Zandbak in zomer én winter openen

pp.10-13_Quinten_HJK november 2017_ZandbakDe zandbak blijft op school en in de opvang vaak in de winter gesloten, terwijl het voor de ontwikkeling van jonge kinderen belangrijk is dat er het hele jaar met zand (of andere ongevormde materialen) gespeeld kan worden. Hoe kun je dit in de zomer én de winter doen?

Als de zon schijnt en de temperatuur aangenaam is, dan leidt dat in Nederland vaak tot drukte op het strand. Wanneer je over het zand loopt, is iedereen actief. Zandkastelen die gebouwd worden, kinderen die elkaar begraven, grachten graven en die vol water laten lopen, schelpen verzamelen, rennen over het zand en door het water, voetafdrukken in de branding maken, zand door hun vingers laten ‘zeven’, schrijven met stokjes en racen met auto’s en het bandenspoor van de auto’s waarin schelpen gelegd worden. Hoe divers de activiteiten ook zijn, de gemeenschappelijke deler is het plezier en de ontspanning bij zowel jong als oud. De effecten van sensopathisch spel zijn duidelijk zichtbaar. Hoe zinvol is het dan, vraag ik mij af, om deze vormen van spel te gebruiken in het dagelijks leven en leren van jonge kinderen?

Nat zand
Zodra groep 1 en 2 buitenkomen, wordt er gevraagd of er in de zandbak gespeeld mag worden. Ondanks de matige temperatuur op dat moment, kiest juf Caroline ervoor om de zandbak te openen. De kinderen duiken er letterlijk in en onmiddellijk komen ze tot de ontdekking dat het zand vandaag goed aan elkaar plakt. De zeefjes en scheppen blijven liggen, de meeste kinderen gaan met hun handen op ontdekkingstocht. Juf Caroline vraagt aan de kinderen of ze weten hoe het komt dat het zand zo goed plakt vandaag. ‘Het voelt nat’, zegt Pim. De juf stelt vervolgens de vraag hoe het komt dat het zand nog zo nat voelt, het heeft immers niet geregend. Uiteindelijk komen de kinderen tot de conclusie dat het komt door de mist en dat het bovenste laagje zand van de zandbak het beste gebruikt kan worden.

Sensopathisch spel
Binnen het sensopathisch spel staat het ervaren van zintuigelijke indrukken centraal (Vleugel-Ruijssen, 2012). Vermeer (Van der Aalsvoort (Red.), 2017) gaf als eerste de naam ‘sensopathisch spel’ aan deze spelvorm. Tevens benaderde zij deze spelvorm vanuit het spelende kind: wat doet het kind precies als hij speelt? Hierin verschilt ze met bijvoorbeeld Piaget (1896-1980) en Vygotsky (1896-1934), die vooral keken naar de invloed van spel op de ontwikkeling van het kind. Vanuit de wisselwerking tussen kind en spelmateriaal, stelde Vermeer (1972) een indeling in speelwerelden samen (Van den Heuvel, 2017). Deze speelwerelden zijn niet verbonden aan leeftijd. Hoewel er wel een opbouw (van basaal tot ontplooid spel) te herkennen is, zijn de diverse spelvormen allemaal even belangrijk. Vleugel-Ruijssen (2012) spreekt daarom over het sensopathische spel als buitenbeentje in de spelontwikkeling. Het sensopathische spel is in iedere speelwereld van Vermeer (1972) zichtbaar. Tevens is dit basale spel ook nog te herkennen in het handelen van volwassenen, zoals het achteloos zand door je vingers laten glijden op het strand.

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.