Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Spelen
23/05/2024
Leestijd 6-9 minuten

Verslag Congres Jonge kind

Op woensdag 10 april was daar alweer de zevende editie van het congres Jonge kind. Dit jaar was het thema: ‘Samen bouwen aan de wereld van het jonge kind. Bouwen maar!’ Redactievoorzitter Denise Bontje opende de dag op een enthousiaste manier. Bontje vertelde dat de dag zal bestaan uit verschillende workshops, lezingen en inspirerende praktijkvoorbeelden.

Save the children

Kleuterfuik
Na een korte inleiding wordt de gastspreker op het podium geroepen. Dit jaar was dat niemand minder dan de fantasierijke kinderboekenschrijfster Janneke Schotveld. Na een bijzonder inspectiebezoek op haar eigen school kreeg Schotveld inspiratie voor het schrijven van haar eerste boek: ‘Villa Fien’. Nadat dit boek uitkwam, ontwikkelde haar passie voor schrijven zich meer en meer. In 2012 heeft Schotveld besloten om fulltime schrijfster te worden. ‘Dit is waarom ik hier stá en niet zit als leerkracht.’ In haar introductie kwamen humoristische verhalen langs over ‘kleuterfuiken’ en andere bijzondere ervaringen.

Leescrisis in Nederland
Schotveld herinnert ons aan het sterk dalende leesniveau en het gebrek aan leesmotivatie bij Nederlandse kinderen: ‘Eén op de drie 15-jarige leerlingen heeft onvoldoende leesvaardigheid.’ Omdat er tegenwoordig zo veel nadruk wordt gelegd op ‘leesbevordering’, hangt er volgens Schotveld een negatieve sfeer rondom dit begrip. Daarom stapt Schotveld al snel over op wat de taak van de leerkracht is omtrent leesmotivatie.

Oplossing!
De oplossing is namelijk simpeler dan gedacht. Veel voorlezen, genoeg boeken thuis en veel boeken op school is volgens Schotveld de eerste stap naar het stimuleren van gemotiveerde lezers. Kinderen die als kleuter zijn voorgelezen, lopen aan het eind van de basisschooltijd nog altijd voor in leesvaardigheid en hebben bredere cognitieve vaardigheden. Als ouders vanaf de geboorte dagelijks één boekje voorlezen, komen kinderen in de eerste vijf levensjaren naar schatting met bijna 300.000 extra woorden in aanraking (Stichting Lezen en Schrijven, 2023). Daarom is de rol van ouders in het voorschoolse traject écht van belang! Schotveld legt nadruk op de positieve aspecten van lezen, zoals het verrijken van de taal met behulp van kinderboeken en dichtbundels. Kinderen horen en lezen woorden waar zij in het dagelijks leven weinig mee in aanraking komen. Als leerkracht kies je dan ook gericht boeken uit waarin een rijk aanbod van woorden terugkomt. Tot slot benadrukt Schotveld dat het voorlezen van boeken niet alleen gedaan moet worden in het kader van een speciaal thema. Het ‘huis-tuin-en-keukenvoorlezen’ is nog altijd heel belangrijk! Lezen hoort een alledaagse bezigheid te zijn en moet niet voelen als een verplichting.

Inclusie in boeken
Aan het eind van haar inspirerende lezing kaart Schotveld het thema diversiteit aan. Ze vertelt dat ze zich aansluit bij de visie van Shonda Rhimes. Het woord diversiteit suggereert volgens Rhimes dat het speciaal is dat er verschillen tussen mensen zijn. Daarom spreken zowel Rhimes als Schotveld liever over ‘normaliseren’. Schotveld pleit voor het normaliseren van verhalen in kinderboeken. Daarnaast laat Schotveld zich inspireren door de volgende uitspraak van Sharon McElmeel: ‘Kinderen hebben zowel behoefte aan spiegels als ramen. Veel kinderen van kleur zien de wereld alleen via ramen en zij hebben spiegels nodig. Andere kinderen zien alleen spiegels en zij moeten de wereld ook door ramen leren zien.’ Als afsluiting van haar lezing en tevens pleidooi over diversiteit, leest Schotveld een stukje voor uit haar kinderboek ‘De eekhoorn legt een ei en andere fabels’. Een boek met mooie verhalen met dubbelzinnige betekenissen voor jong en oud.

Deelsessie: ‘Bouwen aan het huisje van de ander’
Tijdens de workshop van filosofe Karin Glaubitz werden materialen en handvatten aangeboden om met kinderen filosofische gesprekken te voeren. Bouwen aan elkaars gedachten en handelingen zoals luisteren, reageren, toelichten en het maken van nieuwe denkstappen, voortbordurend op de denkstappen van anderen. Voor Glaubitz is een filosofisch gesprek een dialoog waarbij je naar de ander luistert. De opbouw van zo’n gesprek is hierbij belangrijk. Start rustig op door eerst met elkaar in de kring te gaan zitten. In de kring doe je een bewegingsoefening waarin de kinderen – ook wel denkgenoten – elkaars bewegingen nadoen of eigen bewegingen verzinnen. Ze maken kennis met het observeren van de ander. Hierna oefenen kinderen het nemen en geven van het woord door middel van het spel met de bal, waarbij een wollen balletje de klas rondgaat. Alleen wanneer het kind het balletje in handen heeft mag het praten. Hierna kan het filosofische gesprek van start gaan. Dit kan door middel van een prentenboek, een voorwerp of probleemstelling; Glaubitz noemt duizend-en-één middelen voor het opstarten en begeleiden van een filosofisch gesprek. Werkvormen worden tijdens de workshop getoond en geoefend door de leerkrachten, om deze de volgende schooldag al in de praktijk te kunnen toepassen.

Deelsessie: ‘Bouwen aan de taal van jonge nieuwkomerskinderen’
Moniek Sanders (directrice en taalspecialist) en Marije Oomens (leerkracht onderbouw) werken op nieuwkomersschool Kuna Mondo in Purmerend. Op Kuna Mondo zitten kinderen die net in Nederland wonen: nieuwkomers. Deze kinderen zijn dagelijks bezig met het wennen in een nieuw land en het leren van de Nederlandse taal: bouwen aan een nieuw leven. Sanders en Oomens doen een beroep op de verantwoordelijkheid van de leerkracht om voor een krachtige lessituatie te zorgen (in een taalrijke leeromgeving). Dit kan gedaan worden door onder andere het zorgen van thema’s dichtbij de belevingswereld van de kinderen en het selecteren van een aantal korte zinnen ten behoeve van de sociale redzaamheid. Ook het herhalen van nieuwe woorden, het verzorgen van een rijke leeromgeving en het zien en pakken van kansen die zich voordoen gedurende de dag is belangrijk. Ook worden er nog bouwstenen gegeven voor ouders. Sanders en Oomens benadrukken dat de moedertaal ontzettend van belang is voor de ontwikkeling van de nieuwkomerskinderen. Hoe meer én beter er wordt gesproken in de moedertaal, hoe sneller er op school Nederlands geleerd kan worden. Denk aan veel voorlezen, liedjes zingen/laten horen en praten in eigen taal over wat er op school geleerd is. Sanders en Oomens sluiten af met tips voor leerkrachten om ‘gefundeerd’ en enthousiast zelf te bouwen aan NT2-onderwijs voor de jonge nieuwkomers. Zo is het betekenisvol om tijd te geven aan de nieuwkomers, het inzetten van pre-teaching, samenwerkmogelijkheden tussen kinderen benutten, het herhalen van aangeleerde woorden, gebruik maken van coöperatieve werkvormen en zorgen voor veel leesplezier.

Deelsessie: ‘Met rustmomenten bouwen aan zelfsturing’
Wendy de Groot staat tijdens haar workshop stil bij het belang van rustmomenten in de klas. ‘Wanneer je voldoende rustmomenten ervaart op een dag, heeft dit een positieve invloed op de mate van zelfsturing.’ Zelfsturing is het vermogen om effectief je eigen gedrag te kunnen sturen. De executieve functies spelen hier een belangrijke rol in, maar ook het ‘rustbrein’, ‘filterbrein’, de (leer)omgeving en emoties van kinderen. Je geeft kinderen met een rustmoment kortom de tijd om hun emmertje te legen. De Groot noemt vijf bouwstenen voor deze rustmomenten in de klas. Zo noemt ze het belang van vaste momenten voor het nemen van rust. Deze momenten hoeven niet veel tijd te kosten, maar zijn wel belangrijk om mee te nemen in de dagplanning. ‘Maak ook echt een dagritmekaart, zodat kinderen weten wanneer het rustmoment ingepland is.’ Dit sluit aan bij de bouwsteen kennis, namelijk dat rustmomenten van belang zijn voor kinderen om op te laden, zodat ze op latere momenten de nieuw aangeboden stof tot zich kunnen nemen. ‘Geef stof de rust om in te dalen.’ Tijdens de workshop laat De Groot ons ervaren hoe rustmomenten in de klas eruit kunnen zien. Dit doet ze aan de hand van activiteiten en filmpjes op haar eigen ontwikkelde platform: rustmomentindeklas.nl.

Slotdebat
Als afsluiting van een betekenisvolle dag ontstond er aan de hand van een aantal vragen en stellingen een mooi gesprek onder leiding van Bontje. Hierbij waren drie professionals aanwezig: Cathy van Tuijl, José Hillen en Joy van Veen. Ook de deelnemers van het congres kregen veel ruimte voor inbreng. Zo kwam er uit de eerste stelling dat veel deelnemers van mening waren dat jonge kinderen zich tegenwoordig anders ontwikkelen dan 25 jaar geleden. Zo heeft de veranderde omgeving van kinderen veel invloed op het onderwijsaanbod dat je als leerkracht moet bieden aan kinderen. Denk hierbij aan beïnvloedende factoren zoals technologie en ouders die vaker fulltime werken. Ook bij de vraag ‘Hoe help je kleuters om voorbereid te zijn op hun toekomst?’ ontstond een fijn gesprek. De antwoorden van deelnemers die wij het vaakst zagen langskomen, waren: ‘spel’, ‘zelfstandigheid’, ‘(zelf)vertrouwen’ en ‘samen’. Op het woord ‘samen’ werd gereageerd door Van Tuijl: ‘Er zijn zich allemaal ikjes aan het ontwikkelen, maar hoe maak je het sámen waar?’ Dit was een mooie vraag om over na te denken met behulp van de laatste debatvraag: ‘’Met wie wil je bouwen aan de wereld van het jonge kind?’ Uit de antwoorden op deze vraag bleek dat niet alleen de ‘gouden driehoek’ voor de deelnemers erg belangrijk is, maar vooral ook de samenwerking met collega’s. Vanuit het publiek werd de studiedag aangekaart, waarbij veel deelnemers ervaren dat deze vaak midden- en bovenbouwgericht is en de onderbouw wordt vergeten. Er wordt aan Van Veen gevraagd hoe dit er bij haar op school uitziet. Van Veen vertelt kort over de opbouw van thema’s en benoemt hierbij dat het erg belangrijk is om samen te werken binnen en buiten je bouw. ‘Ga kijken bij anderen, hoe wordt het onderwijs bij hen ingericht? Maar ga ook staan voor je vak!’ Na het gesprek vraagt Bontje de professionals wat ze de deelnemers graag meegeven. Joy van Veen benadrukt: ‘Vergeet groep drie niet, ook dat is het jonge kind!’ José Hillen geeft meer: ‘Geniet! Jullie hebben de leukste doelgroep die er is.’ En Cathy van Tuijl sluit af met: ‘Samenwerken is meer dan informeel contact! Deze fase van het jonge kind is het fundament van de toekomst.’

Het was een inspirerende dag waarin de deelnemers veel inspirerende handvatten hebben gekregen om te bouwen aan de wereld van het jonge kind. Kortom, bouwen maar!

Book iconLiteratuurlijst

• Stichting Lezen en Schrijven. (2023, 5 december). Eén op de drie 15-jarige leerlingen in Nederland heeft onvoldoende leesvaardigheid. https://www.lezenenschrijven.nl/. https://www.lezenenschrijven.nl/over-stichting-lezen-en-schrijven/actueel/een-op-de-drie-15-jarige-leerlingen-nederland-heeft
• WOMEN Inc. (2023, 14 juni). Podcast Toen ik mij zag – over representatie in de media. https://www.womeninc.nl/podcasts/toen-ik-mij-zag
• Purtill, C. (2022, 20 juli). Shonda Rhimes hates “diversity” —here’s what she wants instead. Quartz. https://qz.com/work/1134513/kerry-washington-and-shonda-rhimes-on-the-shortcomings-of-diversity

Maan van der Heiden

Noa Keizer