Profile

HJK draait om de wereld van het jonge kind

Columns
08/06/2020
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Aleid Truijens

Nieuwe normaal

Ik kon het eerst niet zo goed ‘lezen’, het gezichtje van kleindochter G. (drie jaar) op de iPad. Ze wilde met ons praten, maar dook ook weg. Ze lachte niet. Ze bloosde, ongewoon verlegen ineens.

Save the children

Nu pas snap ik het. Het was angst, en wantrouwen. Haar ouders hadden haar proberen uit te leggen waarom ze ons een tijdje niet zouden zien. Iets met kleine, onzichtbare beestjes waarvan grote mensen ziek konden worden. Een verwarrende boodschap voor een driejarige. Waren opa en oma ziek? Hoezo? Zo ziek zagen ze er niet uit op het schermpje. Ze vertrouwde de boel niet – begrijpelijk.
We zien ze nu weer, G. en haar broertje M. We hebben ze erg gemist. Ik probeer afstand te houden, niet te veel knuffelen, maar dat lukt niet. Ik neem het risico; ik ben gezond en hoor niet tot een risicogroep. We kunnen onszelf niet maandenlang ophokken. Was ik crècheleidster geweest, of leerkracht in de onderbouw, dan was ik naar mijn werk gegaan en was die 1,5 meter afstand ook niet gelukt.
Niet dat ik er gerust op bent. Van dit virus weten zelfs de deskundigen nog maar heel weinig. Stel dat ons Outbreak Management Team ernaast zit? Dat de virologen die de Duitse regering adviseren toch gelijk hebben en kinderen het virus wél kunnen verspreiden? De gedachte dat een geheimzinnige ziekte jou onverhoeds kan treffen, en dat je dan misschien een beetje ziek bent, of heel erg, of dodelijk, blijft voor mij bijna een abstractie. Ik schiet dagelijks van panisch naar laconiek, en weer terug.
Misschien zijn we niet meer gebouwd op constante angst en waakzaamheid. We dobberen al 75 jaar in vredig meertje van welvaart en veiligheid, zonder natuurrampen of oorlog. Het enige wat ons kon overkomen, was persoonlijke ellende, geen collectieve dreiging. Als in je familie iets ergs gebeurt, ben je wél ineens alert.
In de periode dat mijn toen vierjarige zoontje heel ziek was, vingen mijn voelsprieten ieder signaal op, en dacht ik onophoudelijk aan een slechte afloop. Op een dag zat hij in bad, spelend met zijn eendje. Ineens zei hij: ‘Sommige zieke kinderen gaan dood. Ik niet.’ En hij speelde verder. Nooit eerder was ik bijgelovig, maar toen besloot ik het als een teken te beschouwen. Mijn kind genas. Wat natuurlijk niets bewijst; we hadden gewoon geluk. De vierjarige had mijn angst bezworen.
Hoe moeilijk moet het zijn voor peuters en kleuters, die niets kunnen rationaliseren, om te leven met de angst die ze nu om zich heen voelen? Natuurlijk houden we onze angst onder controle en doen we zo gewoon mogelijk, net als vroeger. Niet zo heerlijk voor jonge kinderen als routine en voorspelbaarheid.
Maar we zijn geen robots en kinderen zijn niet gek. Angst is besmettelijk. Als kinderen onze angst voelen, kunnen we die maar beter niet weglachen en er proberen over te praten. Een oefening in empathie. Praten met kleine kinderen over grote zorgen en die hanteerbaar maken, dat is voorlopig het nieuwe normaal.

Aleid Truijens