderwijs]
- Pont, S. (2023). Waarom kinderen móéten spelen (en zich vervelen). Opgroeien & Gezin. [url Steven Pont: Waarom kinderen móéten spelen en zich vervelen – EO
- Strik, A. & Schoemaker, J. (2018). Interactievaardigheden. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
- Tajik, M. (2021). Spel stimuleren vanuit speelwerelden. Early Years Blog. [url Early Years blog | Spel stimuleren vanuit de speelwerelden voor kinderen tot 2 jaar
- De Valck, M. (2024). De schijf van vijf spelen. Kinderopvang totaal, 15 oktober 2024. [url https://www.kinderopvangtotaal.nl/de-schijf-van-vijf-van-spelen/
- Expertisecentrum Kinderopvang: Spel en spelbegeleding. Pedagogische kennisbasis. [url Spel en spelbegeleiding
- Van Liempd, I. & Hoekstra, E. (2011). Ruimten maken voor vier tot twaalf jaar. Amsterdam: SWP.
- Van Liempd, I. & Hoekstra, E. (2011). Bouwhoek voor kindercentra. Amsterdam: Architectura & Natura.