Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Spelen
01/11/2017
Leestijd 5-7 minuten
Geschreven door Lisanne Quinten

Zandbak in zomer én winter openen

De zandbak blijft op school en in de opvang vaak in de winter gesloten, terwijl het voor de ontwikkeling van jonge kinderen belangrijk is dat er het hele jaar met zand (of andere ongevormde materialen) gespeeld kan worden. Hoe kun je dit in de zomer én de winter doen?

Save the children

Als de zon schijnt en de temperatuur aangenaam is, dan leidt dat in Nederland vaak tot drukte op het strand. Wanneer je over het zand loopt, is iedereen actief. Zandkastelen die gebouwd worden, kinderen die elkaar begraven, grachten graven en die vol water laten lopen, schelpen verzamelen, rennen over het zand en door het water, voetafdrukken in de branding maken, zand door hun vingers laten ‘zeven’, schrijven met stokjes en racen met auto’s en het bandenspoor van de auto’s waarin schelpen gelegd worden. Hoe divers de activiteiten ook zijn, de gemeenschappelijke deler is het plezier en de ontspanning bij zowel jong als oud. De effecten van sensopathisch spel zijn duidelijk zichtbaar. Hoe zinvol is het dan, vraag ik mij af, om deze vormen van spel te gebruiken in het dagelijks leven en leren van jonge kinderen?

Nat zand
Zodra groep 1 en 2 buitenkomen, wordt er gevraagd of er in de zandbak gespeeld mag worden. Ondanks de matige temperatuur op dat moment, kiest juf Caroline ervoor om de zandbak te openen. De kinderen duiken er letterlijk in en onmiddellijk komen ze tot de ontdekking dat het zand vandaag goed aan elkaar plakt. De zeefjes en scheppen blijven liggen, de meeste kinderen gaan met hun handen op ontdekkingstocht. Juf Caroline vraagt aan de kinderen of ze weten hoe het komt dat het zand zo goed plakt vandaag. ‘Het voelt nat’, zegt Pim. De juf stelt vervolgens de vraag hoe het komt dat het zand nog zo nat voelt, het heeft immers niet geregend. Uiteindelijk komen de kinderen tot de conclusie dat het komt door de mist en dat het bovenste laagje zand van de zandbak het beste gebruikt kan worden.

Doordat zand multifunctioneel is, kunnen kinderen dit op hun eigen manier gebruiken als middel om hun eigen wereld te representeren

Save the children

Sensopathisch spel
Binnen het sensopathisch spel staat het ervaren van zintuigelijke indrukken centraal (Vleugel-Ruijssen, 2012). Vermeer (Van der Aalsvoort (Red.), 2017) gaf als eerste de naam ‘sensopathisch spel’ aan deze spelvorm. Tevens benaderde zij deze spelvorm vanuit het spelende kind: wat doet het kind precies als hij speelt? Hierin verschilt ze met bijvoorbeeld Piaget (1896-1980) en Vygotsky (1896-1934), die vooral keken naar de invloed van spel op de ontwikkeling van het kind. Vanuit de wisselwerking tussen kind en spelmateriaal, stelde Vermeer (1972) een indeling in speelwerelden samen (Van den Heuvel, 2017). Deze speelwerelden zijn niet verbonden aan leeftijd. Hoewel er wel een opbouw (van basaal tot ontplooid spel) te herkennen is, zijn de diverse spelvormen allemaal even belangrijk. Vleugel-Ruijssen (2012) spreekt daarom over het sensopathische spel als buitenbeentje in de spelontwikkeling. Het sensopathische spel is in iedere speelwereld van Vermeer (1972) zichtbaar. Tevens is dit basale spel ook nog te herkennen in het handelen van volwassenen, zoals het achteloos zand door je vingers laten glijden op het strand (zie het kader ‘Sensopathisch spel in de speelwerelden van Vermeer (1972)’).

Sensopathisch spel in de speelwerelden van Vermeer (1972)

De Speelwereld als Lichamelijke Wereld (SLW). Ongevormde materialen worden, door verschillende zintuigen verkend. Hierbij valt te denken aan het voelen van scheerschuim en het ruiken van de pepernotenklei. Het materiaal wordt nog niet gevormd, het verkennen van materiaal staat in deze speelwereld centraal.
De Speelwereld als Hanteerbare Wereld (SHW). De mogelijkheden van het materiaal worden door het kind verkend door te experimenteren. Ook kunnen er combinaties van materiaal uitgeprobeerd worden, zoals het gelijktijdig gebruik van zand en water.
De Speelwereld als Esthetische Wereld (SEW). In deze speelwereld gaat het om het bouwen, vormen en construeren. Al handelend komt er iets tot stand, zonder dat er vooraf een plan gemaakt wordt. Achteraf verleent het kind betekenis aan bijvoorbeeld de berg zand.
De Speelwereld als Illusieve Wereld (SIW). Ervaringen en belevingen van het kind staan centraal en worden symbolisch weergegeven. In de watertafel wordt bijvoorbeeld met een bootje de storm op zee nagespeeld.

Functies van sensopathisch spel
Een belangrijke functie van het sensopathische spel is het plezier beleven/ontspanning. Dit is leeftijdsonafhankelijk, zegt Vleugel-Ruijssen (2012). Hierbij kan gedacht worden aan het genieten van warm water (wellness), schilderen, mediteren op muziek, blote voetenpad en hardloopwedstrijden met obstakels/in de modder. Zintuigelijke ervaringen zorgen daarnaast ook voor ontwikkelingskansen bij iedereen. Doordat de speelomgeving tegemoet komt aan diversiteit, wordt een gevoel van inclusie opgeroepen: iedereen kan deelnemen op zijn/haar eigen manier. Met hetzelfde materiaal kan het ene kind aan het experimenteren zijn, het andere kind speelt zijn eigen ervaringen na. Ieder kind kan op zijn/haar eigen manier deelnemen, een gevoel van competentie, zoals ‘ik kan het’ (Stevens, 1997), wordt daardoor ontwikkeld. Spelen met ongevormde materialen is een veilige activiteit. Er is immers geen opdracht aan verbonden en het draait niet zozeer om een blijvend eindproduct. Er kan oneindig opnieuw begonnen worden. Laevers, Jackers, Menu en Moons (2014) noemen dit het welbevinden van een persoon. Onder welbevinden wordt verstaan dat een persoon innerlijke rust heeft, zich als een vis in het water voelt, geniet en zichzelf durft te zijn. Laevers Jackers, Menu en Moons (2014) spreken over het optimaal welbevinden van een kind als voorwaarde om tot ontwikkeling te komen. Het plezier wat binnen het sensopathisch spel ervaren wordt, is essentieel om een kind uit te lokken tot deelname aan activiteiten. Onderstaande ontwikkeldomeinen kunnen binnen het sensopathisch spel nadrukkelijk aanwezig zijn.

Kinderen hebben cupcakes gebakken in de zandbak en zijn in hun spel onbewust bezit met meer/minder en het meten van de cupcakes

Sensomotorische ontwikkeling
Zowel de grove als de fijne motoriek wordt gestimuleerd tijdens het verkennen van de wereld in het sensopathische spel, geeft kinderfysiotherapeut Poot (z.d.) aan: ‘De basis van alles wat een kind leert is bewegen.’ Het grijpen komt voor het begrijpen. Naast het bewegen wordt hier ook de ontwikkeling van vaardigheden als oog-handcoördinatie en hand-vingermotoriek onder verstaan.

In het handelen van jonge kinderen in de zandbak is dit terug te zien doordat ze om leren gaan met gereedschap (een schep met een lange steel of een schep met een korte steel). De oog-handcoördinatie wordt hierdoor getraind.

Sociale ontwikkeling
Binnen het spel en de omgang met anderen leert het kind mee te doen in diverse omgangssystemen. Goorhuis-Brouwer en Imelman (2010) geven aan dat het kind vanuit de egocentrische fase leert omgaan met gevoelens en wensen van een ander. Grenzen verkennen, experimenteren en ontdekken zijn hiervoor belangrijk en dienen door de volwassene in deze hoedanigheid herkend te worden.

Enkele kinderen zijn met het zand cupcakes aan het bakken. Door de hoge luchtvochtigheid van de mist blijft het zand plakken. Emma komt aangelopen en wil ook meedoen. Het zand wat zij echter pakt, blijft niet plakken. Ze pakt de cupcakes van Pim en zijn vriendjes af. Juf Caroline ziet dit en gaat erover in gesprek met de andere kinderen. Waar ligt nog meer van dit vochtige zand?

Emotionele ontwikkeling

In het spel leren kinderen hun emoties tot uitdrukking te brengen (Van der Aalsvoort (Red.), 2017). In het spel kunnen situaties nagespeeld worden, net zolang tot het kind er grip op heeft. Spel is daarvoor een veilige context, het kind bepaalt zelf wanneer het uit het spel kan stappen.

Emma besluit geen cupcakes te gaan bakken, maar koekjes. Dit heeft ze onlangs thuis met papa gedaan. Stap voor stap verwoordt ze alle handelingen, van het wegen van alle ingrediënten tot het kneden van het deeg. In deze verbeelde wereld experimenteert Emma met de rol van haar vader. Ze neemt de andere rol aan en treedt dan autonoom op. De situatie wordt net zolang nagespeeld tot er grip op verkregen is en Emma deze plezierige gebeurtenis volledig eigen gemaakt heeft. Dat zorgt voor zelfvertrouwen en een gevoel van autonomie en competentie ‘ik kan het zelf’.

Denkontwikkeling

Vanuit nieuwsgierigheid en handelend bezig zijn, krijgen jonge kinderen steeds meer oog voor detail en voor eigenschappen van voorwerpen (kleur, vorm, grootte, structuur, gewicht). Het denken van een jong kind is gericht op de waarneming zelf, het eigen gevoelsleven en de eigen wensen, zegt Kohnstamm (2009). Kinderen krijgen grip op de wereld om hen heen door het stellen van vragen. Voor een volwassene is het bij beantwoording van een vraag belangrijk om de denkstrategie van een kind te begrijpen en te volgen welke associaties gelegd worden.

Juf Caroline zet de kinderen aan het denken door vragen te stellen over het weer. Door met elkaar in gesprek te gaan, ontdekken de kinderen wat ‘mistig’ betekent en wat er dan met het zand (in de zandbak) gebeurt.

Taalontwikkeling

Goorhuis-Brouwer en Imelman (2010) geven aan dat kinderen rond hun tweede verjaardag in tweewoordzinnen spreken en dat dit langzaam uitgebreid wordt naar steeds complexere zinnen. Het kind kan in het sensopathisch spel het eigen handelen, toestanden en gebeurtenissen beschrijven. Door interactie met de volwassene wordt de woordenschat uitgebreid en worden taalregels steeds beter toegepast. Uitleggen, dingen een naam geven en vragen stellen is een belangrijke rol van de volwassene.

In het voorbeeld van het vochtige zand hierboven, zet juf Caroline ‘oorzaak-gevolg’ centraal door in gesprek te gaan over de gevolgen van mist (vocht, plakkend zand). Op die manier leren kinderen gebeurtenissen te beschrijven.

Rekenwiskundige ontwikkeling

Binnen het sensopathisch spel ontstaat begripsvorming over hoeveelheden en eigenschappen van materialen (Böttger, Langbein, & Memelink, 2016). In een rijk ingerichte omgeving worden kinderen uitgelokt om op ontdekkingstocht te gaan en leren ze omgaan met hoeveelheden, meten en meetkunde.

De kinderen proberen alle cupcakes even groot te maken. In hun spel zijn de kinderen onbewust bezig met meer/minder (toevoegen of weglaten van het zand) en het meten van de cupcakes.

De inrichting van de omgeving
Wanneer er vanuit totaliteit naar de ontwikkeling van een jong kind gekeken wordt, is het volgens Böttger, Langbein, & Memelink (2016) van belang dat er een rijke, uitdagende omgeving gecreëerd wordt. Voor het sensopathische spel, is het belangrijk dat er beschikt kan worden over ongevormde materialen en onconventionele materialen: loose parts. Nellestijn en Janssen-Vos (2009) spreken over ongevormde materialen als materialen waarmee zelf iets gevormd kan worden. Zand en water zijn hier een voorbeeld van. Hier kan zowel buiten als binnen mee gespeeld worden. Doordat deze materialen multifunctioneel zijn, kunnen kinderen materialen op hun eigen manier gebruiken als middel om hun eigen wereld te representeren. Het spelen met ongevormde materialen is een doel op zich. Het experimenteren met ongevormde materialen levert talrijke impliciete ervaringen en kennis op. Vergelijkbare materialen voor dit soort ervaringen zijn onder andere schelpenzand, kinetic sand, sop, klei en verf. Dit materiaal heeft, ieder afzonderlijk, bijzondere eigenschappen die de aandacht trekken vanuit bijvoorbeeld geluid, het gevoel (ruw of glad), temperatuur, geur of een combinatie van deze eigenschappen. Onconventionele materialen, door Daly en Beloglovsky (2014) aangeduid als loose parts (In HJK september 2017 staat in de rubriek ‘BoekIndruk’ een bespreking van dit boek), zijn materialen die het eigen initiatief, het verkennen, het experimenteren en het spelen uitlokken. Het beeldend werken is niet het doel. Voorbeelden van dit soort materiaal zijn onder andere niet meer gebruikt materiaal, verpakkingsmateriaal, natuurmateriaal en restmateriaal. De diversiteit van het materiaal lokt het gebruik van diverse zintuigen uit, nodigt uit tot handelen, zorgt voor veiligheid (proces gaat voor product) en stimuleert het symbolisch spel. Voorbeelden van dit materiaal zijn: stokjes, wattenbolletjes, kurken, bierdopjes, stukjes stof, bubbeltjesplastic, schelpen, kiezels, graan en kastanjes.

Alle seizoenen
Het sensopathisch spel zorgt allereerst, bij veel kinderen, voor plezier. Het genieten van de zintuigelijke ervaring staat centraal en leidt dan onbewust voor ontwikkeling in alle andere domeinen. Wanneer een leerkracht oog heeft voor de mogelijkheden van sensopathisch spel, zal hij/zij gericht materialen kunnen aanbieden, interactie kunnen aangaan met kinderen en mogelijkheden kunnen zien, in de zomer en de winter. Vul dus niet direct in dat het zand te koud is om in te spelen (wanneer een kind het immers niet fijn vindt om in het zand te spelen, blijft hij/zij echt wel weg bij de zandbak) en ga met de kinderen mee op ontdekkingstocht!

Book iconLiteratuurlijst

• Aalsvoort, G.M. van der. (2017). Het belang van spelen. Leuven, BE: Acco.
• Böttger, S., Langbein, J. & Memelink, D. (2016). Materialen doen ertoe! Heeswijk-Dinther: Esstede.
• Daly, L. & Beloglovsky, M. (2014). Loose Parts. Inspiring play in young children. St Paul, VS: Redleaf Press.
• Goorhuis-Brouwer, S. & Imelman, J.D. (2010). Meedoen en leren. Psychologie en pedagogiek van het jonge kind. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff.
• Heuvel, W. van den (2017). Spelsignalen in de niet-speelwereld. HJK. 44 (9), 4-7.
• Kohnstamm, R. (2009). Kleine ontwikkelingspsychologie I het jonge kind. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
• Laevers, F., Jackers, I., Menu, E., & Moons, J. (2014). Ervaringsgericht werken met kleuters in het basisonderwijs. Leuven, BE: CEGO Publishers.
• Nellestijn, B. & Janssen-Vos, F. (2009). Het materialenboek. Een rijke leeromgeving in de onderbouw. Assen: Van Gorcum.
• Poot, H. (z.d.). De motorische ontwikkeling. Oirschot: K en P Kinderopvang.
• Vermeer, E. (1972). Spel en spelpedagogische problemen. Utrecht: Bijleveld.
• Vleugel-Ruijssen, S. (2012). Sensopathisch spel. Antwerpen, BE: Garant.

Lisanne Quinten