Omgaan met verschillen bij kleuters

pp.10-13_Dierickx_HJK juni 2017_Prentenboeken‘Juffrouw, waarom is dat meisje zo vuil?’, ‘Juf, dat potlood is niet huidskleur. Het is bruin’, ‘Die is geen zwarte, die is een neger’, ‘Soundous heeft te lang in de zon gelegen’, ‘Ik ben niet geel, ik ben lichtbruin’ of ‘Papa!’, roept Hannes, een geadopteerde zwarte kleuter, als Zwarte Piet de klas binnenkomt. Als kleuters dergelijke uitspraken doen, zijn we geneigd om die af te wimpelen (‘Ze weet niet wat ze zegt’), de schuld bij de ouders te leggen (‘Dat heeft hij vast thuis gehoord’) of snel en algemeen af te keuren (‘Dat mag je niet zeggen, dat is niet lief’). Erken de eigenheid en identiteit van elk kind door huidskleur in al zijn varianten bespreekbaar te maken.

We veronderstellen dat kleuters opgroeien tot onbevooroordeelde volwassenen als we ‘er’ niet over praten. In tegenstelling tot wat we veronderstellen, zijn kleuters niet ‘kleurenblind’. Niet alleen zien jonge kleuters al verschillen in huidskleur, ze gaan deze ook associëren met ‘beter’ of ‘slechter’. Op basis van huidskleur worden zo zelfs in de kleuterklas vaak vrienden gekozen en klasgenoten uitgesloten van activiteiten (Boudry & Vandenbroeck, 2006; Swanson et al., 2009; Winkler, 2009).

Kleuters zien kleur
Onderzoek toont aan dat vijfjarige kinderen met een ‘andere’ huidskleur zich daarbij niet alleen bewust zijn van dit verschil, maar ook van de vooroordelen en het racisme die hiermee samengaan (Husband, 2012). Het verbaast je vast niet dat een dergelijke bewustwording sterk meespeelt in de identiteitsontwikkeling en het zelfbeeld van deze jonge kinderen (Swanson et al., 2009). Zo gaven de Amerikaanse Kenneth en Mamie Clark (1947) in de bekende doll-study aan vijfjarige kinderen twee poppen; een zwarte en een witte pop met blond haar. Vervolgens werd aan de kinderen gevraagd aan te duiden welke pop de mooiste, de liefste en de stoutste was. Bijna alle kinderen duidden de blanke pop aan als diegene met de positieve en de zwarte pop met de meeste negatieve kenmerken. Deze voorkeur komt overigens niet hoofdzakelijk overeen met de gedragswijze van de ouders of familie. Variaties op dit onderzoek werden sindsdien veelvuldig herhaald met doorgaans dezelfde soort resultaten als gevolg (Swanson et al., 2009). In Nederland herhaalde Sunny Bergman deze doll-study vorig jaar nog op kleine schaal in de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ (www.vpro.nl/programmas/2doc/2016/wit-is-ook-een-kleur.html). Helaas zijn de vooroordelen die jonge kinderen hier uiten niet toevallig of willekeurig. Zij zetten ons een eerlijke spiegel voor van de sociale en maatschappelijke ongelijkheid die diep en soms subtiel in onze maatschappij genesteld is (Swanson et al., 2009).

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.