Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Blogs
08/06/2020
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Iris Nonkes-van d...

Dag spin, dag lieverd!

‘Bang voor spinnen’ is de titel van een artikel in HJK. Kees Both schreef het in 2016. Dertig jaar eerder verscheen een voorloper van het stuk in 'De Grabbelton'. Dit bewijst dat het onderwerp tijdloos is: de angstgevoelens van kinderen voor bepaalde dieren.

Save the children

Ook mijn zus en ik waren als kind bang voor spinnen. En voor alles wat erop leek. Kamperen werd hierdoor een stressvolle onderneming. Voor het slapengaan, inspecteerden wij onze tent langdurig met een zaklamp. Ontdekten we ook maar het kleinste beestje (het kon ook een stofje zijn), dan gilden we tegen elkaar: ‘Een spin! Een hele grote! Hij heeft rode ogen!’ ‘Haal hem weg!’ – ‘Nee, jij!’

Mijn vader moest erbij komen om het op te lossen. Onze paniek werd door hem standaard beantwoord met hilariteit. ‘Wat?! Dat kleine dingetje? Zijn jullie daar bang voor? Die pak ik wel even, die eet ik lekker op!’ We deinsden achteruit, terwijl mijn vader de tent in ging. Hij kwam eruit met een propje papier tussen zijn vingers met daarin (dat moesten we maar geloven) de gevangen ‘spin’. Hij passeerde ons en maakte – altijd! – de grap waarbij hij ons het propje toewierp en riep: ‘Hier, vang!’ Of hij deed net alsof hij het propje ging gooien, wat eigenlijk nog erger was.

Dit kleine trauma wilde ik mijn eigen dochters besparen. Hoeveel fijner zou hun leven zijn zonder de angst voor spinnen? Volgens Kees Both kun je door je eigen reactie als opvoeder, een positieve bijdrage leveren aan de houding van kinderen tegenover spinnen. Ik besloot daarom om mijn reactie op alle kruipers drastisch te veranderen. Als ik een spin zag, riep ik steevast: ‘Oh kijk, wat tof! Een spin! Dag lieverd, hoe heet jij? Jongens, zullen we hem aaien? Of over onze hand laten lopen?’ En dat deden we. Met mijn hoofd en lichaam moest ik hiervoor een enorme drempel over, maar het werkte.

Op een ochtend stond mijn jongste (2,5 jaar) na het wakker worden rechtop in haar bed te stralen: ‘Mam, beestje, lief!! Aaien??!!’ Ik kwam kijken en zag tot mijn verbijstering een grote, haast doorzichtige pissebed die zich tussen de spijlen van haar ledikant en het schone, witte matras wurmde. De aanblik maakte me misselijk, tegelijkertijd was ik enorm trots op mijn dochter – die nog blijer leek dan op haar verjaardag. In deze mengeling van emoties had ik de keuze: of mijn dochter laten spelen met de pissebed in haar bed, of: een stuk papier halen en het beestje vangen.

Ik had al mijn kracht nodig om haar ervan te overtuigen dat het laatste het beste was. Terwijl ze ‘Nee, niet pakken!!’ gilde, greep ik de pissebed in het papier (best nog lastig om grip op zo’n beestje te krijgen…). Vervolgens passeerde ik haar met het propje met daarin mijn vangst, stevig in mijn hand geklemd. Ik zag haar ontreddering – precies dezelfde als mijn eigen ontreddering van destijds tijdens het kamperen, maar nu vanwege een totaal andere reden.

Ik heb het propje niet naar haar toegegooid.

Iris Nonkes-van den Berg