Op de schouders van Pestalozzi

pp.16-19_Pols_HJK januari 2017_Kind‘If I have seen further, it is by standing on the shoulders of giants’ (Isaac Newton, 1676). Wanneer je de traditie kent waarin je staat, zie je meer. Dit geldt ook voor professionals die met het jonge kind werken. Op welke onderwijstheorieën berust jouw werk? Aan welke pedagogen ben jij schatplichtig? Op wiens schouders sta jij? In deze serie geven we je de woorden om je werk van vandaag te kunnen beargumenteren. Deze keer: Johann Heinrich Pestalozzi.

Pestalozzi werd in 1746 in Zürich (Zwitserland) geboren. Zijn vader was arts. Hij stierf toen Pestalozzi 5 jaar was. Hij bezocht de Latijnse school en studeerde daarna filosofie en theologie. Die studie maakte hij niet af. Hij kocht een stuk land in Birrfeld, hij wilde boer worden. Inmiddels was hij met Anna Schultthess getrouwd, de dochter van een welgestelde koopman. Op het land liet hij een huis bouwen: Neuhof. Daar ving hij kinderen uit arme gezinnen op. Hij verschafte hun werk en tegelijkertijd gaf hij onderwijs. Armen moest je, zo vond hij, voor de armoede opvoeden en dat betekent: leren jezelf te redden door arbeidzaam te zijn (Pestalozzi, 1996). De onderneming ging failliet.

Natuurlijke opvoeding
Uit het huwelijk met Anna was een zoon geboren: Jakob (roepnaam: ‘Jacqueli’). Pestalozzi had veel bewondering voor Rousseau – hij had zijn zoon naar hem vernoemd – en probeerde hem volgens Rousseaus principe (‘terug naar de natuur’) op te voeden. Hij wilde geen dwang uitoefenen, hem een natuurlijke opvoeding geven. Maar dat mislukte. Jakob was een moeilijke leerling, hij had leerproblemen, later openbaarde zich epilepsie bij hem. Pestalozzi bleef in Neuhof wonen en begon te schrijven: Avondoverdenkingen van een kluizenaar. En een roman die hem beroemd zou maken: Lienhard en Gertrud. In beide geschriften pleitte hij niet voor een ‘terug naar de natuur’, maar voor een rechtvaardige standenmaatschappij, een maatschappij waar elke stand rechten heeft, maar ook plichten, waar de regerende stand voor rechtvaardige verhoudingen zorgt en waar dominee en onderwijzer het volk tot broederschap opvoeden. ‘Vaderlijke gezindheid vormt regeerders, broederlijke gezindheid burgers, beide stichten orde in het huis en in de staat’ (Pestalozzi 1927a). Ondertussen was in Frankrijk in 1789 de revolutie uitgebroken.

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.