Niet uitdoven, maar aanwakkeren!
In de kleutergroepen krijgen we er dagelijks mee te maken: verwondering. Iedereen kent het, maar wat is het precies? Hoe ziet verwondering eruit en welke rol speelt het? Wat houdt het in voor een professional? En houdt verwondering eigenlijk op na de kleuterjaren?
Het is maandagochtend en de kinderen van groep 3 druppelen binnen. Bij het raam van de huishoek staat een ooievaar met een doek in de bek. Uit het doek steken een hoofd en tien kleine teentjes. ‘Kijk, een baby!’ roepen de kinderen. Allerlei vragen komen naar boven. ‘Waarom draagt de ooievaar een baby? Wat betekent dit voor ons? En, waar komen baby’s eigenlijk echt vandaan?’
Voor wie werkt met een groep jonge kinderen zal het herkenbaar zijn. Door de dag heen vragen de kinderen zich hardop van alles af. Ze zijn nieuwsgierig en hebben een natuurlijke drang om te ontdekken. Ze verwonderen zich over zaken, waarbij je zelf wellicht weinig meer stilstaat, zoals een windvlaag die over het plein raast en voorwerpen ‘uit zichzelf’ laat bewegen of de snelheid van een rollend voorwerp die toeneemt naarmate de heuvel verder naar beneden loopt. Kansen om deze verwondering aan te grijpen, dienen zich geregeld aan. Het is voor onderwijsprofessionals de kunst om die verwondering te vangen en ermee aan de slag te gaan. Het antwoord op een vraag is snel gegeven, maar échte verwondering gaat verder. Bovendien kun je het ook zelf creëren.
Verwondering is een ervaring die de interesse in de wereld wekt en ruimte creëert voor andere manieren van denken (Schinkel, 2021). Tegelijkertijd stimuleert verwondering ook de interactie. Wat denk jij dat er gaat gebeuren? Of wat zie, voel of proef jij? Goed of fout bestaat niet. En verwondering openbaart zich niet alleen verbaal. Ook de lichaamstaal en de mimiek spreken boekdelen. Bij oprechte verwondering is er aandacht voor een object met alle zintuigen.
Aanzetten tot denken
Zelf raak ik als leerkracht van groep 3 zo nu en dan ook weer verwonderd. De laatste keer kwam dat door kinetisch zand. Dat is een mix van zand en klei en het lijkt af en toe uit zichzelf te bewegen. De beweging deed me denken aan magnetisme. Door ermee te spelen, komen er direct allerlei betekenissen en herinneringen bij mij op. Ik denk terug aan de tijd dat ik als kind een hele dag kon kleien. En dat ik als professional graag met de kinderen de zandbak in duik. Ook roept het allerlei nieuwe ervaringen op, doordat het kinetisch zand toch net even anders is dan klei of zand. Het voelt anders en er zijn geuren aan toegevoegd. Eén ding maakt het duidelijk. Verwondering zet ook mij aan tot denken.
Oproepen van verwondering
Nu we weten dat verwondering aanzet tot denken en leren over elkaar en de wereld, is het een logische stap om naar ons eigen handelen te kijken. Wat betekent verwonderen voor de professional en hoe krijgt het een plek in de eigen praktijk? Ongevormde materialen, zoals zand, water en klei, zijn een prima voedingsbodem voor verwondering die kinderen zelf spontaan opdoen. Er valt veel te ontdekken en te onderzoeken en het is aan de professional de taak om deze kansen te grijpen. Als de volwassene meedoet, kan hij of zij leermomenten ontdekken die tot dan toe voor het kind nog onzichtbaar waren (Janssen-Vos et al., 2024). Ook zijn onverwachte wendingen, zoals plotseling een ooievaar in de groep of zand dat zich niet gedraagt als zand, een goede uitvalsbasis. Onverwachte wendingen zetten namelijk meteen aan tot denken en doordenken. Het prikkelt het brein, omdat het anders gaat dan gewoonlijk. Door steeds in te spelen op de actuele interesses en behoeften van de kinderen, krijgt het onderzoek een open en dynamische vorm, waarin ruimte is voor onverwachte wendingen (Baeyens, 2011).
Jonge kinderen vragen zich door de dag heen hardop van alles af
Tijdens het buitenspel liggen kansen voor verwonderen en onverwachte wendingen voor het oprapen. De natuur blijkt een grote bron voor verwondering. Toch kan verwondering niet met zekerheid opgeroepen worden (Broekhof et al., 2021). Met het onderzoeksproject Wonder-full Education and Human Flourishing (2017) onderscheiden de auteurs acht typen strategieën met betrekking tot het stimuleren van verwondering.
Acht manieren om verwondering te stimuleren
– Sensitief zijn voor de verwondering van leerlingen.
– Je persoonlijke verwondering en fascinatie tonen en delen met je leerlingen.
– Leerlingen laten verkennen en experimenteren door voorwaarden te scheppen voor exploratie, theorievorming, hypothesetoetsing en reflectie.
– Betekenisgeving aan de lesinhoud stimuleren.
– De verbeelding van leerlingen stimuleren.
– Het vertrouwde onvertrouwd maken, ofwel het bijzondere van bekende dingen laten zien.
– Een verrijkte leeromgeving creëren, die leerlingen kan inspireren en mogelijkheden kan bieden voor exploratie en ontdekking.
– Contemplatie aanmoedigen. Dat wil zeggen dat leerlingen met alle zintuigen open staan voor hun omgeving en hier aandachtig op betrokken zijn.
Bron: Broekhof e.a. Tijdschrift Zone, jaargang 20, 2021, nr. 1
Hoewel bovenstaande strategieën goed te onderscheiden zijn, is het niet de bedoeling dat er scheidingen aangebracht worden in het onderwijs aan jonge kinderen. Samenhang is het sleutelwoord en holistisch handelen is aan te bevelen. Holistisch handelen betekent dat leerkrachten hun onderwijs zo ontwerpen dat de brede ontwikkeling van de leerlingen voorop staat (Van Oers, 2021). We zien het kind dan als een compleet mens, volledig in ontwikkeling en niet beschouwd in losse onderdelen (Hagenaar & Vingerhoets, 2022).
We besluiten in de klas goed voor de baby te zorgen en onderzoeken hoe we dat het beste kunnen doen. We boren ervaringen van de kinderen aan (betekenisgeving), nodigen experts uit in de groep en duiken de boeken in. Daarin lezen we onder andere over kraamvisite en beschuit met muisjes. Dat willen we zelf ook wel even proeven! De volgende dag staan er twee rollen beschuit, twee pakjes muisjes en een kuipje boter klaar. De kinderen experimenteren met de muisjes en ervaren dat ze zonder boter allemaal van de beschuit af rollen (verkennen en experimenteren). Muisjes op een beschuit schudden is ook best een klus, maar een beschuit met boter in de muisjes dippen blijkt een groot succes!
Verwondering zit juist in de kleine dagelijkse dingen. Dingen die soms zo gewoon lijken, maar als we beter kijken en er de tijd voor nemen, blijkt er toch nog veel te ontdekken en te leren (sensitief zijn voor de verwondering). Door de ogen van de kinderen is het mogelijk opnieuw verwonderd te raken over zaken waarvan je zelf dacht alles te weten. Openstaan voor wat je ziet en hoort, maar ook wat kinderen laten zien en horen, is dus essentieel (contemplatie aanmoedigen). Vooral onverwachte wendingen die ontstaan, zoals een wijzer in de thermometer die verandert als je warm water aan het badje toevoegt (een verrijkte leeromgeving), zetten aan tot verwonderen over nieuwe kwesties.
Onverwachte wendingen prikkelen het brein en zetten aan tot denken
Aan de slag met nieuwe kwesties
Vanuit oprechte interesse in het spel, de verhalen, de ideeën en vragen van kinderen kan de professional doorvragen om inhoudelijk verder te gaan op de onderwerpen die de kinderen bezighouden (Baeyens, 2011). Door vragen te stellen en opmerkingen te maken zorgt de leerkracht dat kinderen op een hoger niveau gaan denken en praten (Pompert et al., 2009). Een gesprekscultuur staat of valt met de ruimte die kinderen krijgen om met elkaar en de leerkracht in gesprek te zijn (Pompert et al., 2009). Gesprekken vormen het fundament om samen op verhaal te komen en zijn het cement tussen de verschillende activiteiten (Janssen-Vos et al., 2024).
Om de onderwerpen, interesses en kwesties die de kinderen bezighouden te ‘vangen’ in vragen is een vragenmuur of vragenwand een goede optie. Zo krijgen de vragen van de kinderen een duidelijke plek in het geheel en is het mogelijk om inhoudelijk verder in te gaan op onderwerpen waarover de kinderen zich verwonderen (betekenisgeving). Wardekker (2021) zegt hierover: ‘Verwonderen is het begin en verbeelden is de motor.’ Professionals kunnen helpen om de stap naar verbeelding te maken (de verbeelding stimuleren).
In de eerste weken van het thema nodigen we een kraamhulp uit om op bezoek te komen. Vooraf worden vragen geformuleerd over de kwesties die bij de kinderen leven, zoals: Waarom eten we beschuit met muisjes? Gaat de kraamhulp daar slapen? Waarom draagt de baby een romper en hoe komt de baby uit de buik? Tijdens het bezoek wordt er door de kinderen goed opgelet of hun vraag beantwoord wordt en aan het eind is er tijd om de resterende vragen te stellen. De oplossingen van de kwesties krijgen een plek in het spel. Zo slaapt de kraamhulp voortaan niet meer in de huishoek en wordt de romper niet snel meer vergeten tijdens het aankleden (een verrijkte leeromgeving).
We zien dat verwondering een directe plek inneemt in het thematisch onderwijs waar continu nieuwe kwesties ontstaan.
Verwondering, een leven lang
Dit artikel geeft een beeld van hoe het eruit kan zien en hoe verwondering een plek krijgt in alledaagse situaties. Verwondering blijkt alledaags en voor alle leeftijden. Bij verwondering gaat er een vuurtje branden en lijkt het alsof het leren vleugels krijgt. Verwondering wordt spontaan opgeroepen, maar verwondering kan ook gestimuleerd worden door een open houding en goede gesprekken. Gesprekken waarin de kinderen aangewakkerd worden en uitgedaagd wordt om verder te denken. Niet uitdoven dus, maar aanwakkeren!
Patrick Postma is leerkracht van groep 3 op de Julianaschool in Schagen, netwerklid van HJK en Specialist Jonge Kind.
Tijdschrift Zone, jaargang 20, 2021, nr. 1, Themanummer Verwondering
Jenthe Baeyens – Het begint met kijken en luisteren (2011)
Frea Janssen-Vos e.a. – Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw (2024)
Baeyens, J. (2011). Het begint met kijken en luisteren. Amsterdam: SWP.
Hagenaar, J. & Vingerhoets, I. (2022). Startblokken in de kinderopvang. Alkmaar: De Activiteit.
Janssen-Vos, F., Van der Meer, L., Vingerhoets, I., & De Waard. H. (2024). Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw. Assen: Van Gorcum.
Pompert, B., Hagenaar, J. & Brouwer, L. (2009). Zoeken naar woorden. Assen: Van Gorcum
Schinkel, A. (2021). Wat is verwondering? Tijdschrift Zone, jaargang 20, nr. 1
Schinkel, A. (Ed.) (2020). Wonder, Education, and Human Flourishing: Theoretical, Empirical, and Practical Perspectives. Amsterdam: VU University Press
Schinkel, A. (Ed.) (2017) https://wonderfuleducation.eu/research/project-1-wonder-full-education-and-human-flourishing, geraadpleegd op 23-11-2024.
Van Oers, B. (2021). Ik is een meervoud. Assen: Van Gorcum.
Wardekker, W. (2021). Redactioneel Themanummer Verwondering Tijdschrift Zone, jaargang 20, 2021, nr. 1.