ADHD in de klas

pp.00_Reichert Pont_HJK januari 2018_LeerkrachtSteeds vaker valt de term ADHD bij levendige of drukke jonge kinderen. Maar wanneer heeft een kind ADHD en wat is dat eigenlijk? Wie kan die diagnose stellen en wanneer? Hoe ziet een behandeling eruit en wat kun je hierin als leerkracht bijdragen?

Als kinderarts heb ik ervaring met jonge kinderen met ADHD. In dit artikel geef ik vanuit mijn achtergrond en ervaring antwoord op een aantal vragen over ADHD. ADHD staat voor Attention-Deficit Hyperactivity Disorder. Attention-Deficit, aandachttekortstoornis, staat voor concentratie problemen. De Hyperactivity, hyperactiviteit, staat voor bovenmatig druk zijn en/of impulsief handelen. Op het moment dat een kind door dergelijk gedrag disfunctioneert, is het belangrijk onderzoek naar ADHD in te stellen. De diagnose wordt na grondig onderzoek gesteld aan de hand van DSM-criteria. De criteria die vastgesteld zijn in de definitie zijn onderhevig aan leeftijd, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Het disfunctioneren staat in de diagnose centraal (Verkuijl, Perkins, & Fazel, 2015).

Concentratieproblemen
ADHD is de meest voorkomende neuro-psychiatrische ontwikkelingsstoornis bij kinderen: het komt voor bij 3 tot 5 procent van de kinderen in de basisschoolleeftijd. Er is geen oorzaak van ADHD bekend, wel is duidelijk dat erfelijkheid een rol speelt (Verkuijl, Perkins, & Fazel, 2015). Er zijn meerdere aanwijzingen gevonden voor het anders functioneren van het brein. Er zijn onder andere functionele MRI-afwijkingen en stoornissen in de activiteit van dopamine en noradrenaline activiteit gevonden, en er zijn minder goede verbindingen tot stand gekomen om impulsen te kunnen beheersen (Purper-Ouakil et al., 2011).

Dit leidt tot selectieve en verdeelde aandacht, en dat kan zich uiten in concentratie problemen. Als het om selectieve en verdeelde aandacht gaat, leg ik als kinderarts tijdens een gesprek altijd aan het kind (en de ouders) uit dat we onze aandacht er tijdens het gesprek bij moeten houden. Maar er is ook van alles te zien en te horen in de kamer, bijvoorbeeld kleurige posters, mensen buiten op straat of geluiden op de gang. Toch lukt het ons om daar tijdens het gesprek niet op te letten, dit is selectieve aandacht. Hiervoor moet je de signalen uit de omgeving dempen. Voor dit kind is het heel moeilijk om het gesprek te volgen. Alles in de kamer is interessant en spannend; de dempende rem om al die leuke dingen niet te horen en te zien werkt niet goed. Dan lukt het niet om te concentreren, en houd je verdeelde aandacht.

Wil je verder lezen maar heb je nog geen abonnement? Klik danĀ hier.
Heb je een abonnement en wil je digitaal verder lezen? Klik danĀ hier.