Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Logo categorie
Spelen
16/12/2025
Leestijd 6-9 minuten
Geschreven door Nicole Verdonk

Welke ontwikkelingsmaterialen zet je in?

Hoe bepaal je als leerkracht welke educatieve materialen je inzet? Het lijkt een eenvoudige keuze, maar achter elke keuze schuilt een visie op het leren van jonge kinderen. Hoe zet je de juiste ontwikkelingsmaterialen in op een goede manier voor een rijke leeromgeving?

Save the children

Jonge kinderen leren door te ervaren, te proberen en te herhalen. De omgeving waarin ze dat doen, is cruciaal: die biedt prikkels, kansen én veiligheid om te ontdekken. Een doordachte leeromgeving stimuleert alle ontwikkelgebieden van kinderen en materialen spelen daarin een grote rol.

Meer dan ‘werkjes’
Zie jij materialen vooral als oefenmiddel voor specifieke vaardigheden? Of als rijke uitnodiging om te ontdekken, te onderzoeken en betekenis te geven aan de wereld om je heen? Hoe jij de ruimte inricht en welke materialen je daarin aanbiedt, laat zien hoe jij denkt over leren, spel en ontwikkeling.
Ontwikkelingsmaterialen zijn meer dan spullen om mee te spelen; ze zijn ontworpen met een pedagogisch-didactische bedoeling. De klei op tafel, maar ook de kraan op ooghoogte, prikkelen zelfstandigheid en nieuwsgierigheid. In die zin is elk materiaal in de leeromgeving een ontwikkelingsmateriaal (Brouwers, 2018). Toch gebruiken we de term ontwikkelingsmateriaal vaak voor de bekende ‘werkjes’ in de kast: puzzels, mozaïek of taal- en rekenspellen. Maar materialen zijn breder te duiden.

Vier types materialen
De Vier VVE Basistraining (2020) onderscheidt vier soorten materialen. Dat onderscheid helpt je om een bewuste keuze te maken voor wat je kinderen aanbiedt:

  • Concreet materiaal dat de wereld representeert, zoals pannen en bestek in de huishoek. Kinderen herkennen situaties en spelen die na: een krachtige vorm van betekenisvol leren.
  • (Spel)materiaal met een eenduidig doel: bedoeld voor één specifieke handeling of vaardigheid, zoals puzzels of memory. Ze bieden structuur, voorspelbaarheid en de kans om doelgericht te oefenen.
  • Materiaal dat alles kan voorstellen: fantasierijk, zonder vaste vorm. Denk aan klei, stenen, linten of doppen. Kinderen geven er zelf betekenis aan, wat creativiteit en probleemoplossend denken stimuleert.
  • Educatieve materialen: bewust ontworpen om leren te stimuleren, vaak met een opbouw in moeilijkheid en een koppeling aan leerdoelen. Denk aan lotto, rijmspellen of Zin in woorden.

Een evenwichtige leeromgeving bevat een mix van deze categorieën. De manier waarop je die combineert, laat zien wat je op een specifiek moment belangrijk vindt in leren en ontwikkelen. Jij als professional zorgt voor een goede balans van materialen die elkaar aanvullen, uitnodigen tot spel én leiden tot verdieping. Zo creëer je een leeromgeving vanuit visie, waarin elk materiaal betekenis heeft.

Een evenwichtige leeromgeving bevat een mix van soorten materialen

De ideale materialenhoek
De materialenhoek is de plek waar jouw visie op het lerende kind concreet wordt. Bijna elke kleutergroep heeft een kast met educatieve materialen. Maar hoe bewust is die ingericht? Zijn de materialen bijvoorbeeld goed zichtbaar? En mag een kind zelf kiezen of wordt het werkje ingepland? De ideale materialenhoek (Brouwers, 2018) is een doordacht onderdeel van de leeromgeving, waarin kinderen zelfstandig kunnen kiezen, onderzoeken en doorzetten. Als je merkt dat kinderen snel klaar zijn met een werkje, of het niet uit zichzelf kiezen, zegt dat vaak iets over eigenaarschap en autonomie. Als kinderen in vrijheid kunnen kiezen, groeit hun betrokkenheid. Ze kiezen niet voor een los werkje, maar voor een plék: de materialenhoek waar ze mogen ontdekken.
Een goed ingerichte materialenhoek biedt dus keuzevrijheid, maar ook uitdaging. Zorg daarom voor educatieve materialen met verschillende niveaus, zodat elk kind iets vindt dat bij hem past. De hoek is overzichtelijk, uitnodigend en afgestemd op het thema of de doelen van die periode. Daarmee ontstaat eigenaarschap – en dus écht leren. (Brouwers, 2018; SLO, 2024).

Meer dan de materialenhoek
In een goed ingerichte materialenhoek komen de kinderen spelenderwijs in aanraking met alle typen materialen; van eenduidig tot educatief. Maar het juiste ontwikkelingsmateriaal verrijkt bijvoorbeeld ook de rollenspelhoeken en het leerkracht gestuurde aanbod, zoals de spelinloop of de kleine activiteit.

Bij de dagelijkse spelinloop heeft juf Kim steeds een specifiek doel voor ogen. Op maandag bijvoorbeeld: fijne motoriek oefenen en samenwerken. Kim kiest doelbewust passend ontwikkelmateriaal uit. Ze verdeelt kleine puzzelstukjes over bakjes. De kinderen hebben elkaar nodig om in overleg samen de puzzel te maken.

Educatieve materialen kun je overal in de speelleeromgeving inzetten. Hoe leuk is het om de koekjespuzzel ook in het rollenspel in de huishoek te gebruiken? En om de stapelbare teldopjes in te zetten als pillen in de dokterswinkel? Hiermee ondersteun je kinderen om in de volgende fase van hun spelontwikkeling te komen. (Spelschema, Boland, 2025). Je kunt educatieve materialen ook inzetten als ‘peilspel’ (SLO, 2024). Tijdens het spel met de kinderen observeer je hoe ze handelen en redeneren. Zo krijg je zicht op hun ontwikkeling. Niet om af te vinken, maar om te begrijpen hoe ze leren.

Tips voor educatief materiaal

  • Zorg voor een materialenhoek en maak die hoek een keuze op het kiesbord.
  • Let bij de aanschaf van nieuw ontwikkelingsmateriaal op spelelementen en differentiatie.
  • Presenteer het materiaal zodat kinderen zien wat er te ‘kiezen’ valt.
  • Zorg dat kinderen het materiaal zelf kunnen pakken en opruimen.
  • Verken nieuw materiaal kort met de kinderen en model daarna het gebruik.

Materiaal binnen thema’s
Door te investeren in een goede mix van eenduidige en educatieve materialen, kun je elk thema in de klas verrijken. Ook algemene materialen als het vormenspel, de kralenplank en telmaterialen lenen zich goed voor thematisch gebruik. Door dit materiaal niet geïsoleerd in te zetten, maar het te verbinden aan een thema, krijgt het meer betekenis. Je gebruikt het materiaal steeds in een nieuwe context, daardoor wordt het rijker.

De kleuters hebben als thema Kom je in ons Museum?. De leerkracht geeft kort introductie over patronen leggen. De kinderen gaan aan de slag met mozaïek. De leerkracht verrijkt het materiaal door context te bieden: “Het museum wil een tegelvloer in een herhaalpatroon, helpen jullie ontwerpen?” De kinderen onderzoeken en experimenteren. In de evaluatiekring delen ze hun ervaringen. De leerkracht maakt een koppeling met de bouwhoek: hier zijn pvc-tegels in dezelfde kleur als het mozaïek toegevoegd. De kinderen leggen met échte materialen hun museumvloer.

Uiteraard kun je ook specifieke materialen toevoegen aan thema’s, vanuit de leerinhoud of de actualiteit. Denk aan een voorjaarslotto of sinterklaaspuzzel, maar ook aan educatief materiaal als Zin in woorden. Zet dat laatste bijvoorbeeld in binnen het thema We gaan op reis. De kinderen bedenken zinnen als ‘ik zwem in zee’ en ‘de boot vaart weg’ en ontdekken hoe taal beschrijft wat ze beleven. Zo krijgt taal betekenis in een context.

Door een materiaal steeds in een nieuwe context te gebruiken, wordt het rijker

Echt of educatief?
Echte materialen sluiten aan bij de natuurlijke ontwikkelbehoefte van jonge kinderen: handelen, herhalen, ordenen en zintuiglijk ervaren. (Piaget, 1972). Maar naast echt materiaal heeft ook educatief materiaal een waardevolle plek in de ontwikkelbehoefte van kinderen. Zeker als die gericht inspelen op dezelfde behoefte. In goed educatief materiaal zit van nature veel differentiatie. In tangrammen bijvoorbeeld, variëren grootte, moeilijkheid en detailniveau, waardoor elk kind een passende uitdaging vindt en kan groeien (Meersman & Stroobandt, 2020). Een spelelement – zoals begrippenkwartet of telbingo – maakt leren bovendien betekenisvoller (Brouwers, 2018).

Van concreet naar abstract
Juist door afwisseling tussen echte voorwerpen en doordacht educatief materiaal, ontwikkelen kinderen zich breed: van ervaren naar begrijpen, van doen naar denken. De leerkracht speelt hierin een sleutelrol: hij of zij observeert, biedt nieuwe uitdagingen en herkent het juiste moment om verder te gaan. Een goede balans tussen concreet en abstract is daarbij essentieel. Als kinderen te snel overstappen naar formeel leren, verliezen ze vaak hun betrokkenheid: het leren wordt dan te talig en afstandelijk. Educatief materiaal helpt om die overstap geleidelijk te maken (zie kader). Het bewust kiezen van educatieve materialen vanuit een visie op leren maakt het verschil tussen spelen met materialen en betekenisvol leren.

Van concreet naar abstract in vormenspel

  • Fase 1: Concreet
    Activiteit: Voelen, leggen, benoemen
    Vaardigheden: Vormherkenning, motoriek
  • Fase 2: Half-concreet
    Activiteit: Patronen namaken
    Vaardigheden: Visueel geheugen, plannen
  • Fase 3: Meer abstract
    Activiteit: Zelf ontwerpen
    Vaardigheden: Mentaal roteren, creativiteit
  • Fase 4: Abstract
    Activiteit: Vormen herkennen, gebruik op papier
    Vaardigheden: Meetkunde, probleemoplossend denken

Foto’s: De Rolf Groep

Book iconLiteratuurlijst
  • Brouwers, A. (2018). Ontwikkelingsgericht werken in de onderbouw. Huizen: Pica.
  • Boland, M. (2025). Spelschema: spelontwikkeling bij jonge kinderen. Huizen: Pica.
  • Meersman, E., & Stroobandt, K. (2020). Brein, spel en ontwikkeling: materialen die uitdagen. Den Haag: Acco.
  • Piaget, J. (1972). The psychology of the child. New York: Basic Books.
  • SLO (2024). Peilspel en spel in de onderbouw: Handreiking voor leraren. Amersfoort: SLO Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling.
  • VierVVE (2020). VierVVE Basistraining. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut

Nicole Verdonk

Nicole Verdonk is adviseur opvang en onderwijs bij de Rolfgroep, gespecialiseerd in het jonge kind.