Rijke thema’s kies je zo!
De plek van thema's in de onderbouw
Als je een onderbouwgroep binnenstapt, valt meestal direct op waarmee de groep bezig is. De wanden zijn gevuld met werk van de kinderen en in de hoeken liggen bijpassende materialen. Deze thema’s worden weloverwogen gekozen. Maar waarmee houd je daarbij rekening?
Het werken met een thema is een gangbare manier om inhouden en bedoelingen op een betekenisvolle manier aan bod te laten komen. Thema’s brengen samenhang in een reeks onderwijsactiviteiten. Voorafgaand aan een thema denk je goed na over de invulling en tijdens het thema bied je ruimte voor de inbreng van de kinderen.
Er is een onderscheid tussen thematisch werken en thematiseren. Waar thematisch werken een kader schept om zinvolle activiteiten aan op te hangen, gaat thematiseren verder. Het gaat hierbij om een stroom betekenisvolle activiteiten die op een interessant thema uit de werkelijkheid van de kinderen en de professional geïnspireerd zijn (Janssen- Vos, 2004). Thematiseren vindt zijn oorsprong in het Ontwikkelingsgericht Onderwijs en heeft als kenmerk het systematisch samen opbouwen van spelverhalen aan de hand van duidelijke rollen die de kinderen aannemen en kennen vanuit de sociaal-culturele werkelijkheid, zoals de bakker, kraamhulp, ober of tuinman.
Binnen een thema moet veel te handelen zijn, zoals werken in de tuin
Anders dan bij het werken met een thema of project staat niet het onderwerp centraal, maar de verhalen en de samenhangende betekenisvolle activiteiten die de verhalen van de kinderen verbinden aan elkaars perspectieven en de doelen van de leerkracht (Janssen-Vos, Van der Meer e.a., 2024). De spelverhalen die in de klas opgebouwd worden vormen zo de context voor reeksen betekenisvolle activiteiten (Pompert, 2024). Op deze manier bouw je binnen het thema samen met de kinderen spelverhalen op (thematiseren).
Activiteitenreeks over werken in de tuin
In groep 3 staat werken in de tuin centraal. De kinderen duiken in de rol van hovenier en tuinman/tuinvrouw.
- In gesprek: in de kring haal je de aanwezige kennis op door in tweetallen in gesprek te gaan over wat er in een tuin te zien is. Een foto van de eigen tuin helpt om het gesprek op gang te brengen.
- Op papier: de woorden uit de verhalen van de kinderen komen in een eigen woordweb. Voor jonge kinderen is het tekenen van ervaringen een goed alternatief.
- In gesprek: in de kring delen de kinderen de inhoud van de woordwebben en er ontstaat een gezamenlijk woordweb. Ook maak je vervolgplannen voor spel en onderzoek.
- Spelen en werken: in de speelwerktijd leg je met een groepje kinderen de basis voor het rollenspel de komende periode. De themahoek wordt ingericht als tuin, waarin ze in de rol van tuinman/-vrouw de tuin kunnen onderhouden en de kleine bouwtafel wordt gereedgemaakt om in de rol van hovenier verschillende tuinen te ontwerpen.
Spel als hart van de schooldag
Spelactiviteiten vormen het hart van elke schooldag (Pompert, 2022) en de omgeving is zo ingericht dat de kinderen hun wereld herkennen en meedoen met de verdere invulling van thema’s (Janssen-Vos, Van der Meer e.a., 2024). Gedurende de dag nemen het rollenspel en de rol van de professional een grote plaats in, omdat ontwikkeling plaatsvindt in interactie met volwassenen die meedoen aan toegankelijke sociaal-culturele praktijken (Van Oers, 2021; Janssen-Vos, Van der Meer e.a., 2024), zoals werken in de tuin. Ook neem je in je achterhoofd je kennis van spelontwikkeling mee (zie het kader Ontwikkelingsperspectief lerend spelen op de volgende bladzijde) en het belang van vrijheidsgraden. Dat is de ruimte die kinderen krijgen om te kiezen welke handelingen ze uitvoeren en op welke manier ze dat doen, welke instrumenten en objecten ze daarbij gebruiken en wat het plot is (Van Oers, 2011). Activiteiten met vrijheidsgraden wekken plezier op en worden gekenmerkt door hoge betrokkenheid. Absolute vrijheid is volgens Van Oers te betwijfelen, vanwege het belang van culturele regels in een sociaal-cultureel gevormde omgeving. Het vrije spel kan dan ook beter ‘spontaan spel’ genoemd worden (Van Oers, 2018).
Spelontwikkeling bij jonge kinderen
- Emotieverbonden contactspel: kinderen maken contact met volwassenen of andere kinderen door op elkaar te reageren.
- Objectgebonden contactspel: kinderen maken contact met andere kinderen of volwassenen door gezamenlijke aandacht voor objecten.
- Bewegingsspel en manipulerend spel: kinderen verkennen het eigen lichaam door te bewegen en verkennen voorwerpen door ze te manipuleren.
- Rolgebonden handelingen en eenvoudig rollenspel: kinderen verkennen rollen door handelingen uit te proberen en voorwerpen een functie te geven.
- Gezamenlijk rollenspel: kinderen spelen met elkaar een verhaal met rollen, handelingen en gebeurtenissen.
- Spel met onderzoekskenmerken: kinderen houden in hun spel een duidelijke vraag vast.
- Onderzoekend spel: kinderen gaan aan de slag met steeds volledigere onderzoeksactiviteiten.
Bron: HOREB, Observatiemodel Spelverhalen, De Activiteit, 2020
Toegankelijke en grensverleggende thema’s
Als je weet welke rol thema’s spelen in je aanbod en je hebt kennis van thematiseren, dan is het van belang goede thema’s de groep binnen te halen. Allereerst is het belangrijk dat je thema’s kiest waarmee je een lange tijd bezig kunt zijn en waarmee je de interesse en de wereld van de kinderen kunt verrijken en verdiepen. Langere tijd met hetzelfde thema werken, geeft ruimte voor het aanboren van verschillende inhouden en het verdiepen van je thema. Van belang is dat het een thema met herkenbare situaties is en dat er veel te handelen valt, zoals het doen van boodschappen, het werken in de tuin en het verzorgen van dieren, zodat de gedeelde ervaring het samenspel en de interactie bevordert (Janssen–Vos, 2004).
Interactie wordt, vanuit Vygotskiaans perspectief, gezien als het krachtigste middel om ontwikkeling te bevorderen. Zowel professionals als kinderen geven in interactie richting aan de ontwikkeling van een activiteit en bouwen die samen op (Janssen-Vos, Van der Meer e.a., 2024). Op deze manier ontstaat er een gemeenschappelijke basis. Het toelaten van de volwassene in het spel is een belangrijke conditie om binnen het spel ook doelgerichte processen op gang te brengen en te ondersteunen (Van Oers, 2011). Op deze manier wordt de kwaliteit van activiteiten verhoogd.
Ook hebben betekenissen invloed op de kwaliteit van de activiteit. Daarom vorm je je vooraf en tijdens het thema een beeld van de betekenissen die de kinderen aan het thema (gaan) verlenen en stel je jezelf hardop vragen als: Wat vinden ze interessant aan het thema en de inhouden?, Wat weten ze er al van en hebben ze al meegemaakt?, Waarnaar zijn ze nieuwsgierig? en Waar hebben ze vragen over? (HOREB, Samen ontwerpen, De Activiteit, 2020). Op deze manier sluiten de onderwerpen aan bij het denken van de kinderen.
Een thema met rijke inhoud stimuleert de brede ontwikkeling
Sterk van inhoud
Naast een uitdagend thema is het van belang dat het thema inhoudelijk sterk is om de brede ontwikkeling te stimuleren. Je gaat daarom na welke bedoelingen (zowel brede doelen als specifieke doelen) je als professional voor ogen hebt en welke wereldoriënterende aspecten je aan bod kunt laten komen. Met behulp van de inhoudenmatrix kijkt de leerkracht preciezer naar de wereldoriëntatieaspecten van het thema en de subthema’s (Janssen-Vos & Van der Meer, 2024), zodat mogelijke aan te boren inhouden naar voren komen.
Hierbij kan je een ingevulde inhoudenmatrix bij het thema Werken in de tuin downloaden. Binnen het thema moeten betekenissen van de kinderen en bedoelingen van de professional in balans zijn. Sla een brug tussen de actualiteit, de betekenissen van de kinderen en de bedoelingen van de leerkracht.
Een goede basis
In dit artikel heb je kunnen lezen welke rol thema’s spelen en heb je handvatten gekregen om zelf aan de slag te gaan met het kiezen en ontwerpen van rijke thema’s. Met behulp van de driehoek van je sociaal-culturele praktijk en de inhoudenmatrix leg je een goede basis voor een rijk thema.
- Spelen en leren op school (2018). Dobber, M & Van Oers, B (red.).
- Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw (2024). Janssen-Vos, F., Van der Meer, L., Vingerhoets, I. & De Waard, H.
- Dobber, M. & Van Oers, B (red.). (2018). Spelen en leren op school. Assen: Van Gorcum.
- Janssen-Vos, F. (2004). Spel en ontwikkeling. Assen: Koninklijke van Gorcum BV.
- Janssen-Vos, F. (2012). Baanbrekers en boekhouders. Assen: Koninklijke Van Gorcum.
- Janssen-Vos, F., Van der Meer, L., Vingerhoets, I. & De Waard, H. (2024). Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw. Assen: Van Gorcum BV.
- Pompert, B. (2022). Lezen en schrijven doe je samen. Assen: Van Gorcum BV.
- Pompert, B. (2024). Thema’s en Taal. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV.
- Rietveld-van Wingerden, M. (2019). Op de schouders van Ovide Decroly. De wereld van het jonge kind, 46(5), 28-31. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff.
- Van Oers, B. (2011). Doelgericht en betekenisvol leren. Over de waarde van spel in de strijd tegen de verschoolsing. In R. Klarus & W. Wardekker (Red.), Wat is goed onderwijs? Bijdragen vanuit de pedagogiek (pp. 66-67). Den Haag: Boom Lemma.
- Van Oers, B. (2021). Ik is een meervoud. Assen: Koninklijke Van Gorcum.