Zin in lezen in groep 3

ToermalijnLeren lezen kan verbeterd worden als leerlingen en leerkrachten deze belangrijke vaardigheid breder inzetten en baseren op motivatie en begrip. In de onderbouw staat lerend spelen voorop (Van Oers, in press). Binnen ontwikkelingsgericht onderwijs wordt dit verbonden aan de thema’s die voor de leerlingen actueel en betekenisvol zijn. Lees- en schrijfactiviteiten worden daarbij gezien als geletterdheidspraktijken waaraan kinderen op hun eigen manier deelnemen (Berenst, 2016). Leerkrachten gaan niet uit van een aanvankelijk leesmethode. Ze sluiten aan bij het leesniveau en de leesvaardigheid van leerlingen betrekken op het ‘spel dat lezen heet’ (Chambers, 2012) en hun reeds verworven leesvaardigheden.

Ik ben in groep 3/4 van juf Marijke. De leerlingen zitten in de kring. Ze zijn net begonnen aan een nieuw thema over het weer. Vanmiddag gaat het over het weerbericht. Juf Marijke vertelt over haar plan om woensdagmiddag een wandeling met haar hond te maken. Ze vraagt zich af wat voor weer het dan zal zijn. Ze wil niet kletsnat regenen en ze wil ook weten hoe zij zich moet kleden. Ze heeft daarom het weerbericht meegebracht. Maar voor zij het weerbericht samen met de kinderen gaat lezen, vertellen de kinderen in tweetallen aan elkaar wat zij woensdagmiddag gaan doen.

Door weer en wind
Na de gesprekken tussen de leerlingen over de weersvoorspellingen voor woensdagmiddag wordt duidelijk dat bijna iedereen wel eens gebruikmaakt van het weerbericht. Cas en zijn vrienden gaan bijvoorbeeld dikwijls voetballen en willen weten of het droog blijft. Mirjam moet achterop de fiets bij de oppas naar het zwembad en regent niet graag nat. De leerlingen vertellen ook over mensen in hun omgeving die altijd het weerbericht of de app Buienradar raadplegen, zoals de zus van Martin, die bij slecht weer liever de bus naar school neemt. Hierna kan het lezen van het weerbericht beginnen. Het weerbericht begint bij zaterdag en gaat tot woensdag. Van alle dagen zijn de dag- en nachttemperatuur aangegeven, bij picto’s van de wolken, zonneschijn en neerslag. De kans op neerslag in procenten en de hoeveelheid regen in millimeters. De windrichting wordt aangeduid met een pijl en een afkorting (bijvoorbeeld ZW, wat staat voor Zuid-West) en een getal geeft de windkracht aan.

In tweetallen duiken de kinderen de tekst in om te achterhalen hoe het zit met het weerbericht van woensdagmiddag. Om dit leesdoel te behalen worden de leerlingen uitgedaagd om de namen van de dagen te lezen om te weten welk stuk van de tekst over woensdag gaat, te achterhalen wat 7 ˚C en 13 ˚C betekent, de picto’s te begrijpen en woorden te geven aan hun veronderstellingen; te begrijpen wat neerslag betekent in combinatie met aanduidingen als 90 procent en 3 millimeter en deze kennis te verbinden aan het beeld van woensdagmiddag en er conclusies aan te verbinden, zoals ‘ik neem mijn paraplu mee als ik ga wandelen’.

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.