Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Sociaal-Emotioneel
10/02/2026
Leestijd 6-9 minuten
Geschreven door Kirsten Ochse

Kijken naar gedrag

Gedrag van jonge kinderen kan soms uitdagend zijn. Vaak schuilt er een onvervulde basisbehoefte achter. Ontdek hoe je door observatie, afstemming en samenwerking met ouders gedrag beter kunt begrijpen en begeleiden. Door ook te reflecteren op je eigen reacties, ontstaat ruimte voor groei: bij het kind en bij jezelf.

Save the children

Gedrag dat je als leerkracht ervaart als uitdagend, lastig of storend, komt in de onderbouw vaak voor in een drukke klas vol prikkels. Denk aan conflicten tijdens het spel, heftig protest bij overgangsmomenten of moeite met gezamenlijke activiteiten.

Gedrag als signaal
Belangrijk om te weten: een jong kind heeft nooit bewust de intentie om lastig te zijn. Vaak is het gedrag een signaal van een onvervulde basisbehoefte. Het kind probeert hiermee zijn autonomie, competentie of behoefte aan verbondenheid kenbaar te maken, zonder de intentie om te storen. Onderzoek naar motivatie ondersteunt dit: gedrag wordt vaak gestuurd door de mate waarin de psychologische basisbehoeften vervuld worden (Deci & Ryan, 2000; Vansteenkiste, 2025). Als dit niet het geval is, kunnen kinderen reageren met weerstand, terugtrekgedrag, frustratie of onrust.

Hoe je naar gedrag kijkt, bepaalt hoe je reageert

Wat het bij jou oproept

Volwassenen ervaren dit gedrag als ‘lastig’, omdat het raakt aan onze eigen overtuigingen en verwachtingen. Het kan ons in verwarring brengen en het gevoel geven dat we de grip verliezen. Soms vraagt gedrag om iets waarvoor je niet direct een oplossing hebt of het schuurt met je professionele overtuigingen, zoals het belang van orde en structuur. Dit inzicht kan waardevol zijn: gedrag dat jij als lastig ervaart kan een spiegel zijn voor jezelf en je persoonlijke triggers. Het biedt kansen voor professionele en persoonlijke ontwikkeling.

Deze vierjarige leerling laat dit duidelijk zien. Hij is de jongste van drie kinderen. Zijn oudste broer gaat naar speciaal onderwijs, waardoor het gezin veel tijd en aandacht kwijt is aan planning en therapieën. Bij binnenkomst is hij zichtbaar gespannen. In de klas ontstaan vaak conflicten over materiaal, protesteert hij fel bij overgangsmomenten en weigert hij mee te doen in de kring.

Aanvankelijk ervaar jij als leerkracht vooral frustratie: het voelt als een constante strijd om hem bij de groep te betrekken. Maar door gesprekken met ouders en observaties met de beeldcoach ontstaat een ander beeld. Op videobeelden zie je dat hij vooral onrustig wordt als er nieuwe verwachtingen zijn. Krijgt hij keuzes en korte, warme aandacht, dan ontspant hij. Zijn boosheid blijkt een signaal, geen onwil.

Door gedrag te zien als een vorm van communicatie, ontdek je vaak ook iets over jezelf: welke situaties raken jou? Welke verwachtingen heb jij over hoe een kind zich zou moeten gedragen? Dit bewustzijn helpt je om je eigen reacties te reguleren en biedt ruimte om met een andere bril naar het kind te kijken.

Basisbehoeften herkennen

Onderzoek naar motivatie (Deci & Ryan, 2000) laat zien dat alle kinderen drie psychologische basisbehoeften hebben: autonomie, competentie en verbondenheid. Wordt een van deze behoeften onvoldoende vervuld, dan kan dit zich uiten in gedrag dat wij als lastig ervaren. Het gedrag van het kind is daarmee een signaal van een onvervulde behoefte, niet van opzettelijke tegenwerking. Maar reageer je hierop met begrip en passende ondersteuning, dan versterk je de motivatie en het welzijn van het kind.

In het voorbeeld dat je net las, speelt vooral de behoefte aan autonomie. Als een kind geen keuzemogelijkheden ervaart of onvoldoende invloed heeft op wat er gebeurt, voelt het zich minder competent en minder gezien. Door het kind kleine, haalbare verantwoordelijkheden te geven, zoals het uitdelen van materiaal of het helpen bij routines, neemt de betrokkenheid merkbaar toe.

Ook de thuissituatie blijkt van invloed. De jongen uit het voorbeeld draait vaak mee in de drukke agenda van zijn broer en zus. In het gesprek met de leerkracht realiseren ouders zich dat er weinig momenten zijn waarop de jongen echt eigen regie of aandacht krijgt. Kleine veranderingen thuis, zoals meer keuzemogelijkheden en een-op-een-momenten, zorgen voor meer rust.

7x anders naar gedrag kijken

  1. Observeer dagelijks enkele minuten gericht: wanneer ontstaat het gedrag en wat gaat eraan vooraf?
  2. Gebruik kleine verantwoordelijkheden om autonomie te versterken.
  3. Maak overgangsmomenten voorspelbaar met visuele ondersteuning.
  4. Zoek actief contact met ouders en vraag door op routines thuis.
  5. Reflecteer regelmatig: welke gevoelens roept gedrag bij jou op, en wat betekent dat voor je reactie?
  6. Deel ervaringen met collega’s, zodat je samen een consistente aanpak ontwikkelt.
  7. Volg een training over omgaan met lastig gedrag.

Kijken met de juiste bril
Hoe je naar gedrag kijkt, bepaalt hoe je reageert. Voelt het voor jou vooral als storend en lastig? Of probeer je te zien welke behoefte erachter zit? Door te reflecteren op je eigen reacties, een belangrijk uitgangspunt binnen pedagogisch tact (Stevens & Bors, 2013), verschuift je perspectief. Zo leert de leerkracht in het voorbeeld door beeldcoaching bewuster te kijken. Ze ziet dat het gedrag van de jongen een vorm van communicatie is. Hierdoor kan ze rustiger reageren, meer autonomie bieden en zijn behoefte aan nabijheid erkennen. Het effect? Minder escalaties en meer verbinding.

Probeer gedrag te zien als een vorm van communicatie

Ook de ouders zetten een nieuwe bril op. Waar ze eerst vooral ‘opstandige buien’ zagen, herkennen ze nu signalen van een kind dat duidelijk wil maken dat ook híj een eigen tempo en behoefte heeft. Dit nieuwe perspectief zorgt voor meer begrip en minder strijd.

Belangrijk daarbij is het besef dat frustratie bij jezelf hoort. Het is normaal dat het gedrag van kinderen emoties oproept, zoals irritatie of machteloosheid. De vraag is dus niet of je dit voelt, maar hoe je ermee omgaat. Door te erkennen: “Ik voel dit, dit raakt mij” en te bedenken dat het kind niet bewust deze emoties veroorzaakt, ontstaat er ruimte om te kijken met de begripsbril. Alleen al het voelen dat je moeite doet om te zien en te begrijpen, versterkt de relatie met het kind.

Observeren: de sleutel tot begrip

Om inzicht te krijgen in gedrag en onderliggende behoeften, is observeren cruciaal. In een drukke klas kan dit een uitdaging zijn, maar het is de moeite waard om er ruimte voor te maken.

Observeer dagelijks enkele minuten gericht: wat gaat aan het gedrag vooraf? Hoe reageert het kind op andere kinderen of op opdrachten? Een praktische aanpak is om momenten op beeld vast te leggen. Stop de video elke tien seconden en kijk nauwkeurig naar wat er gebeurt. Let daarbij vooral op non-verbale signalen: gezichtsuitdrukkingen, lichaamshouding, bewegingen en reacties op prikkels. Vraag jezelf: wat zie ik bij het kind, waar zie ik dit aan, wat zegt dit over het kind, over zijn ontwikkeling en over wat hem zou kunnen helpen?
Door dit regelmatig te doen, leer je sneller de signalen herkennen en kun je eerder inspelen op de behoeften van het kind. Beelden zeggen vaak meer dan woorden: ze helpen je zowel de context als de emotionele reacties van het kind beter te begrijpen.

Wat jij hiervan kunt leren
Voor leerkrachten in groep 1 tot en met 3 is gedrag dat zij als lastig ervaren, vaak een uitnodiging om dichter bij het kind te komen. Door te observeren, af te stemmen en samen te werken met ouders ontstaat een aanpak die rust en duidelijkheid biedt. Kleine aanpassingen hebben veel effect. Denk daarbij bijvoorbeeld aan keuzes geven, voorspelbare routines gebruiken en nabijheid bieden bij overgangsmomenten.
Daarnaast is reflectie op je eigen bril essentieel. Jouw emoties kleuren je reactie. Door je daarvan bewust te zijn, blijf je handelen vanuit rust en relatie. Het effect is tweeledig: het kind voelt zich gezien en begrepen, en jij ervaart minder stress en meer voldoening in je werk. Zo wordt lastig gedrag voor jou een kans voor persoonlijke groei en ontwikkeling van pedagogische vaardigheden.

Do’s en don’ts bij lastig gedrag

Do’s

  • Geef keuzes bij activiteiten of overgangsmomenten.
  • Benoem wat het kind wél kan en versterk competentie.
  • Zorg voor warme, korte contactmomenten.
  • Observeer gedrag én de context waarin het ontstaat.
  • Stem af met ouders over routines thuis en op school.

Don’ts

  • Boos worden op het gedrag zonder te kijken naar de behoefte erachter.
  • Te snel aannemen dat een kind ‘niet wil’.
  • Verwachtingen steeds verhogen zonder voorspelbaarheid.
  • Het kind voortdurend corrigeren zonder positieve tegenhanger.

Als je lastig gedrag bij jonge kinderen leert zien als een signaal van onvervulde basisbehoeften, verandert je blik op wat er gebeurt. Door te blijven observeren, af te stemmen op wat een kind nodig heeft en samen te werken met ouders, creëer je ruimte voor kinderen om te groeien in autonomie, zelfvertrouwen en verbondenheid. Tegelijkertijd nodigt dit uit om steeds opnieuw te reflecteren op je eigen handelen. Kleine aanpassingen hebben grote impact. Niet alleen op het gedrag, maar op de hele groepsdynamiek én jouw plezier als leerkracht.

Book iconLiteratuurlijst
  • Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The “what” and why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological Inquiry, 11(4), 227–268. https://selfdeterminationtheory.org/SDT/documents/2000_DeciRyan_PIWhatWhy.pdf
  • Stevens, L., & Bors, G (2013). Pedagogisch tact. Antwerpen: Garant.
  • Vansteenkiste, M. (2025). Het ABC van motivatie in onderwijs. Leuven: LannooCampus.

Kirsten Ochse

Kirsten Ochse is onderwijsadviseur, beeldcoach en trainer in omgaan met lastig gedrag bij jonge kinderen.