Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
16/09/2021
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Aleid Truijens

Zonder te vallen, leer je niks

Vanochtend kreeg ik een filmpje opgestuurd van twee peuterjongens, gierend van de pret. Terwijl hun zus van vier naar school is, waar ze ijverig werkjes maakt, zitten zij op de nieuwe schotelvormige schommel, elkaar omklemmend. Een aanwinst waar ik als kind alleen maar van kon dromen.

Save the children

Mijn kleinkinderen wonen tegenwoordig ‘buiten’. De eerste keer dat ik daar kwam, reed M. (bijna drie) met een grote grijns wel honderd keer op zijn driewieler rondom het huis. De tweede keer zag ik de vierjarige fietsen zonder zijwieltjes, apetrots en verbijsterd, alsof zij zomaar vleugels had gekregen.
Dat kinderen enorm ‘groeien’ van buitenspelen, dat het goed is voor hun motoriek, hun ruimtelijk inzicht, hun evenwicht en vetverbranding, dat lees ik natuurlijk wel eens. Nu zag ik het bewezen. Voeg er nog maar ‘plezier’ en ‘zelfvertrouwen’ aan toe.
Waarom laten we kinderen niet vaker buitenspelen, als het alleen maar voordelen heeft? Kinderen spelen helaas steeds minder buiten. Volgens een onderzoek van Jantje Beton speelt 30 procent van de kinderen nooit of maar één keer in de week buiten, vijf jaar geleden was dat 20 procent. Dat komt allereerst, omdat grond schaars en duur is. Gezinnen wonen in flats of huizen met postzegeltuintjes. Waar eerst voetbalvelden, kinderboerderijen en speeltuinen waren, verrijzen nu nieuwe wijken. Die zijn hoognodig, want de nieuwe generatie moet ook ergens wonen. Maar speelruimte voor de kinderen, op een enkele suffe wipkip na, wordt schaarser.

Misschien kunnen we kleine ongelukken relativeren, terwijl we beducht blijven voor écht gevaar

Er speelt nog iets mee: we zijn banger geworden. Overal loert het gevaar. Daarvan zijn we ons, meer dan onze ouders en grootouders, hyperbewust. Goedbedoelde websites en voorlichtingsfolders hebben ons niet zorgelozer gemaakt. De waarschuwingen zijn terecht. Van een schommel kun je af vallen, en je lelijk verwonden. Zelfs in een ondiep opblaaszwembadje kan een peuter verdrinken. Vooral trampolines zijn berucht; kinderbenen kunnen verstrikt raken tussen de springveren. De vader die zijn kinderen zo blij in de nieuwe tuin laat schommelen en fietsen, krijgt op zijn werk op de eerste hulp dagelijks trampolineslachtoffers.
Als ik het al moeilijk vind om te letten op de veiligheid van drie kleinkinderen, hoe moet het dan zijn om een klas buitenspelende kleuters in de gaten te houden? Er zijn zelfs cursussen voor, lees ik. Niemand wil ouders vertellen dat een kind bij het buitenspelen gewond is geraakt. Ik ook niet. Ik heb een levendige fantasie: één keer niet opletten, is genoeg om enkele levens te verwoesten.
Toch moet het, voor de kinderen: een beetje minder bang zijn. Misschien kunnen we kleine ongelukken relativeren, terwijl we beducht blijven voor écht gevaar. Want een kleuter die zich een open knie valt of een schommel tegen het hoofd krijgt, kijkt de volgende keer beter uit. Die buil of schaafwond is niet erg; zonder te vallen, leer je niks. Dagenlang op de iPad zitten, is niet zo veilig als het lijkt. Onhandig en te dik zijn, niet durven meedoen met anderen, is op den duur schadelijk en gevaarlijk. Een beetje oefening in zorgeloosheid kan geen kwaad.

Aleid Truijens