Bewegend leren in de praktijk

ToermalijnBewegen en leren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in de ontwikkeling van jonge kinderen. Bewegen is hun eerste taal (Goddard Blythe, 2013). Een baby in de buik van zijn moeder maakt via beweging contact met zijn moeder. Jonge kinderen verkennen de wereld al bewegend en gaan met die nieuwe wereld in interactie. Bewegen levert een belangrijke bijdrage aan de cognitieve ontwikkeling van jonge kinderen (Collard, et al., 2014; Mullender-Wijnsma, et al., 2015). Wanneer bewegen wordt gekoppeld aan de leerstof, dan beklijft het geleerde beter en langer (Hartman et al., 2015). Wat is het belang van bewegen voor het leren en hoe zet je dat in als middel bij het leerproces van jonge kinderen?

Kaylee uit groep 2 krijgt sinds een aantal weken motorisch remedial teaching (MRT). Het viel de leerkracht van Kaylee op dat ze moeite heeft met de motoriek. Ze scoort op het gebied van oog-lichaam-coördinatie (waaronder balvaardigheid) anderhalf jaar lager dan haar leeftijdsgenoten van 5,3 jaar. Na een periode van vijf maanden MRT scoort ze volgens het Leerlingvolgsysteem Bewegen en Spelen op leeftijdsniveau. Ook uit de KIJK-scores blijkt dat de ruimtelijke oriëntatie en rekenvaardigheid van Kaylee een boost hebben gekregen. Oog-lichaam-coördinatie en rekenen zijn vaardigheden die een beroep doen op ruimtelijk inzicht en visuele integratie (Hartman & Visscher, 2011). Visuele integratie houdt de samenhang tussen goede visuele waarneming van je omgeving en de daarbij behorende motorische reactie in. Dit kan het gevonden verband tussen balvaardigheid en rekenen verklaren.

De motor
Bovenstaande casus is een voorbeeld van de onderlinge samenhang tussen bewegen en leren. In dit geval wordt bewegen ingezet als een motor (ontwikkeling van de oog-lichaam-coördinatie) die de auto (rekenvaardigheid) nog beter aan het rijden krijgt. De relatie tussen bewegen en rekenen wordt ook ondersteund door wetenschapsjournalist Mieras (2015) (Novack et al., 2014; Visscher et al., 2011). Hij legt uit dat bewegen een belangrijke rol speelt bij de rekenvaardigheid, omdat de hersengebieden die geactiveerd worden bij bewegen en rekenen dicht bij elkaar liggen en onlosmakelijk verbonden zijn. Bewegen stimuleert de aanmaak van synapsen tussen de verschillende hersengebieden.

Met synapsen worden verbindingen tussen de verschillende hersencellen bedoeld. Deze positieve bijdrage van bewegen aan de ontwikkeling van het brein begint al vroeg. Een voorbeeld is het rollen om de lengte-as. Deze beweging is de eerste kruisbeweging van het lichaam waarbij de linker- en rechterhersenhelft samen moeten werken en er dus verbindingen gelegd worden (Weene, 2006). Deze samenwerking is essentieel bij het leren. Bijvoorbeeld bij het maken van een som: om een cijfer te herkennen en een numeriek patroon (bijvoorbeeld cijferreeksen) te vinden, doe je een beroep op de rechterhersenhelft. Om de betekenis van het cijfer te vinden en het resultaat in het werkende geheugen op te slaan, doe je een beroep op de linkerhersenhelft.

Tevens stimuleert bewegen een effectieve prikkeloverdracht tussen deze cellen, waardoor het leren makkelijker gaat. Bijvoorbeeld bij kinderen die moeite hebben met lezen in groep 3 verloopt die prikkeloverdracht minder efficiënt. Er wordt een langere weg afgelegd om het woord te kunnen lezen. Wanneer er wordt bewogen komen er bepaalde stoffen in de hersenen vrij die essentieel zijn voor de ontwikkeling, groei, het functioneren van de hersencellen (Hersenstichting, 2013). Aangezien het brein van het jonge kind nog volop aan het rijpen is, kan bewegen daar een positieve invloed op uitoefenen.

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik dan hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik dan hier.