Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
24/02/2022
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Aleid Truijens

Stereotypen?

We leren langzaam bij, elke generatie. Ooit komen we er wel.
Toen ik in de jaren 60 opgroeide in Amsterdam, zagen we daar weinig donkere kinderen. In onze kinderboeken bestonden ze wel.

Save the children

Sjors, de donkere jongen met dikke rode lippen en gouden oorbellen, de vriend van de blondgekuifde Sjimmie, die alles beter wist en kon. De Afrikaanse bevolking in Kuifje in Afrika, die een krom, dommig taaltje sprak. Op mijn plankje stond ook Oki en Doki, waarin twee matrozen op een eiland belanden waar zwarte mensen wonen: wrede kannibalen natuurlijk.
Je gelooft je ogen niet, als je die boekjes doorbladert. Zagen mijn ouders, vooruitstrevende mensen, niet hoe pijnlijk racistisch die boeken waren? Nee, dat zagen ze niet. Het was de dominante kijk van witte mensen. Het was, letterlijk, normaal.
Ook ik las dertig jaar later mijn kinderen onbekommerd voor uit Sambo, het kleine zwarte jongetje (‘Hij was pik-, pik- pikzwart’). Pippi’s vader, die over de wereld voer met een boot, was nog altijd ‘negerkoning’ van Taka-Tukaland. Of Sambo – zijn naam alleen al – in zijn rieten rokje niet een tikje stereotiep was; waarom een witte man zomaar koning werd op een eiland, waar hij zich door donkere mensen liet bedienen? Ik vroeg het me niet af, al kwam ik toen net van een universiteit, waar we alles leerden over vooroordelen en elitair denken.
Ja, het seksisme in kinderboeken, dát zag ik wel. Dat moeders daarin zelden werken, dokters, advocaten en tandartsen altijd mannen zijn, dat vaders spannende dingen doen, terwijl moeders angstig toekijken. Dat Jip altijd met auto’s speelt en Janneke met poppen. Ik ergerde me er groen en geel aan, ook nu nog. Mijn kinderen dachten trouwens dat de in zwarte silhouetjes getekende Jip en Janneke donkere kindertjes waren.
Je kunt eindeloos discussiëren over de vraag of je de historische werkelijkheid van het verleden moet corrigeren. Is het niet juist belangrijk dat kinderen leren dat er vroeger andere normen golden? Ik denk van wel. Je mag het verleden, de werkelijkheid van slavenhandel en koloniale roofzucht, niet uitwissen. Maar kleuters denken niet over ‘het verleden’. Voor hen is alles nu. En als je uit oude kinderboeken de racistische elementen weggumt, vinden ze de verhalen niet minder leuk.
Noem het voortschrijdend inzicht: geen enkel kind mag gekwetst worden door kinderverhalen. Ook zou het fijn zijn als ieder kind zich kan herkennen in een personage. Hoe moeten het voelen als de hoofdpersonen in álle kinderboeken een andere huidskleur hebben dan jij? Dat zij in een huis met een tuin wonen, en jij in een flat? Of nooit, zoals jij, twee papa’s of twee mama’s hebben? Of één ouder? Dat mag best eens veranderen.
‘Diversiteit’ gaat niet alleen over sekse of geaardheid. De wereld heeft alle soorten mensen nodig, niet alleen de stoere, vrolijke en gezellige. Dus ook verlegen kinderen, eenzelvige kinderen, bange kinderen, kinderen met vreemde ideeën, kinderen die graag alleen spelen, kinderen die wegdromen in hun eigen wereld – voor al die kinderen moet plaats zijn in kinderboeken. En in het echte leven.

Aleid Truijens