Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Sociaal-Emotioneel
18/11/2021
Leestijd 5-7 minuten
Geschreven door Nicky Schijvens

Kindermishandeling bespreekbaar maken

Jaarlijks krijgen meer dan 119.000 kinderen te maken met kindermishandeling, in de vorm van verwaarlozing of fysiek, psychisch of seksueel misbruik. Dat is gemiddeld minstens één kind per klas (www.om.nl/onderwerpen/kindermishandeling).

Save the children

Het onderwerp bespreekbaar maken in de klas en met ouders is essentieel, maar lastig. Hoe pak je dat aan als leerkracht? En wat zijn de vervolgstappen waarin je toch probeert om naast de ouders te blijven staan, met het kind centraal?

Zorgmeldingen vanuit onderwijs
Slechts 3 procent van alle zorgmeldingen komt vanuit het onderwijs (Impactmonitor kindermishandeling en huiselijk geweld, 2019). Dat terwijl de rol van de leerkracht in het leven van een kind juist heel groot is. Uit onderzoek (Noord Hollands Trainers Collectief, 2019) blijkt dat er gemiddeld zeven jaar zit tussen een eerste signaal of vermoeden van mishandeling en een daadwerkelijke melding bij Veilig Thuis, het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. En dat is alleen nog maar de melding. Er is dan niet meteen onderzoek gestart naar de aard van de melding en/of hulp opgestart om het geweld te doorbreken. Dat is natuurlijk veel te lang. Het betekent in dit geval dat een kind ruim zeven jaar van zijn jeugd onveilig opgroeit en zich niet vrij ontwikkelt. Daarom is het belangrijk om kindermishandeling bespreekbaar te maken en bij een onveilige thuissituatie sneller te handelen. Het onderwijs heeft een belangrijke rol in de preventie en het vroegtijdig signaleren van kindermishandeling.

Zorg dat je naast ouders staat, met het kind centraal

Aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling
In het onderwijs ligt de nadruk op het aanleren van didactische vaardigheden, zoals taal en rekenen. Daarnaast is er aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en veiligheid op scholen, bijvoorbeeld in een Kanjer- of Leefstijltraining. Het is aan de school welke methodiek zij inzet. Recent onderzoek van Gubbels (2021) laat zien dat er weinig aandacht is voor het bespreekbaar maken van kindermishandeling en de preventie ervan op scholen. Terwijl dat wel belangrijk is en onderdeel uit zou moeten maken van de sociaal-emotionele opvoeding van een kind. Ook verscheen recent de gids ‘Handvatten voor scholen en gemeenten’, vol handreikingen met tips en materialen om het gesprek met kinderen aan te gaan over kindermishandeling (https://voordejeugd.nl/nieuws/gids-ieder-kind-ge%C3%AFnformeerd-voor-scholen-en-gemeenten). Onderzoek van Thoomes-Vreugdenhil (2016) laat zien dat een kind tot ontwikkeling komt als het zich veilig voelt. Daarom is het belangrijk om hen te leren over bijvoorbeeld emoties en weerbaarheid, bij voorkeur als vast onderdeel van het lesprogramma. Juist het onderwerp kindermishandeling vraagt om extra aandacht. Samen kunnen we het verschil maken voor een kind.

Band opbouwen is essentieel
Een kind brengt relatief veel tijd op school door. Daarom heeft de leerkracht een belangrijke rol in het vroegtijdig signaleren dat er iets mis is thuis. Als er vermoedens zijn van kindermishandeling, is de handelingsverlegenheid bij leerkrachten groot. Dat is begrijpelijk. Toch hoeft het niet moeilijk te zijn, als leerkrachten altijd het belang van het kind voorop stellen. Een band opbouwen met ouders en kinderen in de klas is ontzettend belangrijk. Als er iets mis is thuis, komt een kind niet aan leren toe. Een huisbezoek kost tijd, maar levert tegelijkertijd ook veel op. Je krijgt als leerkracht letterlijk een kijkje achter de voordeur. Even een praatje maken bij het haal- en brengmoment helpt ook om een band op te bouwen. Doe dit dan ook bewust met de ouders die niet iedere dag komen of niet zelf aandacht vragen.

Samen kletsen
Als er gedragsverandering is van het kind, kijk dan verder dan het gedrag alleen. Het kan het gevolg zijn van spanningen thuis. Ga even kletsen met de leerling die zich ineens anders gedraagt. Misschien kom je erachter of er meer aan de hand is. Als je weet dat het kind thuis een lastige fase doormaakt, bijvoorbeeld doordat de ouders pas gescheiden zijn, informeer daar dan naar bij het kind. Vraag hoe het thuis gaat. Daardoor voelt het kind zich gezien en gehoord. Informeer bijvoorbeeld ook eens naar de hobby’s van een kind en hoe de voetbalwedstrijd in het weekend is gegaan. Op deze manier bouw je een band op met het kind en zet je een ‘deurtje’ open. Het kind weet dan dat het bij je terecht kan als er iets is.

Vraag hoe het thuis gaat, dan voelt een kind zich gezien en gehoord

Naast de ouders staan
Zijn er zorgen over een leerling en is er een directe aanleiding om in gesprek te gaan met de ouders? Bespreek je zorgen vanuit het belang van het kind, dan sta je niet tegenover elkaar, maar heb je samen hetzelfde doel: het welzijn van het kind. Blijf in dit soort gesprekken bij de feiten en beschrijf de situatie zoals die is. Benoem wat je ziet: dat je leerling vaak afwezig is, zich slecht kan concentreren of op een negatieve manier om aandacht vraagt bijvoorbeeld. Door bij de feiten te blijven en niet te oordelen, houd je het gesprek met de ouders open en win je vertrouwen. Het is goed om als leerkracht te beseffen dat je niet hoeft vast te stellen óf er sprake is van kindermishandeling. Dit neemt al een hoop zwaarte weg. Daarnaast is het ook van groot belang om in je achterhoofd te houden dat iedere ouder het beste wil voor zijn of haar kind. Tenslotte: ondanks dat de kans bestaat dat er geen sprake is van mishandeling, is het wel heel belangrijk om erover te praten. Want wat als het wél zo is?

Praten met kinderen
Er wordt veel óver kinderen gepraat als het gaat om kindermishandeling. Dat is enerzijds begrijpelijk, want het is natuurlijk een zwaar en ingewikkeld onderwerp. Anderzijds is het onderwerp te belangrijk om niet te bespreken. Maar dan wel op een laagdrempelige manier die past bij de leeftijd en sociale ontwikkeling van de kinderen. Een themaweek als de ‘Week van de Lentekriebels’, waarin weerbaarheid centraal staat, leent zich daar uitstekend voor. Tijdens een (kring)gesprek kun je praten over het verschil tussen leuke en verdrietige geheimpjes. Hoe je elkaar kunt troosten. Het belangrijkste doel hiervan: bouwen aan het referentiekader van kinderen. Door te praten over wat ‘normaal’ is, geef je kinderen een referentiekader en maak je kindermishandeling of andere ingrijpende gebeurtenissen bespreekbaar. Want hoe weet je dat wat jou overkomt misschien niet ‘normaal’ is? Dit kan door met anderen hierover in gesprek te gaan (Horeweg, 2020).

Passende vragen
Het is belangrijk om tijdens een gesprek geen suggestieve vragen te stellen of kinderen woorden in de mond te leggen. Dan kleur je het verhaal te veel in en doe je verder onderzoek teniet. Het is ook niet aan leerkrachten om vast te stellen of er sprake is van kindermishandeling of niet. Mocht een kind met een onthulling komen, dan zijn voorbeelden van passende vragen: ‘Wat is er gebeurd?’ of ‘Wat vond je ervan?’ Of open het gesprek met de zin ‘Vertel eens …’ Wil een kind niet praten? Accepteer dat dan. Je hebt dan evengoed dat ‘deurtje’ opengezet. Weet dat het kind naar je toekomt op het moment dat het daaraan toe is. Het is wel belangrijk dat het kind dat referentiekader heeft opgebouwd. Daarom is het praten over een onderwerp als kindermishandeling, op een manier die past bij de ontwikkeling van het kind, essentieel. Bij kleuters kan dit bijvoorbeeld aan de hand van een prentenboek of het spelen van een poppenkastverhaal, bespreek daarna met de kinderen wat er is gebeurd bij de verhalen.

Lespakketten over kindermishandeling
Een van de manieren waarop je in de onderbouw aandacht kunt besteden aan kindermishandeling, is door de methode Schildje (https://schildje.nl) in te zetten. Schildje is een compleet lesprogramma voor kinderen van vier tot en met zes jaar (er is een apart pakket voor drie- en vierjarigen) dat kinderen leert over emoties en hun weerbaarheid vergroot. De hoofdrolspeler en held is een schildpadje. Het is een totaalpakket met onder andere een pluchen knuffel, dagritmekaarten, geheimpjesdoos, slaap- en troostkoffer.
De bijbehorende training zorgt ervoor dat onderwijsprofessionals er gericht mee aan de slag kunnen. Leerkrachten worden bewust gemaakt van hun eigen houding en gedrag ten aanzien van het onderwerp en er wordt in gegaan op de handelingsverlegenheid die veel professionals ervaren en hoe ze deze kunnen doorbreken.
Schildje is voor kinderen een veilige ‘tussenpersoon’ aan wie ze hun verhaal kwijt kunnen. Voor leerkrachten is het een manier om indirect het gesprek aan te gaan en nare ervaringen te bespreken. Onderzoek van Groei Veilig (2021) wijst uit dat er daadwerkelijk signalen van kindermishandeling aan de oppervlakte komen tijdens het werken met de methode Schildje. Voor andere manieren en speciale lespakketten om aan dit onderwerp structurele aandacht te besteden in de gehele basisschool, zie ook: www.jsw.nl/sociaal-emotionele-ontwikkeling/horeweg-kindermishandeling.

Vroeg signaleren en bespreken
Kindermishandeling bespreekbaar maken en zo vroeg mogelijk signaleren is ontzettend belangrijk. Laten we ervoor zorgen dat we het onderwerp ook in het onderwijs bespreekbaar maken, zodat hier ook meer oog is voor kinderen in een onveilige thuissituatie. Wanneer het onderwerp verankerd wordt in het lesprogramma, helpt dit leerkrachten om het onderwerp op een laagdrempelige manier te bespreken met kinderen.

De personen op de foto’s bij dit artikel hebben geen relatie tot de inhoud van dit artikel.

Book iconLiteratuurlijst

• Assink, M., Gubbels, J., Prinzie, P.,& Put, C.E. van der, (2021) What Works in School-Based Programs for Child Abuse Prevention? The Perspectives of Young Child Abuse Survivors.
• Gubbels, J.; van der Put, C.E.; Assink, M. (2021) Schoolprogramma’s voor de preventie van kindermishandeling: Resultaten van meta-analytisch, exploratief, en kwalitatief onderzoek.
• Thoomes-Vreugdenhil, A. (2016) Behandeling van problematische gehechtheid.
• Horeweg, A. (2020) Een verschrikkelijk boek met een gouden boodschap.