Erfgoededucatie voor kleuters

pp.22-25_Van der Heijden_HJK oktober 2017_KijkplaatDe gouden haan uit het project ‘Op de toren zit een haan’ is van de kerktoren gewaaid en komt terecht in de zandbak van het schoolplein en uiteindelijk in de huishoek van de klas. Met Hubertus, de gouden haan, gaan de leerlingen van groep 1 en 2 op ontdekking in hun eigen omgeving. Ze worden gewezen op vormen, structuren, kleuren, bouwwerken en struiken waar ze anders vrolijk iedere dag aan voorbijlopen. De schoolomgeving wordt ingezet als leerinhoud. Ze ontdekken de rijkdom van hun eigen omgeving. Met het project ‘Op de toren zit een haan’ valt dan ook veel te ontdekken van de omgeving rond de school.

Met het project ‘Op de toren zit een haan’, ontwikkeld in opdracht van Erfgoed Brabant, maken jonge kinderen een begin met ‘het leren lezen’ van hun eigen omgeving. Ze zetten een eerste stap op het pad van erfgoededucatie door het leren benoemen van bijzondere objecten of landschapselementen in en om de school. Dit leerdoel voor het jonge kind uit Wijzer met erfgoededucatie (Van der Heijden, De Nigtere, Schuster, & Uijtdewilligen, 2014) is op praktische wijze vertaald in een systematische aanpak voor leerkrachten. Hoe leer je stapsgewijs jonge kinderen ontdekkingen te doen in hun gebouwde en natuurlijke schoolomgeving? Welke woorden leer je ze daaraan te geven? Hoe prikkel je hun nieuwsgierigheid? Kun je hun grenzen verleggen terwijl ze dichtbij hun eigen wereld blijven? En op welke wijze zorg je voor een volwaardig leerproces? Ontdek een aantal didactische uitgangspunten én uitdagingen die onlosmakelijk zijn verbonden met omgevingsonderwijs voor het jonge kind.

Op een ladder in de klas
Een eerste uitgangspunt is ruimtelijke oriëntatie. Die start bij jonge kinderen wanneer zij zich bewust worden van hun eigen lichaam en de plaats die zij innemen tussen andere mensen en objecten in hun omgeving. In de eigen (school)omgeving, maar ook in hun fantasiewereld van spel, kunnen kleuters op een veilige manier deze ruimtelijke oriëntatie ontwikkelen. Daar wordt in deze methodiek de nadruk op gelegd. De wereld van bovenaf verkennen is een manier om afstand te nemen en daardoor beter verbanden en structuren te ontdekken. Je laat de kleuters bijvoorbeeld in de klas bovenop een ladder staan om de plattegrond van het lokaal te beschrijven. Of je gebruikt Google Maps om de huizen en straten rondom de school te bekijken (zie ook het kader ‘Gebruik Google Maps’ onder aan deze pagina). Binnen in het schoolgebouw verken je de ruimtes. Buiten zoek je op het schoolplein naar het laagste punt of het hoogste uitkijkpunt. Ook kijkplaten vormen een vruchtbare start voor ruimtelijke oriëntatie met kleuters: aandacht voor details, het herkennen van de dagelijkse omgeving, een verwijzing naar bijzondere objecten en landschapselementen en het oefenen van hun geografisch vocabulaire. ‘Hoe kom je van de bakker naar de molen?’, ‘Kun je om de kerk heen lopen?’, ‘Wat gebeurt er in het gebouw achter de school?’, ‘Is de rivier dichtbij of ver weg?’ En hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet.

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.