Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Sociaal-Emotioneel
04/09/2023
Leestijd 5-7 minuten
Geschreven door Charlotte Haesenb...

Sociaal-emotionele ontwikkeling stimuleren

Bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind gaat het om de ontwikkeling van het gevoelsleven en de persoonlijkheid, het leren omgaan met anderen en het aanleren van sociale vaardigheden. Dit leidt tot sociaal en emotioneel welbevinden.

Save the children

De sociaal-emotionele ontwikkeling bij kinderen is van verschillende factoren afhankelijk. Maar aan welke factoren moet je dan denken bij jonge kinderen en hoe kunnen leerkrachten kinderen stimuleren in hun sociaal-emotionele ontwikkeling?

Het kind kan steeds meer verschillende emoties tonen

Factoren van invloed
Bij de bevruchting, en dus bij de start van de ontwikkeling van een kind, zijn biologische invloeden (zoals erfelijke aanleg en de hersenontwikkeling) en omgevingsinvloeden belangrijke factoren. Erfelijke invloeden zijn onder andere: het temperament van het kind, het activiteitsniveau, de intensiteit van reacties, de prikkelverwerking en de mate van afleidbaarheid. Omgevingsinvloeden zijn invloeden tijdens de zwangerschap, zoals: voeding van de moeder, infecties en blootstelling aan alcohol en drugs. Problemen bij de geboorte, zoals zuurstoftekort of hersenbeschadiging, spelen hierbij ook een rol. Daarnaast is steeds meer bekend over de invloed van stress bij de ontwikkeling van een kind (Verhulst, 2021). Het stressnetwerk van een kind ontwikkelt zich met name in de eerste duizend dagen en in de adolescentiefase. Wanneer een kind, in de baarmoeder en daarbuiten, langdurig blootgesteld wordt aan stress, spreken we van ‘early life stress’ (Wessels & Meijer-Hoogeveen, 2022).
Na de geboorte en in de kinderjaren speelt de ouder-kindinteractie, maar ook de interactie met belangrijke anderen, zoals leerkrachten, een belangrijke rol in de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. Gekeken vanuit de vroege ontwikkeling geven baby’s in de eerste maanden gehechtheidssignalen af. In gezonde omstandigheden leidt dit tot een afgestemde reactie van de betrokken opvoeder en zo ontstaat vanuit deze wisselwerking een gehechtheidsrelatie tussen kind en ouder(s). Net als bij dieren staat het hechtingsgedrag van mensenbaby’s in dienst van de overleving. John Bowlby veronderstelde ook dat de kwaliteit van de gehechtheidsrelatie sterk wordt beïnvloed door de kwaliteit van de verzorging van het kind door de volwassene (Verhulst, 2021). Kinderen met een veilige gehechtheidsrelatie ontwikkelen zich beter dan kinderen met een onveilige gehechtheidsrelatie. Zo laat onderzoek zien dat een goede hechting met ouders of andere primaire opvoeders in de eerste levensjaren essentieel is voor een voorspoedige sociaal-emotionele, taal- en cognitieve ontwikkeling van het kind (NJI, 2021).

Mijlpalen van de sociaal-emotionele ontwikkeling bij kinderen van nul tot vier jaar
Vanaf zeven tot twaalf maanden kan het kind steeds meer verschillende emoties tonen, zoals blijdschap, woede en angst. Angst voor scheiding van de verzorgers speelt in deze fase ook een rol. Wat betreft sociale interacties kunnen kinderen in deze periode beter anticiperen op de acties van anderen en deze expres opzoeken. In de peutertijd begint de autonomie ontwikkeling en zijn kinderen zich steeds meer bewust van zichzelf als persoon met eigen wensen en gevoelens en dit is het begin van het leren van zelfcontrole. Daarnaast ontstaan er nieuwe emoties, zoals schuldgevoel. Tussen de twee en vier jaar worden kinderen steeds meer zelfstandig en hebben ze niet meer langer constante aandacht nodig van hun verzorgers. Speelgoed wordt gebruik om reacties teweeg te brengen bij andere kinderen en ze kunnen de emoties van anderen gaan herkennen. Vanaf tweeëneenhalf jaar kunnen kinderen in toenemende mate relaties aangaan met vriendjes (Bernstein, 1997; Sroufe, 1996).

Save the children

Mijlpalen van de sociaal-emotionele ontwikkeling bij kinderen van vier tot zeven jaar
Vanaf deze periode kunnen kinderen zichzelf beter reguleren, bepaald gedrag tegenhouden, langer wachten op een beloning en frustraties meer tolereren. Kinderen vormen een beeld van zichzelf met specifieke gedachten en gevoelens die invloed hebben op het zelfvertrouwen. Vanaf de leeftijd van vijf jaar beginnen kinderen zich te realiseren dat succes of falen afhankelijk is van hun eigen acties. Ze krijgen ook een toename van begrip over hoe andere mensen denken en voelen. Dit stimuleert het ontwikkelen van empathie en beter begrip van morele issues. De sociale wereld gaat zich ook uitbreiden met relaties met leeftijdsgenoten. Het vermogen om zich te verplaatsten in het perspectief van de ander is hiervoor van belang.
Tussen de vier en tien jaar zie je dat het samenspelen, samenwerken, vormen van vriendschappen, het leren van sociale regels en het leren reguleren van emoties steeds beter op gang komt (Bernstein, 1997; Sroufe, 1996). Vooral de interactie tussen leeftijdsgenoten is erg belangrijk in de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Omgang met kinderen met goed ontwikkelde sociale vaardigheden blijkt bijvoorbeeld een positief effect te hebben op kinderen die zich terugtrekken van sociale situaties (Furman, Rahe, & Hartup, 1979)
Vanaf het moment dat een kind naar de basisschool gaat, verandert er dus veel in de sociaal-emotionele ontwikkeling. Elk kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo en dit is ook afhankelijk van eerdergenoemde factoren.

Kinderen krijgen een toename van begrip over hoe andere mensen denken en voelen

Stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling op school
Op school is het belangrijk om als leerkracht goed af te stemmen op het sociaal-emotionele niveau van een kind en rekening te houden met alle factoren die invloed kunnen uitoefenen op deze ontwikkeling. Het is belangrijk dat een kind gestimuleerd wordt, maar niet overvraagd wordt. Het kind wordt vooral gestimuleerd in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling als hij gaat leren dat hij een eigen emotionele binnenwereld heeft en dat anderen ook een eigen emotionele binnenwereld hebben. Wanneer een kind zich voldoende gezien en gehoord voelt, zal het basisvertrouwen groeien. Basisvertrouwen betekent vertrouwen hebben in jezelf en tegelijkertijd vertrouwen hebben in de ander. Het hebben van voldoende basisvertrouwen heeft vervolgens invloed op de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. Opvoeders hebben de grootste rol in het vergroten van het basisvertrouwen van jonge kinderen, maar een leerkracht kan hier ook een bijdrage aan leveren. Alleen al door tijdens spelmomenten het kind goed te observeren en woorden te geven aan wat het kind doet, voelt en denkt, voelt het kind zich gehoord en gezien waardoor het basisvertrouwen kan groeien. Het is daarbij van belang dat de leerkracht de juiste (onderliggende) emoties benoemt. Boosheid is bijvoorbeeld vaak een secundaire emotie, maar het gaat om de emotie, gedachten of behoefte die onder de boosheid ligt. Wanneer een kind meer woorden krijgt voor zijn eigen emotionele binnenwereld dan zal hij uiteindelijk beter in staat zijn om eigen emoties te begrijpen en te reguleren.
Wanneer een kind vastloopt in zijn ontwikkeling, een beperkt basisvertrouwen laat zien en er zorgen zijn over de thuissituatie is het belangrijk dat ook leerkrachten deze signalen oppikken en hierover in gesprek gaan met opvoeders. Via de gemeente, huisarts of jeugdarts kunnen ouders verwezen worden naar de juiste organisatie om verder onderzoek te doen en passende behandeling te krijgen. Bij zorgen over een onveilige thuissituatie kan natuurlijk ook altijd overleg met Veilig Thuis plaatsvinden.

Praktijkvoorbeeld: ‘aandacht voor de emotionele binnenwereld’
Ouders komen samen met hun zoon Max van zeven jaar naar de praktijk voor de opname van een spelmoment. Bij Max is sprake van onveilige hechting door traumatische gebeurtenissen in zijn voorgeschiedenis. Hij ervaart weinig basisvertrouwen en reageert automatisch op stress met de reactie ‘vechten of vluchten’. Er wordt gekozen voor een spelletje Jenga, wat veel spanning oproept bij Max. Hij wordt steeds onrustiger, gaat wiebelen op zijn stoel en wordt sneller boos. Ouders spreken de jongen steeds aan op zijn gedrag, hij moet stilzitten, niet zo druk doen en niet zo boos worden. De jongen voelt zich niet begrepen en loopt uiteindelijk de kamer uit. Met ouders wordt vervolgens met het terugkijken van de beelden de Basic Trust-methode aangeleerd waarbij ze leren gedrag, gevoelens en intenties van deze jongen in het hier en nu te benoemen op een concrete, niet-oordelende manier en hem dus extra te zien en horen. Ouders oefenen thuis en nog een aantal keer op de praktijk met deze methode. Tijdens de derde opname wordt het spelletje Jenga nogmaals gespeeld. De jongen laat wederom dezelfde reactie zien. Ouders blijven rustig, ze reageren niet op zijn gedrag, maar benoemen welke emoties, gedachten en behoeftes hij op dat moment heeft en dat ze dat begrijpen. De jongen kalmeert, kruipt bij moeder op schoot en ze kunnen het spelletje vervolgens gezellig afronden.

Spiegelen
Kinderen spiegelen gedrag en emoties van mensen uit hun directe omgeving. Zo leren ze van hun ouders, grootouders, broertjes, zusjes, maar ook van leerkrachten en vriendjes hoe ze met emoties en sociale situaties om moeten gaan. Ondanks dat kinderen van vier tot zeven jaar steeds meer groei laten zien in het reguleren van hun emoties en gedrag, worden ze nog geregeld overspoeld door emoties en hebben ze het ‘kalme brein’ van een volwassene nodig om zich te kunnen reguleren. Wees je daarom als leerkracht bewust van je eigen emoties en gedrag en stuur ze bij als het een niet-helpend voorbeeld is voor het kind of eerder leidt tot meer dan minder spanning.

Basisvertrouwen betekent vertrouwen hebben in jezelf en in de ander

Positieve bijdrage
Als leerkracht kan je, door goed te kijken naar het kind, je bewust te zijn van je eigen emoties en door het kind te helpen om emoties te hanteren en reguleren een positieve bijdrage leveren aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind.

Praktijkvoorbeeld: ‘spiegelen’
Een moeder komt op de praktijk, ze ervaart veel problemen met het ochtendritueel voordat haar kinderen naar school moeten. Wanneer de situatie wordt uitgevraagd, blijkt moeder vooral veel stress te ervaren, omdat ze moeite heeft met plannen en structuur aanbieden in de ochtend. Doordat moeder stress heeft, gaat ze schreeuwen naar de kinderen. Hierdoor lopen de emoties van de kinderen ook op, luisteren ze niet meer en schreeuwen ze terug of gaan ze huilen. Moeder krijgt begeleiding in het leren plannen en structureren waardoor ze meer rust ervaart in de ochtenden. Doordat ze een ‘kalmer brein’ heeft, zijn de kinderen ook rustiger en luisteren ze beter. Het ochtendritueel verloopt hierdoor een stuk relaxter.

Meer weten?
Basic Trust bestaat ruim twintig jaar en is specialist op het gebied van basisvertrouwen, trauma en gehechtheid. Binnen Basic Trust wordt gewerkt met de eigen Basic Trust-methode waarbij gebruik wordt gemaakt van video-opnamen. Samen met opvoeders worden de beelden teruggekeken en geleerd om gedrag te herkennen en hoe daarop te reageren. Deze Basic Trust-methode is wetenschappelijk onderzocht en opgenomen in de Databank Effectieve Interventies van het Nederlands Jeugd Instituut. Je kunt meer lezen over dit onderwerp op de website www.basictrust.com.

Book iconLiteratuurlijst

• Wessels, E. en M. Meijer-Hoogeveen (2022). ‘De kracht van de leerkracht. Voorkomen van Early Life Stress.’ In: HJK jaargang 50, nummer 2, oktober 2022.
• Verhulst, F. (2021). De ontwikkeling van het kind. Assen: Uitgeverij Koninklijke van Gorcum.
• NJI. (2021, maart). Jeugd met problematische gehechtheid. Geraadpleegd op 8 november 2022, van https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-05/Jeugd-met-problematische-gehechtheid-Wat-werkt.pdf
• Bernstein et al., (1997); Sroufe et al., (1996). Mijlpalen in de sociaal emotionele ontwikkeling. Geraadpleegd op 8 november 2022, van https://www.jgzrichtlijnen.nl/alle-richtlijnen/richtlijn/?richtlijn=35&rlpag=1746
• Furman, W., Rahe, D. & Hartup, W. (1979). Rehabilitation of socially withdrawn preschool children through mixed age and same age socialization. Child development, 50, 915-922.
• Hoevenaar, J. & van Kollenburg, N. (2018). Leren praten via spel en gedeeld plezier. Vakblad Vroeg, 2018(3), 12-14.