Wat als handpoppen ruziemaken?
Een kleuterklas is één grote proeftuin in het leren omgaan met elkaar. De hele dag experimenteren kleuters met delen, zorgen, samen spelen en uiteraard ook ruziemaken. Hoe kun je met behulp van poppenspel meer te weten komen over hoe kleuters zelf naar (hun) relationeel gedrag kijken?
Het is ‘vrij spel’ in de kleuterklas. Juf Ils voorziet een zelfstandige activiteit rond fijne motoriek. Het is de bedoeling dat de kleuters een pot vullen door knopen in de gleuf van het deksel te stoppen. Er zijn drie potten en veel knopen. Boris, Pedro en Mira zijn elk met een pot aan het spelen, maar Eddy wil ook meedoen. Hij pakt enkele knopen en probeert die in de pot van Boris te stoppen. Boris reageert met: ‘Nee, dat mag niet!’ Eddy probeert het nog eens. Dan geeft Boris hem een stevige duw. Beteuterd loopt Eddy naar de leerkracht: ‘Juf, van Boris mag ik niet meespelen!’
Kinderen kijken naar aanleiding van poppenspel naar relaties en leren hoe zij op een respectvolle manier met elkaar kunnen omgaan
De kleuterklas als één grote relationele proeftuin
Een alledaagse situatie in de kleuterklas. Jonge kinderen gaan voortdurend in relatie met elkaar. Ze proberen en leren met elkaar omgaan. Een belangrijke sociale vaardigheid voor de rest van hun leven.
In het kader van een onderzoek aan UCLL (2023) gingen Ils De Proost (kleuterleerkracht) en Anne Slaets (onderzoeker-lerarenopleider) op zoek naar manieren om het relationeel gedrag van kleuters beter te begrijpen en te ondersteunen.
Vanuit het idee dat verhalen kleuters helpen om zich in te leven in relationele situaties en ook heel geschikt zijn om hen kennis bij te brengen over ‘omgaan met elkaar’ (Dierickx, 2023) kwamen zij al snel bij ‘de kracht van poppenspel’. De Proost en Slaets ontwikkelden een werkvorm waarbij kleuters naar aanleiding van een poppenspel in gesprek gaan over hoe zij kijken naar relaties en ook leren hoe zij op een respectvolle manier met elkaar kunnen omgaan. Deze aanpak wordt in dit artikel stapsgewijs toegelicht.
Stap 1: Zet herkenbare conflictsituaties uit je klas om in een poppenspel
In elke kleuterklas heb je ze wel, van die typische conflictsituaties die dagelijks terugkeren. Singer (2021) gebruikt de term ‘botsingen’ voor situaties waarin een kind iets doet dat protest van een ander uitlokt.
Binnen deze werkvorm ga je die veelvoorkomende botsingen omzetten in een eenvoudige verhaallijn voor poppenspel. Belangrijk is dat je het gedrag en de taal van je personages laat aansluiten bij de belevingswereld van je kleuters zelf. Dus, geen lange dialogen of abstracte taal, wel een poppenspel récht uit hun belevingswereld.
Nee, Tom, dat mag niet. Ga weg!
• An en Olga zijn met de blokken aan het spelen. Ze zijn de blokken één voor één in hun eigen pot aan het stoppen.
• An: ‘Oo, wat leuk met die blokken, ik heb er al echt veel in mijn pot …’
• Tom komt ook bij hen staan, hij wil meespelen.
• Tom: ‘Oo, hoe fijn, dat wil ik ook graag doen!’
• Tom probeert een blok in An haar pot te stoppen.
• An: ‘Nee, Tom, dat mag niet!’
• Tom probeert nog eens, maar An wordt nu boos en geeft hem een duw.
• An: ‘Nee, Tom, dat mag niet! Ga weg!’
We weten dat poppenspel kinderen enorm aantrekt. Het spelen van verhalen met poppen stimuleert hun fantasie en betrokkenheid. Daarbij zijn handpoppen ook dankbare hulpmiddelen om een brug te slaan tussen het abstracte concept van omgaan met elkaar en de persoonlijke ervaringen van de kleuters (Dierickx, 2023). Omdat het poppenspelscenario voor de kleuters wél zeer herkenbaar is, maar niet rechtstreeks betrekking heeft op hun eigen situatie, schep je ook een veilig klimaat om over ‘omgaan met elkaar’ te praten.
Stap 2: Voorzie stopmomenten in je poppenspel met ruimte voor inleving
Voorzie in je poppenspel één of meerdere stopmomenten waarbij je de handpoppen even opzijlegt en met de kleuters in gesprek gaat over wat er gebeurt in het verhaal. Kies voor een moment waarvan de kleuters ook voelen dat er spanning hangt. Vraag kleuters hoe zij denken dat de poppen zich zouden voelen.
Door je kleuters zich bewust te laten inleven in de verschillende personages tijdens een conflict, stimuleer je hen om ook eens een ander perspectief in te nemen. Van den Branden (2019) ziet het innemen van ‘multiperspectiviteit’ als één van de basisprincipes van duurzaam onderwijs. Een complexe competentie die heel wat oefening vraagt.
Om het gesprek meer te structureren, en er ook voor te zorgen dat élk kind een stem heeft, kan je de meest voorkomende gevoelens visualiseren op prenten en je kleuters hieruit laten kiezen. Vraag bijvoorbeeld om een blokje te leggen bij de prent die volgens hen het beste aansluit bij hoe de handpop zich op dat moment zou voelen. Waar je anders in een gesprek enkel input krijgt van kleuters die mondeling kunnen, willen en durven antwoorden, krijg je op deze manier zicht op de stem van élk kind in de groep. Belangrijk is dat je in de loop van de bespreking laat blijken dat we dingen soms anders aanvoelen of aanpakken en dat dat helemaal prima is, zolang we elkaar maar proberen te begrijpen en niet in de weg staan.
Hoe zou Tom zich voelen? En An dan?
• ‘Het poppenspel stopt nu even zodat wij samen kunnen nadenken over wat er allemaal gebeurt. Straks spelen we weer verder.’
• ‘Hoe zou Tom zich nu voelen, denk je? Blij, boos of verdrietig?’
• ‘Zet je blokje op de prent die jij het beste bij Tom vindt passen.’
• ‘Waarom koos je voor deze prent…?’
• ‘En hoe zou An zich nu voelen, denk je?’
• ‘Zet je blokje op de prent die jij het beste bij An vindt passen.’
• ‘Waarom koos je voor deze prent?’
Hoe zou Tom zich nu voelen, denk je?
De meeste kleuters kozen de verdrietige prent voor Tom. Ze herkenden het gevoel van niet mogen meespelen en het bijhorende verdriet. Enkele kleuters kozen de boze prent en gaven aan dat zij ook heel boos worden als ze niet mogen meespelen. Eén kleuter zette zijn blok bij de prent met het blije gezicht: ‘Ik wil ook alleen spelen’, deelde hij in de groep.
Laat kinderen met behulp van prenten aangeven hoe ze denken dat de handpop zich voelt. Is bij blij? Of verdrietig?
En hoe zou An zich nu voelen, denk je?
Over An vertelden heel wat kleuters spontaan dat zij ‘ruziemaakt’. Bij het kiezen van een gevoel voor haar kozen de meesten boos. Eén kleuter koos blij en zei dat ‘zij ook graag duwt, omdat dat grappig is’. Zo ontstond er een gesprek over wanneer elkaar duwen plezierig is en wanneer duwen echt niet kan.
Stap 3: Voorzie stopmomenten in je poppenspel met ruimte voor agency
Je kan het poppenspel ook even onderbreken om samen met je kleuters na te denken over hoe de poppen anders of beter zouden kunnen reageren. Ga hierover in gesprek met je kleuters, laat hen kiezen uit voorbeelden van wat je kan doen of vraag hen of ze zelf een goed idee hebben. Kies op basis van de reacties uit de groep hoe je het poppenspel op een fijne, verzoenende manier laat aflopen. Op die manier schep je ook ruimte voor ‘agency’ binnen deze werkvorm (Slaets & Stroobants, 2022). Je kleuters krijgen een stem, keuze en ook een beetje ‘eigenaarschap’ in het poppenspel en dat met oog voor respect voor zichzelf en de anderen.
Hoe kan Tom best reageren? En wat gaan we An laten doen?
• ‘Wat zou Tom nu het beste kunnen doen, denk je?’
• ‘Naar de juf gaan, iets anders gaan spelen of nog eens vragen aan An?’
• ‘Zet je blokje op de prent die jij zou kiezen.’
• ‘Waarom koos je voor …?’
• ‘Wat zou An anders kunnen doen?’
• ‘Wie heeft een idee en wil dit met ons delen?’
• ‘Het poppenspel gaat nu verder vanuit jullie ideeën …’
Wat zou Tom nu het beste kunnen doen, denk je?
De meeste kleuters vinden dat Tom in deze situatie naar de juf moet gaan. Een uitgelezen kans voor juf Ils om handpop Tom te leren hoe hij aan An kan vragen om mee te mogen spelen. Dit door hem een eenvoudig, toepasselijk zinnetje aan te leren, zoals: ‘Mag ik meespelen?’ Dit lijkt een duidelijke vraag, maar dat is het niet voor jonge kinderen. Zeker kinderen die niet voldoende taalvaardig zijn, hebben veel baat bij vaste zinnen die ze in vaak voorkomende sociale situaties kunnen gebruiken (Dierickx, 2023).
Wat zou An anders kunnen doen?
De meeste kleuters vinden dat An ‘Sorry’ moet zeggen tegen Tom. Juf Ils speelt hierop in en laat hen nadenken over verschillende manieren om te verzoenen. Ook staat ze met de kleuters stil bij het feit dat het in veel gevallen goed is om alleen te willen spelen, maar dat je dat dan op een duidelijke manier moet zeggen zonder elkaar te kwetsen. Zo kan An tegen Tom zeggen: ‘Ik speel liever alleen vandaag, Tom.’ Deze aanpak draagt bij tot het creëren van een ‘saamhorige groep’ waarin kinderen zich veilig voelen om te spelen, te leren en te exploreren met ruimte om zichzelf te zijn en ook hun grenzen aan te geven (Van Schaik, 2023).
Stap 4: Eindig je poppenspel met een gesprek over persoonlijke voorkeuren
Je kan na afloop van je poppenspel aan je kleuters vragen om hun blokje te leggen bij die pop waarvan zij vinden dat die het ‘liefste’ is. Ook hier is het weer cruciaal om kleuters tijdens de bespreking die multiperspectiviteit op andere keuzes te bieden. Er zijn geen goede of foute keuzes. Iedereen kan een goede reden hebben om een pop het liefste of leukste te vinden.
Wie vind jij nu de liefste pop?
• ‘Wie vond jij de liefste pop in dit verhaal?’
• ‘Tom, An of Olga?’
• ‘Leg je blokje bij je lievelingspop’
• ‘Waarom koos jij voor …?’
De Proost en Slaets merkten tijdens deze nabespreking dat de keuze van kleuters heel nauw samenhangt met hun eigen persoonlijkheid. Kleuters die zelf ook graag (eens) alleen spelen, kozen eerder voor handpop An. Terwijl kleuters die het liefste altijd samen spelen, zonder enige twijfel hun blokje bij Olga of Tom legden.
Ga in gesprek met de kinderen over wat er met de handpoppen gebeurt
Stap 5: Geef kleuters de kans om vrij met de poppen te spelen
Geef kleuters na het poppenspel de kans om vrij met de poppen te spelen. Voor heel wat kleuters is dit een goede manier om alle impulsen en ideeën die zij kregen tijdens het poppenspel op hun eigen manier te verwerken. Het is een moment om hun sociale vaardigheden verder af te toetsen en te verfijnen.
Botsingen als leermomenten
Dus, wat als handpoppen ruziemaken? Zie dit als een uitgelezen kans om met je kleuters te werken aan hun sociale vaardigheden. Poppenspel over botsingen zijn een krachtig hulpmiddel om je kleuters meer inzicht en taal te geven om met elkaar in relatie te gaan. Door de conflicten in je poppenscenario zo realistisch mogelijk te maken en ook stopmomenten in te lassen om in gesprek te gaan, leer je kleuters om andere perspectieven in te nemen en woorden te geven aan (hun) gedrag, gevoelens en intenties.
Praktische tips voor poppenspel
• Plan je poppenspel na speeltijd zodat je kleuters uitgeraasd zijn en zich beter kunnen focussen.
• Speel en bespreek je poppenspel in kleine groepen zodat je meer betrokkenheid kan creëren.
• Gebruik niet te veel personages in je poppenspel en hou je verhaal eenvoudig.
• Gebruik keuzeprenten waarmee je kleuters al vertrouwd zijn zodat je met meer zekerheid weet dat zij deze visualisaties begrijpen.
• Laat je kleuters kiezen met hun eigen kenteken of foto om zo hun stem nog persoonlijker te maken en ook een beter zicht te krijgen op wie van de groep wat kiest.
• Gebruik voldoende grote handpoppen om zo meer betrokkenheid te creëren bij je kleuters. Ook kan je grote handpoppen gemakkelijker in stilstand zetten tijdens de stopmomenten.
• Speel je poppenspel aan een tafel: sta achter de tafel tijdens het poppenspel en kom naar voren tijdens de stopmomenten terwijl je poppen in ‘freeze’ gaan. Zo maak je voor je kleuters het verschil duidelijk tussen het poppenspel en de besprekingen.
• Dierickx, E. (2023). Vrolijke, vrolijke vrienden. Kindertijd, 9, 8-13.
• Singer, E. (2021, 4e druk). Speels, liefdevol en vakkundig. Theorie over ontwikkeling, opvoeding en educatie van jonge kinderen. SWP.
• Slaets, A. & Stroobants, H. (2022). KleuterKracht: een praktijkboek voor meer stem, keuze en eigenaarschap bij peuters en kleuters. Garant.
• Van den Branden, K. (2019, juni): https://duurzaamonderwijs.com/2019/05/14/de-nieuwe-school-in-2030-een-toekomstgerichte-visie/
• Van Schaik, S. (2023, januari):https://expertisecentrumkinderopvang.nl/onderwerpen/groepsdynamica